Waarom u het Peter Brötzmann Chicago Tentet niet mag missen |
|
|
|||
|
Op donderdag 28 april landt Brötzmanns tot de verbeelding sprekende grote ensemble nog eens op Belgische bodem. Voor een handvol liefhebbers van avant-jazz en vrije improvisatie staat deze datum al langer aangevinkt met een rood kruisje, maar waarom zou u het ook eens niet proberen?
Sta ons toe om u vijftien redenen te bezorgen waarom u dit niet mag missen: 1. Het Monster, Peter Brötzmann. Zeventig is hij intussen en toch blijft het iedere keer een belevenis om dit ‘Monster van Wuppertal’ aan het werk te zien. Het ultieme voorbeeld van het buikgevoel en het geweld binnen de jazz. Zijn eenheid is die van de ademstoot, de vermorzelende power, de rooddoorlopen ogen. 2. De Troonopvolger, Mats Gustafsson. De Brötzmann van Scandinavië. Komt vanuit de punk en dat valt eraan te horen. Weinigen spelen zo sterk op instinct als deze kloeke Zweed. Weinigen leggen zo’n bereidheid aan te dag om grenzen te blijven verleggen. 3. De Analist, Ken Vandermark. De pot op met Wynton Marsalis. Vandermark is een van de meest complete artiesten van zijn generatie: een sterke componist/muzikant en rusteloze experimentalist die constant op zoek gaat naar nieuwe uitdagingen en speelpartners. 4. De Sfinx, Joe McPhee. Ouderdomsdeken en een icoon van de improvisatie. Zowel op de saxen als op de trompet een meteen herkenbare stijl. Een zeventiger die zelfs de jonkies nog van het podium speelt. Vervult bij het Tentet een eerder subtiele rol. 5. De Clown, Johannes Bauer. Duitse trombonist die steevast voor een koldermoment zorgt met z’n theatrale uitbarstingen, sputterende experimenten en goofy humor. Zorgt tijdens elk concert voor minstens één schuddebuikmoment. 6. De Swinger, Jeb Bishop. Mooie tegenhanger voor Bauer. Oudgediende van The Vandermark 5 en een trombonist die ongemeen hard kan swingen en een attack heeft die zelfs menig saxofonist schrik aanjaagt. 7. De Onbekende, Per-Ake Holmlander. Valt als tubaspeler vaak buiten het plaatje, maar weet met z’n verrassende flexibiliteit toch steeds een boeiende draai aan de muziek te geven. 8. De Pedaalman, Fred Lonberg-Holm. Virtuoze cellist die het niet moet hebben van vingerbrekende hoogstandjes, maar heil zoekt bij het rotzooien met textuur. Zorgt vaak voor het rock/noise-element door de gierende effecten die hij creëert met z’n effectpedalen. 9. Het Anker, Kent Kessler. Al twee decennia een vaste waarde binnen de Chicago-scène en sinds 1997 al de woelige ruggengraat van het orkest. Stugge no nonsense-bassist. 10. De Colorist, Michael Zerang. Een eclectisch drummer met een indrukwekkend oog voor nuance en inzicht in de klankmogelijkheden van zijn instrument. 11. De Geweldenaar, Paal Nilssen-Love. Een regelrechte natuurkracht. Hardklopper bij talloze projecten en misschien wel de motor bij uitstek binnen dit ensemble. National Geographic zou eens een docu moeten wijden aan dit fenomeen. Guy Peters | foto's 1: Peter Gannushkin - 2. Ziga Koritnik
20 April 2011 |
Meer Brötzmann Peter
Meer artikels
Meer op Goddeau.com
|
||



Sinds 1997 staat dit oorspronkelijk achtkoppige ensemble garant voor topimprovisatie die heen en weer zwabbert tussen mooi verweven ensemblespel en furieuze collectieve uitbarstingen. Als deze muzikanten samen beslissen om op het pedaal te gaan staan, dan leidt het tot het meest opwindende kabaal vindbaar: een kolkende lavastroom van geluid die vanuit schijnbare willekeur resoluut gaat voor maximum impact. Het is zeker niet bestemd voor volk dat jazz beschouwt als een stijlvol accessoire (tot op Gent Jazz, vrienden!), maar er is ook veel meer aan de hand dan bruut geweld, want met deze elf (dat van dat Tentet is al een hele tijd een leugen) virtuozen kom je vaak ogen en oren te kort. En hoewel slechts één muzikant jonger dan veertig is, blijft deze band elke keer even fris en radicaal klinken.