De Roovers over Histoire d'A :: ''De bloedbaan van een oorlog''
|
|
|
|
|
|
|
|
Goddeau: Jullie zijn duidelijk politiek geëngageerd en bezig met de actualiteit. Hoe ligt de
verhouding tussen persoonlijk en politiek engagement?
Cleiren: "In de eerste plaats zijn we op zoek naar teksten die ons aanspreken. Dan
blijkt dat wij vaak botsen op teksten waarin er iets wordt verteld over een maatschappij, maar er
zit ook meestal een persoonlijk verhaal in. En daar situeert zich voor ons de ingang tot de tekst.
Maria Stuart bijvoorbeeld kan je zien als een politiek stuk over macht, maar ook als een
verhaal tussen twee vrouwen die elkaar het bloed onder de nagels halen. Als mensen die politieke
laag eruit halen die er voor ons zeker in zit dan dat vind ik fantastisch."
"Peter schrijft zoals een schilder schildert. Hij gebruikt zeer veel beelden, wat het ook heel
moeilijk maakt om daar dan een beeld tegenover te stellen. Peter zegt dat de verleiding groot is om
uitspraken te doen in de trant van: "Dat zijn de goede en dat zijn de slechte." Hij wil
met zijn tekst alleen de wonde laten zien. Ik kan mij voorstellen dat zijn taal op het eerste zicht
moeilijk overkomt, maar als je op een andere manier iets over oorlog wil zeggen dan snap ik wel dat
zijn soort taal uitkomst biedt. Op een bepaald moment moet je loslaten om te zoeken naar een
verhaal. We willen altijd begrijpen, maar wat valt er aan de oorlog te begrijpen? Die dingen
bevattelijk maken is ook een veiligheid zoeken. Wij willen noch voor het publiek, noch voor onszelf
dat soort veiligheden inbouwen. Ik begrijp wel dat Histoire d'A veel van een publiek vergt.
In een uur en twintig minuten krijg je een opeenvolging van fragmentarische schrikbeelden door de
strot geramd. Maar worden we niet al genoeg met hapklare koek geconfronteerd? Anderzijds vind ik
het wel belangrijk dat je als toneelspeler communikatief blijft ten aanzien van het publiek. We
zoeken wel naar openheid. Ik weet wel niet of we daar nu in gelukt zijn."
"Ik heb eens een verhaal gehoord van een leerling aan de kunstacademie. Die leraar zei op het
einde van het jaar: pak al uw tekeningen mee en maak een stapel van de tekeningen die je goed
vindt, de tekeningen die je slecht vindt en de tekeningen waarvan je het niet weet of ze goed of
slecht zijn. Nadat de leerling zijn stapeltjes gemaakt had, nam de leraar zijn t;goede
tekeningen en gooide die in de vuilnisbak, daarna nam hij ook het stapeltje slechte
tekeningen en gooide ook die in de vuilnisbak. De tekeningen waarvan de leerling niet wist of ze nu
goed of slecht waren daarentegen hield de leraar bij, want deze zouden de interessantste zijn. Wel,
dat gevoel hebben wij ook."
Goddeau: Jullie worden vaak op dezelfde lijn met Tg Stan geplaatst. Zij hebben dezelfde
opleiding als jullie gehad en hebben zich tegen een aantal aspecten van de opleiding heel erg
afgezet. Hoe zat dat bij jullie?
Cleiren: "Wij zijn eigenlijk toch met zware turbulentie van school weggegaan. Dat is
voor elk van ons vier misschien anders. Uiteindelijk is een jury van buitenaf een handtekening
onder ons diploma komen zetten omdat de mensen van de school dat niet zagen zitten. Heel belangrijk
voor de opleiding is Dora Van der Groen. Zij heeft de dingen enorm hard opengetrokken. We hebben
het geluk gehad zeer verschillende mensen te leren kennen in de opleiding. Toen wij met Jan Joris
Lamers aan Hamlet werkten was dat een rel in t school. We gingen collektief aan de
deur gezet worden want het was gruwelijk slecht en we mochten niet meer spelen want het was een
schande. Tja, dan heb je een conflict met je docenten. We hebben er ook wel veel aan te danken.
Maar op het moment dat wij onze eigen stijl ontwikkeld hadden, heeft het dan ook heel hard
gebotst."
Anne Dekerk
1 oktober 2001 |
|