Jazz Middelheim, 13 augustus 2010, Park Den Brandt |
|
|
|||
|
Na de wat teleurstellende openingsdag was het bang afwachten of Dag 2 beterschap zou brengen. Achteraf zou blijken dat vrees voor een herhaling overbodig was, want als elk jazzfestival dit niveau zou halen, dan deden we niets anders dan van hot naar her rijden om niets te moeten missen. Twee Amerikaanse veteranen en een Vlaamse avonturier zorgden met hun bands voor een mooie dag met veel afwisseling. ![]() Jeroen Van Herzeele (foto) draait al zo lang mee dat je amper kan geloven dat hij nog maar 44 is. Was hij vroeger vooral een echte sideman, dan staat hij steeds nadrukkelijker te spelen in de rol van frontman. Na het opgedoekte Greetings From Mercury was het tijd voor iets anders, een leemte die werd opgevuld door zijn eigen kwartet. De band die aantrad, met naast Van Herzeele ook Giovanni Barcella (drums), Fabian Fiorini (piano) en Jean-Jacques Avenel (bas), bracht vorig jaar het uitstekende Da Mo uit, een Vlaamse free jazzrelease die zonder blozen naast het werk van de buitenlandse geweldenaars kan staan. Het kwartet opende traag en elegisch, met Avenel die z’n bas mooi liet zingen en Van Herzeele die eenvoudige melodische motieven speelde. Daaronder zorgden Fiorini en Barcella voor een aanhoudende rumoerigheid, aanvankelijk bedeesd op de achtergrond, daarna steeds woeliger en nadrukkelijker. Het oudere nummer “Song For Xero” deed het concert pas echt openbarsten, en riep de geest van de latere Coltrane op. Barcella weerde zich daarbij niet als Elvin Jones, maar als Rashied Ali, met een sterke, ongedurige puls, terwijl Van Herzeele het op een janken en huilen zette. Donkere, dramatische gevoelsmuziek vol innerlijke onrust. Ook imposant was hun daaropvolgende versie van Steve Lacy’s “As Usual”, waarin een hoofdrol was weggelegd voor Avenel, die jarenlang aan de zijde van de Amerikaanse sopraansaxvirtuoos speelde. Zijn lange bassolo verkende een immens breed scala aan nuances, en vond enkel z’n gelijke in het steeds transformerende drumspel van Barcella. De klaterende, percussieve stijl van Fiorini leverde in combinatie met Van Herzeele’s slepende interventies een mooie stijlbreuk op. Redelijk veeleisende muziek als opener, al werd de taaiste brok, een versie van Coltrane’s “Leo”, bewaard tot het laatste. Een aantal gezichten in het publiek keek bedenkelijk, maar wij hoorden Van Herzeele resoluut kiezen voor de extase en de catharsis, en dat via collectief gedonder en uitgelaten kreten van inspanning en emotie. Niet het hele concert droeg die bijna ondraaglijke spanning in zich, maar het scheelde niet veel. Dag 2 begon indrukwekkend. Ahmad Jamal (geboren als Freddy Jones) is intussen 80, maar dat zou je ‘m absoluut niet geven. Zo ingetogen en krampachtig de acht jaar jongere McCoy Tyner speelde, zo krachtig en viriel speelde deze pianist. Het was ook mooi meegenomen dat de sound uitstekend zat en in het voordeel van de expressieve ivoorklopper. Die werd in het verleden even vaak verguisd als geprezen. Voor de ene een excentrieke leermeester met een grote invloed (Miles Davis en Keith Jarrett rekenden zich tot de fans), voor de ander een veredeld nachtclubpianist. Die reputatie zal alvast te maken hebben met het feit dat ’s mans bekendste plaat (But Not For Me, uit 1958) daadwerkelijk opgenomen werd in een lounge bar. Wat er ook van zij, Jamal was gefundenes fressen voor dit festival. Zijn nummers zijn stuk voor stuk erg toegankelijk, zeer melodieus en zetten meteen aan tot meewiegen. Hij werd daarbij geruggensteund door een uiterst functionele band met een sterk stuwende bassist (James Cammack), een explosieve drummer van de Max Weinberg-school (Herlin Riley) en een excentrieke percussionist (Manolo Badrena), die zo weggelopen leek uit The Fresh Prince Of Bel-Air. Gedreven en goedlachse muzikanten die Jamal steeds dirigeerde, al was dat eigenlijk overbodig. Spontaniteit was in deze composities eigenlijk van ondergeschikt belang; alles draaide immers om duidelijke structuren, strakke wendingen en spelplezier, waarbij vooral werd geplukt uit zijn laatste (“Tranquility”, “After JALC”) en iets oudere albums (“Topsy Turvy”, “Swahililand”). Guy Peters | foto's Jos L. Knaepen
15 August 2010 |
Meer Jazz Middelheim
Meer live
Meer op Goddeau.com
|
||



