DOSSIER 1969: 'Let It Bleed' van The Rolling Stones :: De hippiedroom ten grave gedragen

DOSSIER 1969: 'Let It Bleed' van The Rolling Stones :: De hippiedroom ten grave gedragen  
Print
    
Pagina 1 2 3

ImageKant A eindigt met titelnummer "Let It Bleed", een ironische blik op vriendschap met de rammelende piano van Ian Stewart in een glansrol. Het fatalistische "Let It Bleed" stond in schril contrast met het sentimentele en geïdealiseerde "Let It Be" van de eeuwige rivalen uit Liverpool. Het nummer spreidt de algemene mistroostigheid, die aan het einde van de jaren zestig heerste, sprekend tentoon.

Het op vakantie in Italië ontstane "Midnight Rambler" trapt de B-kant af. Met zijn dynamische tempowisselingen, gierende mondharmonicasolo’s en quasi orgastische finale komt het nummer het dichtst in de buurt van een "bluesopera". De tekst is trouwens geïnspireerd op het verhaal van de Boston Strangler, Albert De Salvo, die in de jaren zestig in totaal zes vrouwen had gewurgd. Brian Jones wordt gecrediteerd voor zijn bijdrage op de conga’s, maar is onhoorbaar op het eindresultaat.

"You got the silver", met Nicky Hopkins op het orgel, zorgt voor een onvervalste primeur: het surrealistische liefdesliedje was het allereerste solonummer van Keith Richards op een Stones-plaat. "Monkey Man" vervolgens is dan weer een met satanische, apocalyptische beeldspraak doorspekte heroïnelofzang. "All my friends are junkies", brult Jagger, wat niet ver van de waarheid was. Het nummer biedt een Burroughsiaanse blik in de hel, met opzwepende gitaren en een bijna woeste blijdschap, als gillende apen op de achtergrond het ritme overstemmen.

Het apengekrijs gaat naadloos over in de engelachtige koorgezangen die magnum opus "You Can’t Always Get What You Want" inleiden, Jaggers droeve kroniek van zijn afdaling in het drugrijk. Micks tekst was een expliciete, naar Marianne Faithfull gerichte smeekbede vanwege haar druggebruik en een getuigenis van hoe heroïne het leven van The Stones en dat van de mensen om hen heen was binnengedrongen.

Net als "Gimme Shelter" en "Monkey Man" beschrijft "You Can’t Always Get…" het gebruik van heroïne en alle bitterzoete droefheid van die tijd. Mensen voelden zich machteloos en keerden zich in zichzelf om troost en zekerheid te zoeken. Markant weetje: het Londense Bach-koor distantieerde zich nadien van de sterk door drugs geïnspireerde slotsong, die nochtans door hen naar ongekende hoogtes werd getild.

De kritieken

Let It Bleed werd in de recensies meteen op lof onthaald. Algemeen werd het als een onvervalst hoogtepunt in het oeuvre van The Rolling Stones aanzien. "The Stones hebben nog nooit iets beter gemaakt", schreef Greil Marcus in het toonaangevende blad Rolling Stone. In een felle competitiestrijd met Abbey Road en Led Zeppelin II werd het album nummer drie in USA en stond het maandenlang op nummer een in Engeland.

De grotendeels in januari 1969 opgenomen, maar pas na herwerking van Phil Spector in 1970 uitgebrachte, Beatles-zwanenzang Let It Be bleek niet opgewassen tegen de realistische, bijna geëngageerde en vooral muzikaal erg gerijpte songs op Let It Bleed. Veel van die legendarische Stones-songs werden bovendien definitief vereeuwigd op de magistrale live-elpee Get Yer Ya-Ya’s Out uit 1970.

Let It Bleed was, na Beggars Banquet, het tweede meesterwerk in een rij van vier tijdens de befaamde Gouden Middenperiode van The Stones. Nadien volgden nog Sticky Fingers en Exile On Main Street, maar dankzij Let It Bleed kregen The Rolling Stones definitief het predikaat "greatest rock’n roll band on earth" opgespeld.

Gereputeerd rockjournalist Greil Marcus schreef over "You Can’t Always Get…": "Dit tijdperk en het ineenstorten van de lichtzinnige, onnozele bevrijding die de sixties typeerde, zijn datgene wat The Stones met dit laatste nummer achter zich laten. De droom dat het allemaal voor elkaar is, is vervlogen. Let It Bleed eindigt met een nummer over compromissen tussen wat je wilt en het leren te pakken wat je krijgen kunt, want met de dood van de jaren zestig zijn de regels definitief veranderd."



4 November 2009


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com