DOUR 2010 :: Neppenissen en huilende kleinkinderen

DOUR 2010 :: Neppenissen en huilende kleinkinderen  
Print
    
Pagina 1 2 3 4

ImageGeen festival is zo’n slopende uitputtingsslag als Dour, geen festivalteam van goddeau was zo gemotiveerd als dat voor Dour. Ze waren voor elkaar gemaakt, quoi. Vier dagen lang trokken (jla), (lt) en (mvs) voor u over het stoffige terrein, met gekloven hielen, stramme kuiten en verbrande schouders tot gevolg. Maar dat valt eigenlijk wel mee, zo bezweren wij u: we hebben namelijk ook een verslag!

De balans

Wie meer Dour wil, klikt voor de langere verslagen hieronder.

The very best:

De headliner:

Met een Les Ardentes dat de headliners afsnoept, heeft Dour zich teruggeplooid op wat haar corebusiness is: een waaier aan nichepublieken bedienen. En dus moet het festival het dit jaar vooral hebben van reggae, dance, hardcore en andere subculturen. Toch viel er ook genoeg doordeweekse pop en rock te rapen voor de gewone muziekliefhebber. Veel tijd voor verveling is er dan ook niet. Ook in 2010, met een programma dat vooral in de categorie ’ontdekkingen’ zal moeten scoren, is er genoeg te doen.

Dag Eén: Nichterige danspassen

Dag Een heeft altijd iets van een terreinverkenning. Een deel van het team is nog niet gearriveerd, de persruimte wordt weer ingenomen, nieuwe fotografengezichten besnuffeld, het nog maagdelijke terrein al even betreden en kleine veranderingen gekeurd. Maar dan is het dan toch tijd voor die eerste groep. En dan liefst eentje met een missie.

Lawaai maken, bijvoorbeeld, en daar blinkt Kapitan Korsakov wel in uit. Het trio rond gitarist Pieter-Paul Devos pakt uit met een set vol harde, snedige rock die nu eens bij punk blijft hangen, dan weer het psychedelische van het vroege Monster Magnet opzoekt. Het ideale ontbijt om een festival mee te starten, en een ideale opwarmer voor Mintzkov, dat even later het Last Arenapodium ernaast mag beklimmen.

’t Zijn echte Vlamingen, trouwens, deze Antwerpenaren: noeste, harde werkers, zwoegend in het zweet hun aanschijns, zonder een zweem van charisma of sterallures. En dat zou moeten volstaan, want met "Ruby Red" of "Mimosa" (die samenzang tussen Bosschaerts en bassiste Lies Lorquet!) heeft de groep straffe, melodieuze songs genoeg onder de arm om indruk te maken. Toch verdrinken die hoogtepunten tussen het wat gezichtsloze werk van de nieuwe en mindere plaat Rising Sun, Setting Sun, al maakt single "Opening Fire" nog enig enthousiasme los. Geen kleine triomf zoals enkele jaren geleden in de Club Circuit Marquee dus, maar ook geen man overboord. Mintzkov komt wel terug.

Een portie Waalse indierock dan maar? Als er één ding is waar Dour namelijk in uitblinkt, dan is het wel het even chauvinistisch met muziek van eigen bodem omgaan als Vlaanderen dat kan. We kunnen daar wel mee om: Showstar schiet sterk uit de startblokken met "Residents Of The Lost Club", "Gold Mine" en "Battle Of The Bands", een knap trio uit de frisse nieuwe plaat Think Ringo. Daarna laat het collectief de lat helaas wat zakken. De oohooh’s van de melodramatische popsongs klinken nog wel strak, maar gaan na een tijd even overbodig en irritant aandoen als de ietwat nichterige danspassen van de frontman. "Flavor", een ode aan Denis Wielemans, de overleden drummer van Girls In Hawaii, en "Uruguay" kunnen de meubelen niet meer redden. Net als met Dot, de vorige plaat van de groep uit 2006, is ook dit optreden een geval van willen maar toch niet echt kunnen. Een beetje als de avonturen van Nederland op het WK: een straf parcours tot aan de finale, met een open kans voor doel die helaas rakelings miste.

Tijd voor de gladde youngsters van het Engelse Wild Beasts, een band die het moet hebben van alternatieve art rock, met de kenmerkende falsetstem van zanger Hayden Thorpe als grootste aandachtstrekker. Komt het concert nog traag op gang, dan brengen nummers uit de puike tweede langspeler Two Dancers soelaas. "All The King’s Men", lof voor Hoegaarden Rosé en gitaargetokkel met drumstokken passeren de revue, om uit te monden in een uitmuntend en energiek "We Still Got The Taste Dancing On Our Tongues", een hoogtepunt om U tegen te zeggen. De fijne wisselwerking in zang tussen Thorpe en de bassist en nieuwe single "Hooting And Howling" vormen uiteindelijk de kers op een taart die al meer dan de moeite waard was.

ImageDansen: dat doet een mens in de Dance Hall, en daar pikken we het springerige Piano Club, het Waalse broertje van MGMT, mee. Dat de jonge groep big business is aan de andere kant van de taalgrens blijkt uit het enthousiasme dat volgt op kanonnen als "Not Too Old", "Elephant In A Room" en semihitje "Girl On TV". Het is jammer dat de normaal gezien zo aanstekelijke "bang bang"’s van dat laatste slechts een schim zijn van de knallen op de plaat, maar met een oerdegelijke live prestatie — ondanks enkele dipjes — bewijst het drietal dat het een naam om in de gaten te houden is.

Plat, platter, platst, Hadouken!. U vond Klaxons met hun nu-rave al een beetje zwaar over het paard getild? Deze Britten bewijzen dat het nog erger kan. Ook deze groep stoeit met de typische ravegeluidjes uit het begin van de jaren negentig, maar weet nog minder melodie in zijn songs te verwerken, en kijkt sowieso niet eens om naar het begrip ’song’. Onderwijl stelt frontman James Smith zich aan zoals alleen een Engelsman met teveel pretentie en een middelmatig rockbandje dat kan. Verveeld slenteren we weg.

Lopen we toch collega (lh) niet tegen het lijf! Metalkenner van goddeau bij uitstek, die ons trakteert op een onstuitbare lofzang op Baroness, metals nieuwste trots in bange dagen. "Dat alle omstandigheden mee zaten", gaat het enthousiast: "een naar Dour-normen behoorlijk geluid, een volgelopen tent en een band in bloedvorm. Vooral frontman en manusje-van-alles John Baizley stond scherp; zelfs een gesprongen snaar onderbrak zijn duizelingwekkend gitaarspel maar heel even. De groep speelde met vertrouwen en kozen voor een best of van Red Album en Blue Record. Vooral de uitvoeringen van "A Horse Called Golgotha" en "Swollen And Halo" waren om duimen en vingers bij af te likken. Baroness kwam, zag en overwon en brengt vertrouwen in de metalscene terug!" Wisten we dat ook weer, en (lh): "Doe ons maar een groot stukkie voor het achterafverslag dan!" U vindt het als u rechts bovenaan in het kadertje klikt.

Terug over naar ons team, want ondertussen staat (jla) bij de potpourri van alternatieve indierock en klassieke riedels van Get Well Soon. Die wenskaart is het pseudoniem van de Duitse singer-songwriter Konstantin Gropper, die vandaag opdaagt met een strakke band, inclusief trompet, viool, een extra stel cimbalen en een deerne in een little red dress. En toch verzuipt Get Well Soon ondanks zoveel variatie iets te vaak in eentonigheid en klinkt het allemaal iets minder boeiend en overtuigend dan op de plaat. Maar als zelfs festivallegende Roger (u kent hem als ’festivalman’ en van zijn regenboogtruitje) goedkeurende blikken blijft werpen, bedekken we de schoonheidsfoutjes van het Duitse stel met de mantel der liefde en onthouden wij vooral het geweldig getitelde "If This Hat Is Missing I Was Gone Hunting", met zijn catchy "shoo baby shoo"’s en een magistrale cover van Underworld’s "Born Slippy": ’schön’, zeggen wij daar tegen.

Grotere treurnis bij Wovenhand, waar held David Eugene Edwards er met de pet naar gooit. Op initiatief van het Hongaarse Szigetfestival trok de band de hort op met het strijkersensemble Muzsikas, om daar vervolgens nauwelijks iets mee te doen. De twee groepen speelden nauwelijks samen; de enige inbreng die de strijkers hadden, waren vier folky interludia tussen de nummers van Wovenhand, dat zijn gewoonlijke mix van hel en verdoemenis tussen Nick Cave en de Amerikaanse rootsklassiekers in bracht. Just another day at the office voor Edwards, die van achter zijn zonnebril niet bijster bevlogen bezig was. Een gemiste kans. Een grote.

ImageBuiten de tent was de wei voor The Last Arena ondertussen aardig volgelopen voor Faith No More, de enige echte headliner die Dour wist te strikken. Gedwarsboomd door een weinig perfect geluid, werd het niet de triomf die de groep vorig jaar op Pukkelpop te beurt viel, wel een nét degelijk concert. Zanger Mike Patton — zoals steeds in scherp gesneden croonerspak — schiet weer met duizelingwekkend gemak van brul naar croon, van een zijdezacht Evidence naar een verschroeiend Midlife Crisis en terug, maar de band lijkt de teugels een beetje teveel te hebben gevierd. Zowel toetsenman Roddy Bottum als gitarist Jon Hudson slaan de bal regelmatig mis. Slordig concert, niet het hoogtepunt dat dit had moeten zijn.

Waarop uw team besluit die nieuwe Petit Bar de la Forêt te verkennen en na nog een laatste pint de uitgang te zoeken. Op Dour moet je je kruit niet op de eerste avond verschieten, want er staat nog veel te gebeuren. Zeker morgen, waar Atari Teenage Riot de naam om naar uit te kijken wordt.



[jla], [lh], [lt] en [mvs] | foto's wannabes.be
21 July 2010


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com