Jeroen Janssen :: ''Ik moet afstand nemen voor ik over mijzelf kan schrijven''

Jeroen Janssen :: ''Ik moet afstand nemen voor ik over mijzelf kan schrijven''  
Print
    
Pagina 1 2 3

"Sommige verhalen veranderden van richting door die wisselwerking: in Een Nachtegaal in de Stad had ik op een bepaald moment een katje getekend omdat ik vond dat dat in het decor paste. Maar voor Pieter vormde dat een probleem omdat dat niet in de rest van zijn verhaal zou passen. Die vrouw kon dan immers onmogelijk haar huis verlaten zonder dat ze iets zou regelen voor die kat. Ik zei tegen Pieter dat ze dat katje dan maar moest meepakken. Wat ze dan ook gedaan heeft. En dat katje is goed terecht gekomen. (lacht)"

"Wat ik belangrijk vind, is dat strip iets persoonlijk vertellen, niet van die gefantaseerde fabeltjes. Er moet iets meer in zitten. Zelfs al haalt Pieter iets uit zijn fantasie, dan probeer ik daar toch iets meer in te steken door de tekeningen of tussen de regels."

Image

"De stijl van mijn tekeningen laat ik altijd bepalen door het verhaal en de sfeer. De verhalen van Klaarlichte Nacht zijn de voorbije twee, drie jaar op verschillende tijdstippen gemaakt en ademen dan ook verschillende sferen uit. We vonden wel dat ze bij elkaar pasten. Het laatste verhaal hebben we speciaal gemaakt met het idee dat we al drie verhalen hadden die bij elkaar pasten. Ik weet eigenlijk niet meer helemaal hoe het gelopen is: ik had veel verhalen liggen, met sommige was ik al bezig, anderen lagen al klaar, zo is het ongeveer gegaan denk ik."

"Het is misschien geen toeval dat het eerste verhaal qua uitzicht doet denken aan middeleeuwse camaieu-houtsneden. Ik had die techniek ook al toegepast aan Sint-Lukas toen ik met houtsneden bezig was. Het is een mooi effect, dat wit op een gekleurde ondergrond. Het is vooral de keuze van kleur of papier die de sfeer van een verhaal bepaalt. Concreet voor het laatste verhaal van de bundel, November, dat zich voor het grootste gedeelte ’s nachts afspeelt in een bos: omdat het dan toch behoorlijk donker mocht zijn en de sterren moesten doorkomen heb ik het op donkerblauw papier getekend."

"Doet het eerste verhaal je wat denken aan Yslaire en Baudoin? Tja, van Yslaire heb ik nog niet zoveel gelezen, maar ik vind hem wel goed. Van Baudoin lees ik bijna alles. Hij is een van de weinige tekenaars die ik echt volg. Ik koop niet zoveel strips. Ik ben zeker geen verzamelaar die alles leest wat uitkomt."

"Soms kan ik erg snel tekenen, soms kan het heel lang duren. Het hangt af van mijn stemming, of ik op dreef ben, of er niet te veel andere dingen in mijn hoofd omgaan… Het kan zijn dat ik zodanig op een prentje aan het zweten ben dat ik er tien versies van kan maken zonder dat ik tevreden ben. Maar soms vliegen de pagina’s er zo uit dat ik op één maand drie pagina’s in potlood heb."

"Ja, soms krijg ik complimenten van collega’s. Het mooiste was dat van Joost Polman van de Haarlemse Stripdagen die iets over mijn eerste album schreef in een boekje over strips over Afrika. Dat ging vooral over de inhoud van het boek en later kreeg ik ook een tekst van Filip Reyntjens, professor en Ruandakenner, onder ogen. Ook hij sprak enkel over het verhaal en niet over de tekeningen natuurlijk. Maar daarover krijg ik soms ook wel eens flatterende vergelijkingen te horen."

"Internationale erkenning? (peinzend) Dat zou mooi zijn. Ik denk dat het nodig is als ik er een beetje inkomen aan wil overhouden. Want het is mooi zo hele dagen zitten tekenen, maar ik heb twee kinderen die naar school moeten en moeten eten. Mijn vrouw werkt wel en ik werk daarnaast ook in een bibiliotheek, maar ik zou wel graag een beetje inkomen uit mijn strips krijgen."



Matthieu Van Steenkiste | foto's Gert Schuyten
1 April 2002


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com