Half 2000 viste Vlaams Minister van Cultuur Anciaux, tegen het advies van de bevoegde commissie in, drie jonge gezelschappen toch voor subsidiëring op. Ondertussen behoren zij al een klein jaar bij de gelukkige groepen die een structurele subsidie krijgen. Eén daarvan, Braakland/ZheBilding, gaat dezer dagen in première met La dissection d’un homme armé.
"De titel dekt de lading wel", zegt auteur-regisseur Stijn Devillé. "We analyseren driemaal een moordenaar of op zijn minst iemand die verantwoordelijk is voor de dood van iemand anders: die wordt mentaal gedissecteerd, psychologisch uit elkaar gehaald, om te zien wat de motieven zijn, wat gewetensnood is." "We brengen het verhaal van de kolonel die verantwoordelijk was voor de tien vermoorde Belgische paras in Ruanda. Op een bepaald moment krijgt hij een oproep van zijn mannen dat ze gelyncht worden. Je krijgt het verhaal op het moment waarop hij besluit niet te handelen, en achteraf, als hij daarop terugkijkt." "Het tweede verhaal is dat van de moordenaar van Julien Lahaut, de communist die bij de kroning van Boudewijn "Vive La République" riep. Een week later werd hij voor zijn deur neergeschoten door een commando royalistische Vlamingen. En ook daar weer dezelfde vraag: ‘waarom heb ik op dat moment de trekker overgehaald?’: ze stonden met twee gewapende mannen aan de deur, maar slechts één van hen heeft geschoten. En dat terwijl de man die geschoten heeft eigenlijk verwachtte dat de andere zou schieten, zodat hij het niet zou hoeven te doen." "De derde moord is die van een jonge man op zijn broer, om zijn eigen hachje te redden in de loopgraven van de Groote Oorlog. Het is een verdichting van een verhaal dat zowel in historische romans als in oorlogslegendes voortkomt. Ik heb er mijn verbeelding op losgelaten: ‘In welke omstandigheden moet ik verzeilen om mijn eigen broer kapot te maken.’" Goddeau: Wat is daarin waarheid en wat dichtung? Devillé: "De figuren zijn allemaal min of meer historisch. Ik heb mij vrij goed gedocumenteerd maar kan natuurlijk niet weten wat die mensen gedacht hebben. Waar de historische feiten stoppen begint mijn fantasie dus. Het is fictie, maar sommige details zijn wel echt, waaronder dat van die twee mannen." Goddeau: Vanwaar kwam het idee voor de voorstelling? Devillé: "Ik loop al lang met het idee rond. Ik ben gefascineerd door WO I als echte start van de twintigste eeuw: Europa dat als wereldmacht in elkaar stort, de doorbraak van socialisme, de afschaffing van de kolonies… En toen wilde ik iets cyclisch doen dat de hele eeuw omvatte en kwam ik bij deze drie verhalen terecht omdat ze voor België de cirkel van de twintigste eeuw rond maken." Goddeau: Hoe kwam je bij de muziek van Paul Van Nevel terecht, die live in de voorstelling wordt gespeeld? Devillé: "Die kwam erbij toen ik vaststelde dat het tekstmateriaal heel brutaal was, dat daar iets tegenover moest staan dat heel mooi en broos is. De muziek van Van Nevel was alleen al qua titel perfect en ze was daarbij gebaseerd op een volksliedje uit de 15de eeuw dat als Franse tekst had: "Pas op voor de gewapende man". Dat vond ik erg mooi, als je weet dat er drie moordenaars op de scène staan."
1 mei 2002 |
|