L'Illusionniste |
|
|
Na de internationale hit Les Triplettes De Belleville broedde regisseur Sylvain Chomet maar liefst zeven jaar op zijn nieuwe animatiefilm. Niet van plan om er zomaar eentje uit zijn mouw te schudden, koos hij voor een onuitgebracht scenario van niemand minder dan mimemaestro Jacques Tati. De verwachtingen voor LIllusionniste waren dan ook torenhoog. Terecht, toch?
Uiteraard verschijnt de goochelaar in de gedaante van de legendarische, immer beleefde Tati. Chomet modelleerde het personage tot in de fijnste details. Het beweegt zich stijf en tegelijk zwierig, met de kenmerkende been- en handbewegingen. Typisch voor Chomet is dat zijn Tati meer ontgoocheld is dan dat hij goochelt, en dat die Tati meer desillusie uitstraalt dan je van een illusionist verwacht. Tati draagt een loodzware portie tristesse op de schouders en sleept donkere wallen met zich mee. Toch raakt hij gecharmeerd door de naïviteit van het meisje. Stiekem knapt hij klusjes op zodat hij alle nodige attributen tevoorschijn kan "toveren" opdat zij kan transformeren van slonsje tot stadsmeisje. Tati droeg het script op aan zijn dochter en suggereert daarmee een persoonlijke betrokkenheid met de vader-dochterrelatie die tussen de illusionist en het meisje ontstaat. Bovendien gaf die dochter Chomet de unieke kans om het scenario te verfilmen, omdat ze meer vertrouwen had in een geanimeerde vorm van haar vader dan een surrogaatacteur. Chapeau dan ook voor Chomets heerlijke old school tekenstijl die perfect te combineren viel met de wereld van Tati. Hij brengt uitdrukkelijk ode aan Tatis maniëristische oog voor detail, passie voor architectuur en cinefiele spitsvondigheden: de trein die door het landschap sluipt, de verfijnde uitwerking van de steden en interieurs, de excentriekelingen uit het musichallcircuit die ze in een hotel ontmoeten, zoals de hyperflexibele jumpers, lelijke buiksprekers en uiteraard de dwergen. Leuk dat de goochelaar cinema "Cameo" binnenloopt, waar toevallig net Playtime speelt en hij compleet onthutst zijn dubbelganger aanschouwt. Het hele verhaal in een halfuur comprimeren had echter volstaan. De minuten sluipen voorbij. Aan het gebrek aan dialogen kan het niet liggen, want dat werkte perfect in Les Triplettes de Belleville. Chomets melancholie mondt uit in een deprimerende eenzaamheid en leegte die de tijd niet kunnen vullen. De zeldzame Tati-trucjes slagen er maar nipt in om de sfeer te redden van het suïcidale. Een verborgen hoogtepunt, waarin de kracht van de film wél gebundeld wordt, lijkt dan ook de scène waarin een van de hotelbewoners zichzelf moed indrinkt met het touw in de aanslag en net op dat moment gestoord wordt door het meisje met een bord konijnensoep. Meer van dat! Niets tegen trage films, maar komische climaxen, hoe subtiel ook, zouden de film wat meer Tati-vie inblazen. Ok, het concept is anders: het is in de eerste plaats een film van Chomet en niet van Tati, maar dit is te nostalgisch, te voorzichtig en te braaf. Ondanks de veelbelovende combinatie van scenarist en regisseur en de minutieuze uitwerking, is het resultaat echt niet fantastisch. Misschien was het de bedoeling om de film slechts klein spektakel te laten brengen en te laten zijn. Maar het tempo, de timing en de algemene sfeer werken averechts en verhinderen dat LIllusionniste echt van de grond komt. Of wordt er dan te veel cinemagie verwacht? 30 June 2010 |
Meer Illusioniste
Meer filmrecensies
Meer op Goddeau.com
|
||


Tatis script vertelt de donkere versie van Les Vacances de Monsieur Hulot. Een afgeschreven goochelaar reist met zijn laatste sprankeltje hoop naar een godvergeten gat in Schotland, waar zijn grootste concurrent, de rock-n-roll, de plak nog niet zwaait. Hij oogst geen overdonderend succes, maar ontmoet wel een schoonmaakstertje dat zijn allesbehalve spectaculaire trucs bewondert. Ze verlaat haar emmer en dweil, reist met hem naar Edinburgh en bezorgt hem weer een doel in het leven.