Open Circuit: iNTERaCT 2010, 21-22 mei 2010, KC BELGIE |
|
|
|||
|
Voor de derde editie van het iNTERaCT-festival (na die van 2006 en 2008) had Kunstencentrum BELGIE de Brit Evan Parker weten te strikken. Die was er bij een vorige editie ook al een dag bij, maar kreeg deze keer de teugels volledig in handen. Het leidde tot een tweedaags bezoek van zijn veertienkoppige Electro-Acoustic Ensemble, een gezelschap dat als geen ander de grens tussen compositie en improvisatie bewandelt. ![]() Evan Parker (1944) werd intussen al bedacht met een status dat weinig nog levende muzikanten gegund is. Hij was erbij toen de Europese free jazz avant-garde onder luid gerammel op de voorgrond trad in de jaren zestig, bleef steeds in de frontrangen van de experimentele muziek rondhangen en werd een boegbeeld voor de free jazz en de vrije improvisatie. Zijn spel is naar schatting te horen op een kleine 300 albums, variërend van intimistische jazzinteracties tot grootschalige werken. Hij was o.m. te horen bij kleppers als het Spontaneous Music ensemble en Globe Unity Orchestra, leverde een bijdrage aan Brötzmanns legendarische Machine Gun en Alexander Von Schlippenbachs cruciale free jazz, maar ook moderne underground zoals bij het elektronicaproject Spring Heel Jack. Maar dat is lang niet alles: Evan Parker (foto 1) staat bovendien te boek als een van de grootste (sopraan)saxvirtuozen ter wereld en een muzikant die het arsenaal van speltechnieken aanzienlijk uitgebreid heeft. Zeker sinds het overlijden van Steve Lacy is hij de meest bejubelde sopraansaxspeler van de improvisatie (en daarbuiten) en zijn soloconcerten en –opnames zijn dan ook documenten die een centrale rol opeisen in de avant-garde. Parker is ook een van de meest progressief denkende artiesten van zijn generatie. Na meer dan veertig jaar musiceren en componeren is er nog geen sprake van stilstand of zweren bij het vertrouwde. Het Electro-Acoustic Ensemble, oorspronkelijk als sextet opgericht in 1992, bleef de voorbije jaren uitdeinen tot het grote gezelschap dat het nu is. 21 mei: break ups
De eerste dag werd er gewerkt met break ups, een concept dat Parker ontleende aan het Amsterdamse Bimhuis. Kort samengevat: kleine constellaties van muzikanten die bij elkaar gezet worden om samen een geluidenwereld op poten te zetten. Met dertien muzikanten (+ de actief meewerkende geluidsman Marco Vecchi) levert dat een schier oneindig aantal mogelijkheden op, waarvan er hier slechts een fractie aan bod kon komen. Tijdens de eerste set ging het om vijf break ups (twee duo’s, twee trio’s en een kwartet), waarbij elke muzikant een keer aan het werk gezet werd. In één geval leverde dat een strikt akoestisch resultaat op, zoals in de duoperformance van bassist Barry Guy en klarinettist Ned Rothenberg, maar in alle andere gevallen ging het over een ontmoeting tussen akoestische en elektronische instrumenten. De stukken duurden doorgaans 10 à 15 minuten en boden een goeie indicatie van wat er te wachten zou staan op de tweede dag: een immens voluptueuze klankenwereld en exploratie van mogelijkheden. Van (free) jazz was hier geen sprake: dit ging om strikte improvisatie, waarbij nu en dan duidelijk vertrokken werd van een basisidee, maar de verdere uitwerking overgelaten werd aan het welbevinden van de muzikanten. Zo leverde het eerst stuk, met Agusti Fernandez, Ichikawa Ko (foto 2) en Walter Prati meteen intrigerende resultaten op. De Spanjaard bespeelt z’n piano immers zelden op de traditionele wijze: het is niet enkel een muziekinstrument, maar ook een instrument om klanken te verkennen. In combinatie met het vreemd gevormde bamboe-instrument van de Japanner en de manipulaties van de Italiaan zorgde het meteen voor een boeiende, verwarring zaaiende opener. ![]() Geluidsman Vecchi meegerekend gingen er zes elektronicaspecialisten aan de slag. Het had niets te maken met beats, grooves of hippe soundscapes, maar met live creaties of processing, waarbij het spel van de muzikanten in real time behandeld werd. Op die manier krijg je niet enkel notenslierten die ondersteund werden door voorafgaande stukken die gesampled en behandeld worden, maar ook vervormingen terwijl de muzikanten die muziek aan het spelen waren. Dit zorgde in de duoperformance van Peter Van Bergen (invaller voor het afwezige kernlid Phil Wachsmann) en Joel Ryan voor een resultaat van haast buitenaardse klinkende bezwering. Er viel geen herkenbare of terugkerende melodie te horen, en toch verzonk je snel in dit straffe staaltje van hypnotiserende melancholie. De eerste set bevatte vijf (steeds door Parker aangekondigde) break ups, de tweede nog eens drie, waarbij gewerkt werd met iets grotere bezettingen (twee kwintetten en een kwartet). Ook hier werd nog eens onderstreept dat het gaat om muziek die een inspanning vergt: Parker zien uitpakken met z’n fameuze circulaire ademhaling (een techniek waarbij de blazer een ademtechniek gebruik die hem in staat stelt om ononderbroken te blijven blazen) en die behandeld horen worden door vier elektronicawetenschappers, dat is iets dat een open geest en liefst enige voorafgaande training vergt. Die schijnbare chaos of voortdurende wisselwerking zonder duidelijk spelregels of afspraken is iets waar je je voor open moet kunnen stellen. En zelfs als dat lukt, dan wil dit niet zeggen dat elke break up goed was voor momenten van revelatie: door de samenstellingen leverde het altijd wel boeiende resultaten op, maar terwijl het kwintet met Parker meteen op de goede weg zat, kreeg je bij het afsluitende kwartet (Barry Guy, Peter Van Bergen en elektronicaduo Richard Barrett en Paul Obermayer) het gevoel dat het niet het gewenste resultaat opleverde. Een risico dat erbij hoort: de onvoorspelbaarheid van het moment. Guy Peters | foto's Geert Vandepoele
24 May 2010 |
Meer Open Circuit: iNTERaCT
Meer live
Meer op Goddeau.com
|
||




