DOSSIER 1969: 'Let It Bleed' van The Rolling Stones :: De hippiedroom ten grave gedragen

DOSSIER 1969: 'Let It Bleed' van The Rolling Stones :: De hippiedroom ten grave gedragen  
Print
    
Pagina 1 2 3

"Let It Bleed is het muzikale equivalent van de Apocalyps." Aan het woord: Mick Jagger zelve. In 1969 stonden The Rolling Stones op het toppunt van hun kunnen, en fungeerde Let It Bleed als klap op de vuurpijl na het magische jaar 1968. Geen enkel album wist de tastbare angst in die periode zo compleet te vatten.

Image

De context

In in de lange carrière van The Rolling Stones neemt 1969 onmiskenbaar een sleutelpositie in. 1968 was met de release van meesterwerk Beggars Banquet, het op touw zetten van het "Rolling Stones Rock And Roll Circus" (met bijdragen van onder meer The Who, John Lennon, Eric Clapton en Taj Mahal), filmopnames voor Performance en One Plus One (de captatie van de studio-opnames voor "Sympathy For The Devil" door Nouvelle Vague-boegbeeld Godard) en een rits persoonlijke tragedies (Brian Jones die steeds dieper in zijn drugsverslaving wegzakte, het doodgeboren kind van Marianne Faithfull en Mick Jagger,…) een jaar van ongeziene ups and downs geweest.

Qua ingrijpende gebeurtenissen ging ’69 naadloos op dit elan verder. In mei werd oprichter Brian Jones officieel uit de groep gezet. Jones had zichzelf door zijn voortdurende afwezigheid en tragische verslaving absoluut onmogelijk gemaakt. De toen 21-jarige Mick Taylor, eerder actief bij John Mayal Bluesbrakers, werd als vervanger binnengehaald, nadat onder meer Eric Clapton en Ron Wood voor die eer hadden bedankt.

Kort na zijn ontslag, in de nacht van 2 op 3 juli ’69, overleed Brian Jones in dubieuze omstandigheden in het zwembad van zijn huis Cotchford Farm. Daarmee sneuvelde de eerste van vele sixties-iconen aan een drugverslaving. Amper twee dagen na Jones’ dood gaven The Rolling Stones in Londen (mét groentje Mick Taylor in de rangen) hun befaamde gratis concert in een uitpuilend Hyde Park. Het werd één langgerekte hulde aan Brian Jones, al staat dit concert zeker niet geboekstaafd als één van hun beste.

Op de koop toe moesten The Stones ook afrekenen met extra-artistieke problemen. Nadat was uitgelekt dat het moederbedrijf van platenfirma Decca winsten van de platenmaatschappij investeerde in een ander dochterbedrijf dat militaire wapens produceerde (en The Stones op die manier onrechtstreeks hun steentje bijdroegen aan de Vietnam-oorlog), wilden Jagger & Co onder hun contract bij Decca uit. Groepsmanager Allen Klein had bovendien zijn handen vol met de op splitten staande Beatles en lag, net als zijn legendarische voorganger Andrew Loog Oldham, onder vuur wegens vermeende fraude.

De opnames

Ondanks al deze perikelen werkten The Rolling Stones het hele jaar ’69 aan Let It Bleed. De opvolger van Beggars Banquet moest definitief een einde maken aan de jarenlange rivaliteit met de Beatles. Het antwoord op Let It Be, de vooruitgestuurde single uit de gelijknamige plaat die uiteindelijk pas in 1970 in de rekken lag, moest doen wat Their Satanic Majesties Request twee jaar daarvoor niet kon: de duivelse Stones doen zegevieren over de vier ideale schoonzonen uit Liverpool.

Uiteindelijk namen de opnames van Let It Bleed meer dan een jaar in beslag. In de befaamde Olympic Studios in Londen was het dat jaar een va-et-vient van artiesten.

Gram Parsons, die met zijn bijdrage aan The Byrds’ Sweetheart Of The Rodeo definitief zijn naam had gevestigd, reed aan en af op zijn grote motor. Met zijn rijke voorraad cocaïne en zijn natuurlijke charme kon Parsons het (tot ergernis van de immer jaloerse Jagger) vooral met Keith goed vinden. Hij speelde The Stones bovendien gevoelige countryliedjes op de piano voor, een invloed die vooral op de volgende lp, Sticky Fingers, nadrukkelijk te horen zou zijn.



4 November 2009


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com