DOSSIER NOUGHTIES: De 25 beste platen van het decennium
|
|
|
|
|
|
|
 |
20. Gojira :: From Mars To Sirius
De milieuminnende fransozen van Gojira hebben hun legendarische status te danken aan de virtuoze en unieke sound van From Mars To Sirius. “Backbone” en “The Heaviest Matter Of The Universe” klinken als een perfect muzikaal triumviraat van het zwaarste van Meshuggah, het meest technische van Morbid Angel en Death en het meest complexe van Tool. Reken daarbij dat het kwartet nooit verstikkend, stoer of pseudo-intellectueel overkomt.
Het gitaristenduo Joe Duplantier en Christian Andreu heeft bovendien de epische melodieën van good ol’ Metallica en de Gothenburg metal in de vingers en klinkt nog steeds way more boeiender dan de hele Gothenburgscene tesamen. Het meeslepende “Ocean Planet”, geniale “Flying Whales” en wondermooie -- een adjectief dat wat onwennig klinkt in metalmiddens -- “Global Warming” vormden het breedste muzikale palet. De force de frappe is compleet dankzij de krachtpatserij van bassist Jean-Michel Labadie, de kleine Duplantier op drums en een nineties groove afkomstig van Pantera en Machine Head. Bovendien schreeuwde Gojira een scherpe milieu-aanklacht uit, evenwel zonder de hippiementaliteit. U hebt het waarschijnlijk al gehoord: met From Mars To Sirius doorbraken ze een resem stereotypen.
|
 |
19. Damien Rice :: O (2003)
Nadat Damien Rice in 1998 genoeg had van zijn bandje Juniper (het huidige Bell X1) en voor hij in 2002 met O zijn eerste soloplaat uitbracht, leefde hij als boer in Toscane en als reizende straatmuzikant in de rest van Europa. Het leverde de mens duidelijk heel wat perspectief op, want O blinkt uit in hopeloze, poëtische schoonheid. Met onder meer een soort dronkemansballad (“Cheers Darlin’”), het hallucinant uitzichtloze, uit de hemel neergedaalde “Cold Water” (“And all I’ve got / Is your hand”) en het niet minder dan epische “Eskimo” bouwde Rice meteen een fanbase op van hardnekkige romantici én gillende pubergrietjes. Dat hij die laatste categorie al eens voor het hoofd durft te stoten met waanzinnige live-arrangementen van zijn doorgaans zo stille songs, spreekt alleen nog meer in ’s mans voordeel. Niemand zong het afgelopen decennium zo doeltreffend over de allesverterende liefde. (md)
|
 |
18. Sonic Youth :: Sonic Nurse (2004)
Hoeveel bands zorgen met hun veertiende studioplaat voor eenzelfde gevoel van opwinding als tijdens hun begindagen? Weinig. Te weinig, eigenlijk. Hoewel we nog nooit ontgoocheld geweest zijn door een plaat van Sonic Youth, hadden we op die junidag in 2004 niet verwacht dat Sonic Nurse ons zo omver zou blazen. Op die plaat vinden de New Yorkers, met behulp van Jim O’Rourke, de gulden middenweg tussen de aloude gitaaruitbarstingen en subtiele klanktapijten. Voor het eerst sinds Washing Machine uit 1995 heeft Sonic Youth zichzelf overtroffen. We rekenen erop dat dat ook in het nieuwe decennium minstens eenmaal zal gebeuren.
|
 |
17. Johnny Cash :: American V: A Hundred Highways (2006)
Elke keer dat we deze plaat opleggen, hebben we het gevoel dat het de nummer 1 moet zijn. Hadden de voorgaande volumes soms iets te veel de neiging om krampachtig de hippe regionen op te zoeken, dan laat V een artiest horen die duidelijk op zijn gemak is en zijn ding kan doen zonder belemmeringen. En meer dan “If You Could Read My Mind” hebben we echt niet nodig om opnieuw overtuigd te zijn, achterover gekwakt te worden, het janken nabij. Dit is muziek zo puur als ze kan zijn: emotioneel, naakt, met een Bijbelse grootsheid en waardigheid waar het aanstormende grut nog niet eens aan denkt. Leven en dood verpakt in een van de beste platen van een van de allergrootsten. Monumentaal.(gp)
|
 |
16. Elbow :: The Seldom Seen Kid (2008)
Na drie niet minder dan uitstekende albums was het dan eindelijk tijd voor Elbows grote doorbraak. Geholpen door de vertwijfelde levenslust van “One Day Like This” werd het clubje fans van Elbows virtuoze songschrijverij in 2008 gestaag groter. Na jaren ploeteren in de marge en aangedaan door de dood van een goede vriend, lijkt de band zich gelaten doorheen de songs te spelen en klinkt The Seldom Seen Kid aanvankelijk als een welkome verzameling nieuwe Elbow-songs zonder echte uitschieters. Twee jaar na de release is echter duidelijk dat het een meesterwerk is. (mvm)
|
30 December 2009 |
|