Jazz Middelheim, 12 augustus 2011, Park den Brandt |
|
|
|||
|
Berichten à la “Zwaarbewolkt vanuit het westen, met lichte regen of motregen”. Autosnelwegen die dichtgeslibd waren als de beklagenswaardige aderen van een verstokte hamburgervreter. Een alarmerend gebrek aan zomerse outfits bij de bezoekers. Jazz Middelheim 2011 ging van start onder een onheilspellend gesternte en maakte meteen een wisselvallige eerste dag mee. ![]() Met de old school jazz van het Brussels Jazz Orchestra en Toots Thielemans leek deze dag in eerste instantie vooral gefundeness Fressen voor de liefhebbers van het traditionele werk die weten waar ze voor komen en ook verwachten dat ze dat krijgen. Dat is dan buiten festivalopener Trio Grande & Matthew Bourne gerekend, want die vier muzikanten maken er een erezaak van om zich niet in een dwangbuis te laten stoppen. Op hun recent uitgebrachte Hold The Line! brengen ze niet alleen ongebruikelijke klankencombinaties tot stand waarbij de Fransman Laurent Dehors zowat de hele klarinet- en saxofoonfamilie benut en Michel Massot uitpakt met hoogstandjes op (bas-)tuba en trombone, maar worden ook stilistisch vele wateren doorzwommen. Ook live was dat meteen het geval. Een stijletiket kleven op dit kwartet is onbegonnen werk. Het trio startte zonder Bourne, speels en zonder al te veel omwegen, waarbij Dehors slapping-geluiden maakte op z’n klarinet en Massot ronkende geluidsgolven uit z’n instrument perste met een steeds dwingender ritmisch karakter. Dat hij vaak de swingende baspartijen voor z’n rekening neemt bezorgt de muziek meteen een toegankelijkheid en robuuste gedrevenheid. Voor “BDK Theme” uit hun recente plaat kwam er meteen al wat meer animo in de set, met een zwierig thema en een paar krachtige, kermisachtige uitspattingen. Met Bourne erbij ging de excentriciteit nog eens omhoog, al heeft de pianist zich erg goed geïntegreerd binnen de groep. Hun composities drijven vaak op redelijk eenvoudige motiefjes en ideeën, die soms met een kinderlijke directheid gebracht worden en dan weer voortdurend blijven ontglippen. Die aaneenschakeling van vrij korte, losstaande stukken zorgt ervoor dat de band het eerder moet hebben van contrastwerking dan van een overkoepelende spanningsboog. Dat zorgde er ook voor dat de spanning al snel begon af te nemen, zeker omdat de vonk zelden écht oversloeg. Er was wel dat ene moment toen de drie haast metalterritorium op gingen met een diep beukende collectieve sound, maar toch bleef hun eclecticisme, met die cartooneske spelletjes en zeldzame momenten van schoonheid en melancholie, soms wat ter plekke trappelen, miste het baldadigheid en kon net niet genoeg boeien om 75 minuten te vullen. Trio Grande & Matthew Bourne was een degelijke opener, al hadden we eigenlijk verwacht dat de lat nog hoger gelegd zou worden door deze kleppers. En eerlijk is eerlijk: de zuivere klasse van Bert Joris en het Brussels Jazz Orchestra walste zo over de opener. Het vorige album Signs And Signatures is intussen al een jaartje uit, maar gewapend met een resem nieuwe arrangementen traden de solotrompettist en zijn XL-backing band aan met de gedrevenheid waar ze bekend voor staan. Vanaf opener “Sundown” zat het allemaal goed: de band, onder leiding van saxofonist/fluitist Frank Vaganée, is een geoliede machine die teert op souplesse (geen kleine prestatie voor zo’n kolos) en veelzijdigheid. Hoor je ze het enige moment elegante, lijzige ballroomjazz spelen, dan kunnen ze net zo goed uitbarsten in vreugdevol pompende big bandjazz die spettert en knettert. En vooral: terwijl het klassieke big band-formaat doorgaans z’n impact maakt binnen de 3-4 minuten durven deze kerels en dame (pianiste Nathalie Loriers) gerust een kwartiertje doorgaan zonder de rode draad uit het oog te verliezen. Guy Peters | foto's Geert Vandepoele
13 August 2011 |
Meer Jazz Middelheim
Meer live
Meer op Goddeau.com
|
||



