Dave Rempis (The Engines) :: ''Keuzes die altijd succes hebben werken de groei tegen''

Dave Rempis (The Engines) :: ''Keuzes die altijd succes hebben werken de groei tegen''  
Print
    
Pagina 1 2 3

Imagegoddeau: Kan je wat albums (of artiesten) delen die cruciaal waren in je ontwikkeling als muzikant?
Rempis:
"Ook daar is de lijst eindeloos, maar ik kan je wel een lijst van albums bezorgen waar ik keer op keer naar teruggrijp: Olé en Meditations (John Coltrane), Out To Lunch en Iron Man (Eric Dolphy), New Tijuana Moods en Ah Um (Charles Mingus), Interstellar Low Ways (Sun Ra), Reflections (Julius Hemphill), Turning Point (Paul Bley), Live At Winterland (Jimi Hendrix), Song For Biko (Johnny Dyani), Symphony For Improvisers (Don Cherry), Percussion Bittersweet (Max Roach), Misterioso (Thelonious Monk), New York Is Now (Ornette Coleman), Blue Serge (Serge Chaloff), Live In San Francisco (Archie Shepp), Fresh (Sly And The Family Stone), Live At The Vilage Vanguard (Sonny Rollins), Motherlode (James Brown), Money Jungle (Duke Ellington), Dali (Coleman Hawkins), Vibrations (Albert Ayler) en Elf Bagatellen (Schlippenbach trio)."
goddeau: Kan je wat artiesten aanbevelen van wie we nog gaan horen?
Rempis:
"In Chicago denk ik vooral aan Greg Ward en Nick Mazzarella, beide moordend goeie altsaxofonisten. Ik heb ook geweldige dingen gehoord van Peter Evans, al is die intussen al wat bekender."

goddeau: Er bestaat een beeld van de jazz- of avant-gardemuzikant als een gortdroge, oersaaie intellectueel. Ik heb intussen echter mogen ondervinden dat ook de artiesten die de meest ontoegankelijke muziek denkbaar maken, vaak heel triviale hobby’s hebben of zot zijn van punk, c&w of Memphis soul. Wat is jouw ’guilty pleasure’?
Rempis:
"Ha! Mijn vrienden in de scène zijn doorgaans slimme kerels waarvan sommigen een aardig boompje kunnen opzetten over Francis Bacon of John Cage, maar de meesten doen vaak ook niet liever dan tooghangen en leuteren over alledaagse nonsens. Het leven zit natuurlijk vol met dergelijke dingen. Recent heb ik me vooral geamuseerd met de historische romans van Patrick O’Brian over de Britse zeemacht tijdens de napoleontische oorlogen en de Amerikaanse tv-serie The Wire."

goddeau: Iets minder positief: op je blog had je het recent over de crisis in muziekland. Kan je de situaties in Amerika en Europa vergelijken? Wat met de gevolgen?
Rempis:
"De situatie in Amerika is allang rotslecht! Er zijn geen subsidies voor organisatoren, tenzij het gaat om het Symfonisch Orkest van Chicago of het Lincoln Center [peperduur complex onder artistieke leiding van Wynton Marsalis dat vaak bekritiseerd wordt omwille van z’n conservatieve visie op jazz(geschiedenis), gp]. Het is echt deprimerend om te zien hoe de voorbije 4-5 jaar de ene club na de andere verdween. Ik denk dat de muzikanten ook niet anders verwachten. De grootste verandering vindt nu echter plaats in Europa, waar het lang mogelijk was om werk te vinden en betaald te worden. Nu krijg je steeds vaker de situatie dat subsidies verdwijnen en privé-sponsors zich terugtrekken. Dit is, zoals je aangaf, live muziek, en als de mogelijkheden verdwijnen, dan betekent dat voor een stuk ook het einde van de kunst, hoeveel platen je ook maakt in je kelderstudio. De situatie ziet er zeker niet goed uit, maar de enige resterende optie is blijven spelen nu het nog mogelijk is."

goddeau: In de liner notes van The Disappointment of Parsley (Percussion Quartet) zit er een sneer naar jazzcritici die een tenor niet van een alt kunnen onderscheiden. Is dat iets dat je vaak overkomt?
Rempis:
"Die vraag heb ik al een paar keer gehad. Zonder al te cru te willen klinken wil ik toch meegeven dat heel wat schrijvers niet over de journalistieke verantwoordelijkheid beschikken om hun feiten juist te hebben. Meningen over de muziek zijn heel subjectief, maar hoe kan ik iemands mening serieus nemen als hij z’n basisverantwoordelijkheden niet onder de knie heeft? Als ik een foute noot speel in een melodie, dan mag iedereen me dat zeggen, want ze hebben gelijk. Het is niet subjectief.
Ruw geschat denk ik dat in 80% van de teksten over albums waarop ik speel de recensent niet eens weet welk instrument ik speel. Ik garandeer je dat het zo’n hoog getal is! En terwijl ik schrijvers alle recht gun om te schrijven wat ze voelen bij een plaat, trek ik wel de streep bij onnozele fouten, feiten die een student zou kennen en die de schrijvers vaak hadden kunnen nagaan via de info op de cd, waar vermeld wordt wie wat speelt. Ik ben het beu om te lezen over mijn sopraanspel (ik heb nooit sopraansax gespeeld op een plaat en neem het instrument zelden vast!) of te horen hoe mijn ’altsax het tenorregister opzoekt’ — een fysieke onmogelijkheid die de schrijver had kunnen vermijden als hij in het cd-boekje had gelezen dat ik alt én tenor speel. Ik zou willen dat dit beperkt bleef tot amateurblogs, maar het geldt ook voor ’geloofwaardige’ en welbekende jazzbronnen."

goddeau: In Hasselt staan jullie samen op de affiche met Digital Primitives. Wat verwacht je daarvan?
Rempis:
"Ik heb ze nooit eerder gezien, maar ik ken de muzikanten wel, en dan vooral drummer Chad Taylor, die van Chicago is. Ik kijk er naar uit om ze aan het werk te zien. Dergelijke combinaties laten heel verschillende aspecten van de muziek horen. Het is een buitenkans voor het publiek om een idee te krijgen van de diversiteit en voor de bands om zich van hun beste kant te laten zien."

The Engines (Dave Rempis, Jeb Bishop, Nate McBride & Tim Daisy) speelt op 28 maart in Kunstencentrum België (Hasselt), samen met Digital Primitives (Cooper-Moore, Assif Tsahar & Chad Taylor). Meer info + tickets via de website van KC België.



Guy Peters | foto's Michael Jackson [1] / www.daverempis.com
24 March 2010


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com