Kings Of Convenience :: Quiet Is The New Loud

Kings Of Convenience :: Quiet Is The New Loud  
Print
    

Vrijdagavond, 20:09. Treinreis van punt A naar punt B. Een wagon vervuld van kleffe warmte. Rumoerige scouts vullen de coupé met de grootste vertellingen, foute moppen en pril gelach. Een cd verdwijnt in de diskman en de intimistische vertelsels van de Kings of Convenience scheppen een betere atmosfeer.

Image

Quiet Is The New Loud heet hun debuutschijf. Eirik Glambek Bøe en Erlend Øye leven er zich ten volle uit met een minimum aan middelen, vertrouwend op het principe "minder = meer". De instrumentatie beperkt zich tot een mondharmonica, gitaar, piano en hier en daar een blazer of strijker. Verder zijn het de wondermooie, harmoniërende stemmen van de twee Noren die dit tot een prachtdebuut maken.

In tegenstelling tot wat hun naam doet vermoeden is dit geen hapklaar entertainment. Integendeel zelfs. De Kings of Convenience doen wat vele anderen al lang niet meer durven doen: een album maken over de goeie, ouderwetse liefde met alle hartenpijn die daarbij komt kijken. Quiet Is The New Loud staat bol van liefdesverdriet, melancholie en tristesse. Dit is voer voor neo-romantici, voor zij die houden van intimistische verdrietjes en relativerende blijheid.

Quiet Is The New Loud wordt kalmpjes ingezet. "Winning A Battle, Losing The War" is eenvoudig opgebouwd in perfecte tweestemmigheid, ondersteund door wat gitaarakkoorden. De tactiek is echter des te meer doeltreffend: voor je het weet, word je voor een goeie vijfenveertig minuten meegevoerd doorheen een universum van kabbelende, troostvolle melodieën. Net zoals dat voor de rest van de plaat zal gelden, klinken de lyrics als "Even though I’ll never need her/Even though she’s only giving me pain/I’ll be on my knees to feed her/Spend a day to make her smile again" bloedeerlijk en bijwijlen vertederend optimistisch.

Dat de Noren ook over nogal wat pit beschikken, wordt meteen duidelijk in "Toxic Girl". Een stel gemoedelijke gitaartjes vertolkt relativering, op de wijze zoals voordien enkel Belle & Sebastian dat konden. De gevoelige singer-songwritersfeer komt dicht in de buurt van boegbeelden als Nick Drake of Simon & Garfunkel. Bøe en Øye vergapen zich niet aan grootse tragedies, maar bezingen hun verdrietjes integer en matuur. De manier waarop ze dat doen, kan haast niet anders dan een sympathiserend glimlachje aan de toehoorder ontstelen — zoals het echte gentlemen betaamt.

De songtitels klinken bescheiden in de oren als "I Don’t Know What I Can Save You From", "Failure" of "The Weight Of My Words". Even intelligent en poëtisch zijn de lyrics, zo wordt de toehoorder in "Failure" getroost met de volgende woorden: "Failure is always the best way to learn/Retracing your steps until you know/Have no fear your wounds will heal."

Hoogtepunt van de cd is zonder twijfel afsluiter "Parallel Lines", een song over twee geliefden die de juiste golflengte maar niet weten te vinden. De stemmen van de KOC klinken er charmanter dan ooit, terwijl de lyric "What immaterial substance envelopes two/That one perceives as hunger and the other as food." zowat het midden vindt tussen inzicht en mentale voldoening.

Quiet Is The New Loud klinkt als een gebroken hart onder een tintelend lentezonnetje, een ode aan de tristesse, een prachtig staaltje verzoening met wat menselijke gevoeligheid heet.

1 December 2001


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com