J.J. Cale :: To Tulsa And Back |
|
|
Onvoorspelbaar voor weermannen als Eddy De Mey (zatte Eddy voor de meesten), maar toch: het regent comebacks dit jaar. Of de nieuwe cd van J.J. Cale ook deel uitmaakt van de bui valt te betwijfelen. Deze slome troubadour mag het namelijk graag rustig aan doen. En zo klinkt To Tulsa and back ook: loom als een briesje op een zomerse avond.
Immers, wie maalt er nu ook om acht jaar waarin hip of trendy zelfs nooit in de buurt van Cales woordenboek zijn geweest? Voor To Tulsa And Back stapte hij in zijn pick-up, reed van de Californische woestijn back to the old house en vond hetzelfde groepje vrienden waar hij zon veertig jaar geleden de bars mee afschuimde. Het zou ons niet verwonderen mochten ze nog op dezelfde barkruk gezeten hebben toen Cale binnenwandelde. Deze keer hielden de zestigers een barbecue en huurden voor een weekje een studio. Het spelplezier spat dan ook gezapig uit de boxen en doet ons verlangen naar een weidse prairie, een voorbijdwarrelende strobaal en een gammele schommelstoel op de front porch. De limonade is ijskoud en er wordt met tabak gespuwd terwijl de zon ongemerkt probeert te verdwijnen aan de horizon. We voelen ons net een goedgezinde Grandpa in Neil Youngs Greendale. Het merendeel van de songs op To Tulsa and back pendelt moeiteloos tussen blues en country. Tulsa ligt dan ook pal in het centrum van Oklahoma, waardoor de blues uit het Oosten komt aanwaaien en de country passeert via het Westen. Een scheut jazz erbij en de sound van J.J Cale lijkt een definitie, die ook voor collegas als Clapton en Knopfler valabel lijkt. Opener "My Gal" is zon leuke symbiose tussen wiegende country en slome blues. De gedrogeerde gal in kwestie blijkt niet van rozen en parfum te houden, maar tegen een fikse beurt en slapen tot in de late namiddag zegt ze niet neen. Het plagerige "Diamonds Are A Girls Best Friend" wordt even aangehaald in het aardig huppelende "Chains Of Love": een trompet komt af en toe stotend om de hoek piepen en Cale ziet zich achtervolgd door allerlei liefdes uit het verleden. Een typische Cale-solo verdrijft alsnog het ongemak.
Een enkele keer heeft de Okie man het over wat politiekere themas. De protestsong "Stone River" schreef hij voor een benefiet-cd ten voordele van Earthjustice en in "The Problem" hekelt Cale de wandelende verspreking die schuilgaat achter George W.: The man in charge he dont know what hes doing /he dont know the world has changed. Struikel daar maar eens over, Mijnheer De President. Het zeer mooie "Homeless" doet ons verder wat aan John Hiatt denken en in het perfect getitelde "Blues For Mama" treurt de gitaar om moeder, die er al een tijdje niet meer is. Op "Rio" nemen Cale en zijn muzikanten even een zijweg, domineren Braziliaanse klanken en stijgt de temperatuur een beetje. Er mag geheupwiegd worden tot het hoolah hoolah-rokje in het water belandt. Een "Yeeha!" kunnen we verder niet onderdrukken wanneer Cale op afsluiter "Another Song" wat op een banjo tokkelt en schommelend verder mijmert over vroeger. Clapton zal niet nog maar eens een cover opnemen, maar de schrijver van "Cocaine" en "After Midnight" komt er zo ook wel. Zijn tempo is ons tempo. Ook al is de limonade op en werd er net een onoplettende cowboy bedolven onder het spuug. 9 augustus 2004 |
Meer J.J. Cale
Meer recensies
Meer op Goddeau.com
|
||


