DOUR 2010 :: Neppenissen en huilende kleinkinderen

DOUR 2010 :: Neppenissen en huilende kleinkinderen  
Print
    
Pagina 1 2 3 4

Dag Vier: Pardon my French

Het einde is in zicht! "We zijn er bijna"-zingend hossen we echter nog niet door de gangen, want er staat nog te veel lekkers op het menu. "Funfunfun, all summer long", zingen we eerder met de Raveonettes straks in gedachten, maar daar zaten we even mis.

De balans

Wie meer Dour wil, klikt voor de langere verslagen hieronder.

The very best:

De headliner:

Wakker worden op deze Dag Vier doen we met de coolio’s van Balthazar met hun frisse alternatieve pop. Dankzij het dit jaar verschenen debuut Applause veroverde de groep een eigen plaatsje in het al drukbezette Vlaamse muzieklandschap, maar toch zakken we met niet al te hooggespannen verwachtingen af naar de Marquee. Volledig onterecht, zo blijkt; de groep komt erg verrassend uit de hoek met een afgemeten set, een retestrakke drummer en al even vette baslijnen. Opener "The Boatman", "Hunger At The Door", hitje "Fifteen Floors" (dat herkenbare fifties deuntje!) en het originele "Blues For Rosann" tonen over hoeveel bakken potentieel de groep eigenlijk beschikt. En het mag gezegd worden: heel fijn dat het geluid op Dour deze keer eindelijk ook eens echt goed mocht zijn, voor de bij uitstek fijnste Vlaamse band op deze 2010-editie tot nog toe. Applaus!

"Are you ready for some more jazz?", vraagt frontman Jørgen Munkeby van Shining. En jazz it is, maar jazz club allerminst. Voor we met een "grrreat" of "nnnice" kunnen riposteren, lanceert de band zich immers in weer een van die complexe nummers die jazz, metal en chaos samensmeden. Op een nog bijna nuchtere maag is dit behoorlijk moeilijk te verhapstukken, maar nauwelijks twee nummers ver merken we al dat ons lijf ongecoördineerd aan het bewegen is. Shining heeft ons bij de lurven, en laat ons niet meer los tot het daverende slotakkoord veertig minuten verder.

Het klinkt allemaal als ongestructureerde waanzin, maar er zit method in hun madness. Terwijl een snerpende saxofoon de teringherrie doorkruist en alles klinkt alsof er collectief gestruikeld wordt, weet de band heel goed waar het naartoe gaat. Bruut en meedogenloos buldert "In The Kingdom Of Kitsch You Will Be A Monster" met riffs die de gemiddelde Dourganger vloeren. Een klein, maar tijdens het concert gestaag groeiend publiek laat zich nummer na nummer overtuigen. Toch wel behoorlijk grrreat.

If it ain’t broke, don’t try and fix it: wat voor The Van Jets werkte op Werchter, moet dat dus ook in de Clubcircuit Marquee doen. Doet het dat? Nog meer, verdomme: van bij opener "Down Below" morsen Johannes Verschaeve en band met energie, gierend gaan ze meteen het briljante "Dancer" in. Een episch "What’s Going On" zorgt voor wuivende armen, maar het is het nieuwe anthem "The Future" ("it’s all in your hands") dat helemaal de kers op de taart zet. The Van Jets zijn goed bezig.

ImageHet Malinese Tinariwen had niet beter geprogrammeerd kunnen staan: de zon brandt met verschroeiende kracht, vier zware dagen beginnen stilaan te wegen op de festivalgangers én de enige alternatieven zijn nog maar eens reggae of iets wat op de Dourwebsite omschreven wordt als garage burlesque. Het Toearegcollectief maakt de ideale soundtrack voor dit soort dag, met zijn unieke blend van traditionele klanken en westerse invloeden, die zowat iedereen aanzet tot voorzichtig heupwiegen. Het is ook een prachtig gezicht om deze groep bezig te zien: in hun traditionele klederdracht gaan de zes mannen en één vrouw volledig op in de intense woestijnblues, die Afrikaanse instrumentatie op ingenieuze wijze verweeft met een haast psychedelische gitaarsound.

Het tranceachtig samengaan van ritmische handclaps, percussie en de ijle kreten van zangeres Wounou Wallet Oumar resulteert in een trip die weinigen dit weekend konden evenaren. Mogen we overigens nog even een verbod eisen op de onvoorstelbaar irritante randanimatie die onder meer Coca-Cola zonodig moest verzorgen? Tijdens zijn meest ingetogen momenten werd Tinariwen volledig overstemd door vervelende beats , hoe dicht we ook bij het podium gingen staan. Alles voor de sponsor, waarschijnlijk, maar wij raakten dit weekend alvast geen colaflesje meer aan. Ha!

Toch maar wat reggae dan? Dour heeft op dat vlak immers enkele legendarische namen staan, waaronder reggaegodfather Lee Perry. Wat voor velen een hoogtepunt had moeten worden, draait echter uit op een ietwat tragische vertoning: Perry wordt volledig naar huis gespeeld door zijn voormalige begeleidingsband The Congos, wiens opwarmingsset driekwart van het optreden bedraagt, en het is zoon Omar Perry die uiteindelijk nog de meubelen moet komen redden.

Lee Perry zelf slaagt daar namelijk niet in: waar de oudjes van The Congos, met hun grijze baarden en dreadlocks, nog een meeslepende reggaeset neerzetten die bulkt van het spelplezier, dwaalt Perry over het podium en loopt hij verloren in ellenlang gerekte versies van onder meer "Sun Is Shining" (vermoedelijk de op één na slechtste versie die we al hoorden — die remix van een jaar of tien geleden was nog een tikje dramatischer), waarbij het een wonder is dat zijn band nog weet wanneer ze moeten ophouden. Ondertussen haalt Perry nog twee van zijn kleinkinderen op het podium voor een dansje, maar dat blijkt ook niet zo’n succes wanneer Fire, met haar jaar of vijf de jongste van de twee, het zowat op een huilen zette. We hadden in haar plaats hetzelfde gedaan.

Waar zitten de mannen ondertussen? In de Marquee bij Dum Dum Girls. Niet verwonderlijk, zo blijkt wanneer Dee Dee Penny, Bambi, Sandy en Jules op het podium verschijnen in identieke zwarte kanten pakjes, inclusief netkousen. Het startschot wordt gegeven en het kwartet vertrekt voor wat een 45 minuten durende set van garagerock en indiepop moet worden; de zwoele moves van de mysterieuze Dee Dee krijgt u er dan ook nog eens gratis bij.

"Jail La La" en "Bhang Bhang I’m A Burnout" met die zoetgevooisde stemmetjes zorgen voor kreetjes als "joepie!" en "hoezee!". Keerzijde is echter dat uit teksten als "my baby is better than yours" net zo goed het simplisme van de groep spreekt. Het klinkt allemaal ook niet altijd even fris, maar echt vervelen doet het niet — het is eigenlijk zelfs behoorlijk sexy. Mocht er een repeat knop zijn, zou die toch lustig ingedrukt worden: we willen best nog een rondje.

ImageTijd voor de sof van de dag, dan maar: drie kwartier lang slaagt Raveonettes er in om strontvervelend te zijn, door een rijke graai uit de vervelendste kant van hun catalogus te serveren. Waar de groep net zo goed spannend en opwindend kan zijn, wordt hier gekozen voor monotoon slaapwandelende songs die het enkel van hun stofzuigergeluid moeten hebben. Met "Love In A Trash Can" krijgen we dan eindelijk een melodie die het nafluiten waard is, maar het dieptepunt wordt bereikt wanneer zowel frontman Sune Rose Wagner als gitariste Sharin Foo elk hun solomomentje moeten krijgen. Wagner verneukt er het geweldige "Little Animal" zelfs voor. Supersingle "Last Dance" zorgt een kwartier voor het einde toch even voor een glimlach om de lippen, maar net wanneer je verwacht dat we nu eindelijk vertrokken zijn voor een straf slot, kondigt de groep het suffe "Ally Walk With Me" als laatste nummer aan. Geen "Bang", geen "That Great Love Sound", gewoon het geluid van een grote ontgoocheling. Drie mensen op de eerste rij proberen nog een wanhopig "we want more", maar dat is al lang verspilde moeite. Raveonettes is zichzelf kwijt.

En wat is er dan nog te vinden in de echte eindspurt van Dour? Een Balkanfeestje van jewelste met het Israëlische Balkan Beat Box in de warme vooravond. In tegenstelling tot Les Blérots De R.A.V.E.L gisteren, brengen de Israëliërs meer hedendaagse Balkan: veel snelle tempowisselingen, veel stampende voetjes en wilde danspassen. Gypsy punk, zeg maar, waar de invloed van medestichter en ex-Gogol Bordelloman Tamir Muskat misschien voor iets tussen zit. Niet altijd even boeiend, maar deze set van een uurtje duurt precies lang genoeg. Het kleurrijke collectief heeft zijn naam dan ook hoegenaamd niet gestolen: heel veel beats, in elkaar gebokst met nog veel meer Balkan. Pure energie.

Was dag twee er eentje van nostalgieacts, dan is het trefwoord van dag vier "woestijnrockers". Een paar uur na Tinariwen is het immers aan Giant Sand om een uur lang zijn eigen Amerikaanse invulling van dat begrip te demonstreren. Onze favoriete cowboy Howe Gelb en zijn band doen dat lang niet slecht: van bij opener "Without A Word" hangt er een warme, gloedvolle sfeer in de wel erg lege Clubcirquit Marquee, en het erg Amerikaans aandoende geluid maakt dat we ons in één of andere saloon waren — zeker tijdens een honky tonk-versie van Johnny Cash-classic "Folsom Prison Blues". Lichtjes hilarisch moment: Gelb die er als verontschuldiging "Pardon my French" uitflapt, en dan beseft dat dat op Dour nogal onnozel klinkt.

Giant Sand kiest vanavond voor een heel volle klank, dankzij de drie gitaren die tegen en met elkaar spelen, waarin zowel ruimte is voor stevige rock-’n-rollsolo’s als voor een hartverscheurend rondje lap steel (in één van de veelbelovende nummers die het beste doen vermoeden voor de nieuwe plaat). Hier is een bende klassemuzikanten aan het werk, en zelden zagen we een meeslepender verhalenverteller dan Gelb. Een onbetwistbaar hoogtepunt.

Ghinzu dan, met een dankbare plek op de affiche als een van de afsluiters op het hoofdpodium. De Waalse helden doen hun naam van eclectici opnieuw alle eer aan: een elektronische geluidsmuur op zijn Muse, flarden glamrock hier en daar, een vleugje Daft Punk en catchy riffs, aangevuld met wat pianovirtuositeit. Een niet erg verrassende set, maar Ghinzu strooit gelukkig wel kwistig paradepaardjes "Cold Love", "Take It Easy" en publieksmenner "Do You Read Me" in het rond.

Veel kleine hoogtepunten in deze strakke set, dus, maar we missen toch een echte climax waar een band van dit kaliber eigenlijk toe in staat moet zijn. Sneu ook dat door het voor de zoveelste keer erg ondermaatse geluid veel goeie songs verdrinken in doffe bassen en ander loos lawaai. De groep laat het niet aan zijn hart komen en springt stevig en energiek rond op het podium, wat eigenlijk ook een samenvatting van dit optreden is. Puik werk, niet meer en niet minder.

Over naar die andere afsluiter in de Marquee: de immer vrolijke Devendra Banhart, die met zijn blijmoedige freakfolk voor een van de laatste echte feelgood momenten op Dour 2010 moet zorgen. Voor de gelegenheid wordt de vertrouwde Jezuslook ingeruild voor — al zijn de meningen van (jla), (mvs) en (lt) daarover verdeeld — die van een uit de jaren zeventig weggelopen pornoster.

Banhart en zijn uitstekende band weten tijdens het vooropgestelde uurtje een paar feestmomenten te creëren: een uitbundig met de schitterende cover van Taylor Daynes "Tell It To My Heart" — een song "for your mom, my mom, for everyone" — een zwoel met "Carmensita" en een ingetogen met het prachtige "Seahorse". De groep slaagt erin om ieders hippiehart nog eens flink te doen ophalen en dus verlaten we met een gelukzalig gevoel de Marquee, vergezeld door een jolige "joepie" en een "hoezee". Hoezee!

ImageOmdat Devendra Banhart zo sterk bezig is in de Clubcirquit Marquee, pikken wij slechts het laatste halfuur mee van nostalgieact nummer zoveel: de garagebompa’s van The Sonics. Maar wát voor een halfuur: de heren razen door hun oeuvre als waren het nog steeds de jaren ’60 (de band hield ermee op in 1968 en staat sinds drie jaar weer op de planken), en de songs klinken nog altijd even rauw, niet in het minst dankzij de woeste, jankende zang van Gerry Roslie en kleine schreeuwlelijk Freddie Dennis (die origineel lid Andy Paripa vervangt).

Dit is rock-’n-roll in z’n meest onversneden vorm, variërend van melodieus, "twist and shout"-achtig gerammel in "Psycho" tot vuil en vettig rammen in "Louie Louie". Hoogtepunt is — niet geheel onverwacht — de absolute killersong "Strychnine" (dat orgeltje!), hier in een extra lange versie waarin Larry Paripa en Rob Lind op gitaar en saxofoon soleren alsof hun leven er van af hangt. Die saxofoon is overigens aanwezig in zowat ieder nummer, en in tegenstelling tot eerdere berichten, is het níet enkel Bruce Springsteen die zoiets tot een goed einde brengt. Het zwaarst rockende feestje van dit weekend mag met andere woorden toegeschreven worden aan de bejaardste band van het festival. Straf.

Een bompaslot dus voor een Dour dat zijn dosis nostalgieacts wel had, maar ook de gezochte portie ontdekkingen serveerde. Je voelde dat er werd gezweet onder de afwezigheid van headliners en het feit dat Pitchforkfestival heel wat boeiende Amerikaanse acts in hun thuisland houdt — het zorgde voor 15.000 bezoekers minder dan normaal —, maar dat doet het festival zijn identiteit krachtiger onderlijnen. Complimenten overigens voor de organisatie die een pak beter werd aangepakt dan we gewoon waren. Bovendien blijft Dour qua sfeer niet te evenaren — we hopen dan ook hier ooit Herman en Chokri driftig nota nemend te zien rondlopen. Nu enkel nog die luide sponsorstands het zwijgen opleggen en zeker op de Last Arena voor een beter geluid zorgen dan de treurnis dit jaar, en we zijn er ongeveer.



[jla], [lh], [lt] en [mvs] | foto's wannabes.be
21 July 2010


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com