DOSSIER 1969: 'Everybody Knows This Is Nowhere' :: de ideale Neil Young

DOSSIER 1969: 'Everybody Knows This Is Nowhere' :: de ideale Neil Young  
Print
    
Pagina 1 2

ImageTegen dan is reeds een deel van het publiek van Neil Young vervreemd, en mogelijk ook vice versa. Met de jaren zou het er niet op beteren. Hoewel Everybody Knows niet het grote succes is dat Harvest enkele jaren later zou worden, is het wel een meer "typische" Neil Young-plaat, voor zover dat al bestaat. Eerder is de Neil Young van Everybody Knows het ideaalbeeld van Neil Young: de Neil die je verwacht wanneer hij een nieuwe plaat uitbrengt of nog eens een festivalweide in vuur en vlam komt zetten.

Maar dat is uiteraard niet de Neil die Young zelf altijd wil zijn. En dat zou het publiek onderhand mogen, en kunnen, weten. Zelf maakt Young er immers geen geheim van dat hij makkelijk op zoek gaat naar nieuwe projecten. En dat wanneer een plaat uitgebracht wordt, ze voor hem eigenlijk al verleden tijd is. Daardoor krijgt het publiek deze model-Neil Young slecht sporadisch te zien. Zuma komt in de buurt en ook op Live Rust is het opnieuw prijs, al is dat een live-plaat, maar laat dat geen belemmering zijn: in het oeuvre van Young nemen deze een imposante en belangrijke plaats in. Denk maar aan Arc-Weld dat volgde op Ragged Glory en eigenlijk het hele concept nog eens dunnetjes overdeed. Enkele jaren later is het opnieuw prijs en krijgt Broken Arrow een live-vervolg met Year Of The Horse, een plaat waarvan het interessantste aspect er in bestaat dat een gelijknamige documentaire van Jim Jarmusch verkrijgbaar is.

Year Of The Horse, uit 1996 alweer, is voorlopig de laatste Young-plaat in de lijn van Everybody Knows. De man maakte samen met een deel van Crazy Horse weliswaar nog Greendale, maar de houthakkers-Neil laat zich niet meer zien. En hoe boeiend de experimenteerdrift van de man ook mag zijn — het beruchte Trans is best een fijne plaat — toch is het jammer dat fans het moeten stellen met de Performance Series Archives om nog eens een gloed van opwinding te voelen bij het verschijnen van een nieuwe Neil Young-plaat.

Uiteraard bestaat er zoiets als artistieke vrijheid en kan van een artiest niet verwacht worden dat hij of zij altijd platen in dezelfde stijl maakt. Het probleem met muzikale experimenteerdrift is echter dat niet alles even zeer in de smaak valt bij het publiek en iedereen uiteraard zijn favoriete platen heeft die hij graag een vervolg ziet krijgen. Zoiets kan alleen maar tot ontgoochelingen leiden, en daar kan Neil Young een aardig mondje over meepraten. Albums die niet uitgebracht werden, zijn eigen label dat een rechtszaak tegen hem begon om zijn platen meer als Neil Young te laten klinken, de diverse begeleidingsgroepen die komen en gaan, …

Met het vorderen der jaren — Young is onderhand 63 — lijkt het er op dat er voor het publiek niet veel anders opzit dan afwachten wat de volgende carrièrezet van Neil Young zal zijn. Voorlopig richt die carrière zich weer volop op het verleden. Tijdens zijn passage op Rock Werchter in 2008 speelde Young zowaar een set waarbij de nadruk lag op albums als Harvest en After The Gold Rush. Bovendien zou, hout vasthouden, in januari eindelijk het eerste deel van de fameuze archieven verschijnen.

Of daar veel onontdekte parels in te vinden zullen zijn, valt af te wachten. Feit is dat, zelfs voor artiesten met een wispelturig oeuvre als Neil Young, een boxset vaak het soort blik achter de schermen biedt die de magie wegneemt die de reguliere platen hebben. Aangezien de eerste box de periode 1963-72 zal overspannen, is het goed mogelijk dat hij demo’s en outtakes van Everybody Knows zal bevatten. Vraag is of dat ideaalbeeld wel behoefte heeft aan demystificatie.



4 November 2009


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com