Luc Perceval :: ''Ik ben er van overtuigd dat we meer sympathie zouden krijgen als we in een oude fa

Luc Perceval :: ''Ik ben er van overtuigd dat we meer sympathie zouden krijgen als we in een oude fa  
Print
    
Pagina 1 2

Goddeau: Asem heeft een zeer hoog voyeurismegehalte: heeft u daarom voor die tekst gekozen? Wat sprak u aan in die tekst?
Perceval: "Zeer weinig. (lacht) Echt waar. Ik heb hem ook bewerkt en gereduceerd tot ongeveer een derde. De oorspronkelijke tekst is heel moraliserend en dat is het laatste wat we moeten zijn op het toneel. Je moet de mensen iets tonen en de conclusie aan de individuele toeschouwer laten. Je moet de mensen — en dat vind ik zo fascinerend aan wat we nu aan het doen zijn — confronteren met hun eigen perversiteit. We tonen niks, dus als er iemand problemen heeft met dit stuk, dan heeft hij problemen met zichzelf want op het toneel gebeurt er niets. Het decor is een grote glazen plaat. (lacht) Ge kijkt erdoor. Er is absoluut gekozen voor de leegte en de suggestie. Dat is ook de kracht van het stuk: je wordt met jezelf geconfronteerd."
     "We hebben deze tekst ook gekozen omdat we vinden dat we een kritische stem moeten zijn. Het gaat natuurlijk ook over de tien procent incestslachtoffers in Vlaanderen. Het gaat over een probleem dat nog steeds taboe is en dat alleen maar blijft voortbestaan zolang het verzwegen wordt. Je kunt als theater zinvol bezig zijn door dat taboe bespreekbaar te maken. Wij spreken erover en daardoor kan voor de mensen die daar mee zitten, de behoefte ontstaan om er ook over te praten. Of niet, want dat moeten we overlaten aan de toeschouwer. Wij mogen in ieder geval niet doen zoals zovele Belgen. Ze realiseren zich wel dat het een schrikbarend cijfer is, maar als je dan zegt dat hun buur dat misschien doet, kan dat niet. Dat is deel van het probleem: dat iedereen het steeds ontkent."

Goddeau: Daar komt natuurlijk weer het Luk Perceval-thema van verziekte gezinssituaties om de hoek kijken.
Perceval: "Ja God, voor mij is dat de kern van het politieke denken. Wij leven in een kapitalistische maatschappij die gestructureerd is vanuit de behoefte en de controle van een gezin. Dat gezin is eigenlijk een minimaatschappij op zich."

Goddeau: Het lijkt erop dat er nog wel wat discussie over Asem kan volgen.
Perceval: "Laten we hopen (lacht). Ja, maar daarvoor zijn we er toch. We mogen toch niet alleen bezig zijn met mensen te paaien. Ik vind dat we ook tegen de haren in moeten durven strijken. Dit is nu een thema waar niemand het graag over heeft. Misschien moeten we dat dan eens tonen."

Goddeau: Welk publiek bereik je daar dan mee? Als Asem discussie uitlokt, zal dat zijn binnen het milieu van mensen die naar het theater gaan. Een heel deel van de bevolking, waarschijnlijk vooral de zogenaamde lagere klassen, wordt niet geconfronteerd met deze tekst.
Perceval: "Dat is zeker zo. Je kan alleen maar hopen dat je een steen in de vijver gooit en dat de cirkels uitdeinen. Die cirkels gaan op een bepaald moment ook uitgedeind zijn, maar als iedereen een steen gooit, komt de drab die op de bodem ligt uiteindelijk toch naar boven."

Goddeau: In de Toneelgazet heeft u het naar aanleiding van Asem over amoreel theater. Ridders was ook al hooligantheater. Welke boodschap wilt u dan overbrengen? Moraliseren lijkt alleszins niet de bedoeling.
Perceval: "Nee, totaal niet. Eigenlijk wil ik ook geen boodschap overbrengen. Ik geloof dat we in een tijd leven waarin je de mensen geen alternatief meer kunt bieden. De mensen hebben geen tijd meer om nog geloofswaarden te praktiseren. In die zin is theater voor mij een bezinningsruimte, maar je kan op duizenden manieren bezinnen. Asem is een vorm die met heel veel mededogen voor de mens gemaakt is. Je kunt je echter ook bezinnen door een rituele, excessieve vorm zoals Aars! of door een avond goed te lachen met je eigen dommigheid die je op het toneel ziet, zoals in Ridders."

Goddeau: Asem heeft een zeer hoog voyeurismegehalte: heeft u daarom voor die tekst gekozen? Wat sprak u aan in die tekst?
Perceval: "Zeer weinig. (lacht) Echt waar. Ik heb hem ook bewerkt en gereduceerd tot ongeveer een derde. De oorspronkelijke tekst is heel moraliserend en dat is het laatste wat we moeten zijn op het toneel. Je moet de mensen iets tonen en de conclusie aan de individuele toeschouwer laten. Je moet de mensen — en dat vind ik zo fascinerend aan wat we nu aan het doen zijn — confronteren met hun eigen perversiteit. We tonen niks, dus als er iemand problemen heeft met dit stuk, dan heeft hij problemen met zichzelf want op het toneel gebeurt er niets. Het decor is een grote glazen plaat. (lacht) Ge kijkt erdoor. Er is absoluut gekozen voor de leegte en de suggestie. Dat is ook de kracht van het stuk: je wordt met jezelf geconfronteerd."
     "We hebben deze tekst ook gekozen omdat we vinden dat we een kritische stem moeten zijn. Het gaat natuurlijk ook over de tien procent incestslachtoffers in Vlaanderen. Het gaat over een probleem dat nog steeds taboe is en dat alleen maar blijft voortbestaan zolang het verzwegen wordt. Je kunt als theater zinvol bezig zijn door dat taboe bespreekbaar te maken. Wij spreken erover en daardoor kan voor de mensen die daar mee zitten, de behoefte ontstaan om er ook over te praten. Of niet, want dat moeten we overlaten aan de toeschouwer. Wij mogen in ieder geval niet doen zoals zovele Belgen. Ze realiseren zich wel dat het een schrikbarend cijfer is, maar als je dan zegt dat hun buur dat misschien doet, kan dat niet. Dat is deel van het probleem: dat iedereen het steeds ontkent."

Goddeau: Daar komt natuurlijk weer het Luk Perceval-thema van verziekte gezinssituaties om de hoek kijken.
Perceval: "Ja God, voor mij is dat de kern van het politieke denken. Wij leven in een kapitalistische maatschappij die gestructureerd is vanuit de behoefte en de controle van een gezin. Dat gezin is eigenlijk een minimaatschappij op zich."

Image

Goddeau: Het lijkt erop dat er nog wel wat discussie over Asem kan volgen.
Perceval: "Laten we hopen (lacht). Ja, maar daarvoor zijn we er toch. We mogen toch niet alleen bezig zijn met mensen te paaien. Ik vind dat we ook tegen de haren in moeten durven strijken. Dit is nu een thema waar niemand het graag over heeft. Misschien moeten we dat dan eens tonen."

Goddeau: Welk publiek bereik je daar dan mee? Als Asem discussie uitlokt, zal dat zijn binnen het milieu van mensen die naar het theater gaan. Een heel deel van de bevolking, waarschijnlijk vooral de zogenaamde lagere klassen, wordt niet geconfronteerd met deze tekst.
Perceval: "Dat is zeker zo. Je kan alleen maar hopen dat je een steen in de vijver gooit en dat de cirkels uitdeinen. Die cirkels gaan op een bepaald moment ook uitgedeind zijn, maar als iedereen een steen gooit, komt de drab die op de bodem ligt uiteindelijk toch naar boven."

Goddeau: In de Toneelgazet heeft u het naar aanleiding van Asem over amoreel theater. Ridders was ook al hooligantheater. Welke boodschap wilt u dan overbrengen? Moraliseren lijkt alleszins niet de bedoeling.
Perceval: "Nee, totaal niet. Eigenlijk wil ik ook geen boodschap overbrengen. Ik geloof dat we in een tijd leven waarin je de mensen geen alternatief meer kunt bieden. De mensen hebben geen tijd meer om nog geloofswaarden te praktiseren. In die zin is theater voor mij een bezinningsruimte, maar je kan op duizenden manieren bezinnen. Asem is een vorm die met heel veel mededogen voor de mens gemaakt is. Je kunt je echter ook bezinnen door een rituele, excessieve vorm zoals Aars! of door een avond goed te lachen met je eigen dommigheid die je op het toneel ziet, zoals in Ridders."

Goddeau: Is dat de lijn in uw laatste drie voorstellingen?
Perceval: "Ik heb Aars! gemaakt vanuit een woede op de bourgeoiscultuur. Ik was na zes jaar Ten oorlog en Schlachten eigenlijk ontgoocheld. Wat je ook probeert te maken binnen het theater, het wordt gerecupereerd door de burgerlijke cultuur. Men maakt er een evenement van. De pers blaast het op en geeft het een soort imago mee. Op dat moment ben je niet meer degene die de inhoud gemaakt heeft, maar degene die de vorm gemaakt heeft. Ik was daar verschrikkelijk door gedegouteerd. In eerste instantie maak je iets vanuit een vertelling die je wilt maken. Die vertelling had vooral te maken met tien jaar Blauwe Maandag en de filosofie en verschillende stijlen die door de verschillende voorstellingen heen ontstaan waren. Dat verhaal is door de pers nauwelijks opgemerkt, alleen maar het evenement. Ik had daardoor zo’n grote walging voor het cultuurwereldje waarin ik functioneerde, dat ik Aars! gemaakt heb."
     "Daarna heb ik Ridders en Der Kirschgarten gemaakt. Bij deze voorstellingen ben ik me meer en meer ben gaan afvragen wat ik het belangrijkste vind: maken wat men van me verwacht — reproducties van Ten oorlog — of maken waar ik mij zelf toe genoodzaakt voel. Ik heb voor het tweede gekozen. Ik heb Ridders en Aars! ook gemaakt omdat ik absoluut op zoek wou naar een jong publiek. Ik heb tot mijn spijt moeten constateren dat dat jonge publiek zeer minimaal geïnteresseerd is in theater, tenzij het gehypet wordt. Ik heb twee voorstellingen gemaakt die duidelijk niet gehypet zijn en dan zie je dat jonge publiek niet. (lacht) Door de opkomst van media als televisie en film, die meer en meer een soort geïndividualiseerd beroep doen op de mens, is de massabelangstelling voor theater er volgens mij op achteruit gegaan. Dat is echter relatief want als ik de cijfers hier bekijk, mogen wij blij zijn. De cijfers uit het buitenland zijn nog veel erger. In Nederland gaat men bijvoorbeeld alleen nog naar commercieel theater."

Image

Goddeau: Je hebt eens verteld dat je graag zou werken als de Duitse theaters, die veel langere speelperiodes hebben. Zou Het Toneelhuis dan een soort theaterbibliotheek worden, waarbij voorstellingen op aanvraag weer tijdelijk kunnen hernomen worden?
Perceval: "Dat is mijn streefdoel, maar daarvoor moet ik, zoals de Duitse theaters, minstens 40 acteurs ter beschikking hebben zodat er meer verschillende voorstellingen tegelijk kunnen geprogrammeerd staan. De Duitse manier van werken kost ook veel meer. Ik krijg 300 miljoen subsidie, maar om een dergelijk repertoiregezelschap op te richten, heb ik zoals een Duits huis tegen het miljard nodig. Daarvoor heb je bijvoorbeeld drie ploegen van technici nodig. Een komt ’s morgens een decor om te repeteren opbouwen. De tweede ploeg breekt dat in de namiddag af en bouwt het decor voor de voorstelling en een derde ploeg werkt ’s avonds aan de voorstelling en breekt dat decor ’s nachts weer af zodat het repetitiedecor er ’s anderendaags weer kan staan. Dat is een bedrijf dat qua arbeidsmiddelen het driedubbele vereist. In die situatie zou ik wel nog steeds Ten oorlog en Ridders kunnen spelen. Er zijn dingen die ik tien jaar geleden gemaakt heb en waar nu nog vraag naar is, Wilde Lea bijvoorbeeld. Er zijn genoeg mensen die dat opnieuw willen zien. Marthaler, een Zwitserse collega van mij, speelt stukken die hij tien, vijftien jaar geleden geënsceneerd heeft, nog steeds met hetzelfde ensemble. Hier in Vlaanderen is dat onmogelijk."



1 december 2001


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com