|
Het Toneelhuis geraakt na drie jaar opstarten op kruissnelheid. Het waren drie jaren van
zoeken, gefundeerde en ongefundeerde kritiek en natuurlijk ook mooie theatermomenten. Asem van
Luk Perceval is zonet in première gegaan en een nieuw Duits succesnummer is reeds in de maak.
Enkele dagen voor zijn vertrek naar München maakte de artistiek leider van Het Toneelhuis een
uurtje tijd voor Goddeau in zijn pluchen Bourla. Een gesprek over frustraties, dromen,
bezinning en incest.
Goddeau: Het Toneelhuis is een vreemd gezelschap: het is niet commercieel een ook niet echt
alternatief. Valt het theater dat jullie willen brengen niet tussen twee potentiële
publieksgroepen in?
Luk Perceval: "Niet echt. Wat ons onderscheidt van zeg maar STAN als ene uiterste en de
musical als ander uiterste, is dat wij proberen om voor een zo breed mogelijk publiek een kritische
stem te zijn. Wij proberen de drempel op financieel vlak zo laag mogelijk te houden, maar trachten
wel, in tegenstelling tot het commerciële circuit, om een kritische houding aan te nemen
tegenover de maatschappij en onze politici. Daar is heel duidelijk een publiek voor. Ons publiek is
veel jonger geworden en komt duidelijk ook voor ons inhoudelijk discours. Anderzijds merk je ook dat
we in een tijd leven met een zeer veelzijdig cultuuraanbod. Je merkt dat het publiek niet meer zozeer
vanuit trouw kiest, maar vanuit het aanbod van die avond. Wat staat er in de gazet waar we naar
moeten gaan kijken? De macht van de media wordt alsmaar groter."
"Dan kom ik natuurlijk op mijn eeuwige stokpaardje. (lacht)
De media staan niet aan onze kant, ze zijn extra kritisch tegenover al wat gesubsidieerd is. Dat
mogen ze voor mijn part ook zijn, alleen vind ik dat ze met twee maten en gewichten werken.
Daarom moeten wij ook blijven knokken en zorgen dat wij goede voorstellingen maken. Als men het
positieve nieuws echter niet opmerkt en alleen maar de negatieve kant bevraagt, tja. In mijn laatste
interview met De Morgen zegt men: Je hebt 100.000 toeschouwers. Waarom maar
100.000? Op een stad met een half miljoen inwoners vind ik dat lang niet slecht. Jaja,
maar geef toe: een miljoen zes gaan naar de amateurverenigingen kijken. Waarom komen die niet
allemaal naar Het Toneelhuis? Men blijft maar hameren op die ene nagel die eigenlijk irrelevant
is. Gedurende de honderd jaren dat we in Vlaanderen theater spelen, is het altijd voorbestemd geweest
voor een bepaalde laag van de bevolking. Niet iedereen gaat naar het theater, dus ik vind dat we de
legitimiteit van theater niet zomaar mogen afwegen aan het aantal mensen dat het bereikt. Dat is een
ziekte van deze tijd: alles op zijn rendabiliteit het aantal bezoekers of consumenten
beoordelen. Dat klopt niet. Ik kan genoeg teksten of voorstellingen opnoemen die door een beperkt
aantal mensen genoten zijn, maar voor de theatergeschiedenis en de mensen die ze gezien hebben, zeer
belangrijk zijn. Als je het over rendabiliteit gaat hebben, dan moet je ook de bibliotheken
afschaffen want er wordt ook minder gelezen."
Goddeau: Theater heeft misschien ook wel een zeer elitair imago.
Perceval: "Ja, zeker hier in Antwerpen. Vergeet niet dat we hier in een vergulde
pralinedoos uit de negentiende eeuw zitten. We hebben hier jaarlijks evenementen die gericht zijn op
de universiteit. Er staan hier dan dingen op de scène die gemaakt en georganiseerd zijn door
studentenverenigingen. We proberen dit gebouw in contact te brengen met het studentenleven. Die
studenten komen hier een keer en staan er dan van versteld dat je hier ook normaal kan ademen.
(lacht) Men denkt dat de Bourla een soort praalkathedraal is. Ik ben ervan overtuigd dat als
we onze producties in een oude fabriekshal zouden spelen, we duizendmaal meer sympathie zouden
krijgen. Theater blijft natuurlijk de eeuwige charme hebben dat er een levende mens staat. Die blijft
onvervangbaar voor pelicule of video. Die confrontatie werkt nog altijd betoverend en beantwoordt
volgens mij nog steeds aan onze rituele behoefte om te gluren. Om onszelf te kunnen vergeten en te
kunnen gluren naar hoe anderen bewegen, praten, leven en met anderen omgaan. In een theaterzaal
kunnen we onszelf bespieden."
1 december 2001 |
|