DOSSIER BRITPOP 3: Knebworth, Oasis wordt even de grootste band ter wereld, en verknalt dat meteen |
|
|
|||
|
"The funny thing is, that fucking mouthing off three years ago about how we were gonna be the biggest band in the world, we actually went and done it. And it was a piece of piss." Noel Gallagher wond er in de nabeschouwing op de twee massaconcerten in Knebworth geen doekjes om. En toch zouden die twee optredens voor in totaal meer dan een kwart miljoen mensen ook het begin van het einde inluiden.
Als een raket was Oasis dan ook door het zwerk geschoten in de tweede helft van 1995. Goed, de eerste ronde was er eentje voor Blur geweest, maar dat "Country House" die zomerse singlesrace had gewonnen, werd snel vergeten toen moederalbum The Great Escape slechts half zoveel bleek te verkopen als (Whats The Story) Morning Glory? van zijn grote concurrent. Damon Albarn bleef steken in de eerste klasse, en Oasis stoomde door naar de Premier League, waar enkel de heel groten mogen verblijven. Zeker toen het pakkende "Wonderwall" op single verscheen, ergens in de herfst van dat jaar, was het hek van de dam. Pubers, rockers, huismoeders en fabrieksarbeiders, ze floten samen slechts één catchfrase: "Maybeee, youre gonna be the one that saves meee". In zijn slipstream sleurde het nummer zeven oude singles de Top 100 in. En dat nieuwe publiek trok en masse naar de concerten. In november 1995 speelde Oasis op twee avonden in het Londense Earls Court voor een verbluffende 80.000 man. Gitaarsolos en vuurwerkDe vraag was: kon het nog groter? Zich bewust van het moment, zocht de groep naar een antwoord. Een groot openluchtconcert in de zomer van 1996 leek hen wel iets. Het werd Knebworth, een klein gat boven Londen met een geschiedenis van goeie openluchtconcerten die terugging tot The Alman Brothers. Daar, op het domein van Knebworth House, zou Oasis in de voetsporen van Queen, Led Zeppelin en The Rolling Stones stappen, als de rock royalty die ze waren geworden. En dus mochten nog wat records sneuvelen: de strafste versterkingsinstallatie werd gehuurd, de grootste videoschermen geïnstalleerd en meer dan 250.000 tickets werden verkocht voor twee avonden waarop ook nog Kula Shaker, Manic Street Preachers, The Prodigy en een handvol mindere goden zouden aantreden. En of de Britten er bij wilden zijn. Maar liefst drie miljoen mensen één op twintig inwoners probeerden een ticket te scoren. Prijzen op de zwarte markt swingden de pan uit tot een stevige 300 pond en eenmaal binnen kon de fan rekenen op gigantische files voor hij zijn voorraad lauwe pils had. Maar eenmaal Oasis het podium zo luid innam dat zelfs de vogels uit de eeuwenoude eiken opvlogen we parafraseren hier even wat ooggetuigen maakte dat allemaal niet veel uit. Dat John Squire, de notoir teruggetrokken stergitarist van The Stone Roses, mee wilde komen spelen op "Champagne Supernova", kon zelfs Noel Gallagher niet bevatten. "Fucking hell wat een massa", riep Liam van de ene kant van het podium. "Maakt niet uit, kijk liever wat hij daar uit zijn instrument aan het halen is!", klonk het vol ongeloof van de andere kant. En zo eindigde Knebworth in een triomfantelijke wolk gitaarsolos en vuurwerk. Oasis had zijn Moment, mét hoofdletter. "Eén grote rave, nooit meer te herhalen in de geschiedenis van de mensheid. Knebworth was gewoon mooi; al die mensen op XTC en wat weet ik nog allemaal… geweldig", juichte Liam Howlett van The Prodigy jaren later. Nicky Wire van Manic Street Preachers klinkt niet minder onder de indruk: "Ik ben er niet zeker van of Oasis op dat moment besefte wat het deed. Hét moment was ongetwijfeld toen John Squire meespeelde. Het leek alsof de grote Maffia Van Manchester samenkwam." En Martin Carr van Boo Radleys vatte het misschien nog het beste samen, op zijn eigen droge manier: "Iedereen hield die zomer van Oasis. Behalve Blur". 6 July 2011 |
Meer Oasis
Meer special
Meer op Goddeau.com
|
||



"This is history", brulde Noel Gallagher die avond van 10 augustus 1996 toen hij de 165.000 man voor de goede orde: dat is ongeveer Werchter,