Pukkelpop 2004 :: Slechte Belgen, goeie Belgen |
|
|
|||
Dag 2: De Bez in elk van onsVroeg op want in de Club zijn een paar hele goeie bandjes er behoorlijk vroeg bij. Dag twee wordt een uitputtingsslag van jewelste, maar stelt ons niet teleur: maar liefst twee exclusieve gastoptredens zijn ons deel en we leren bij dat oude liefdes nooit zullen roesten. Niets gaat boven Greg Dulli en zijn scheurende "baaaaaaaaabyy". "Er zit een Bez in elk van ons", beweert (jd) al even en ook De Portables zijn die mening toegedaan: tijdens het nieuwe nummer "Vegetarian Barbecue" introduceren ze hun eigen "Shaker-Shaker Man" en ze bewijzen en passant ook de beste coverband van deze contreien te zijn. Met het grootste sérieux krijgen we "Maniac" van Michael Sembello voorgeschoteld en weet u wat — maar vertel het niet verder — uw (mvs) stond te shaken als een welgevulde cocktail. Waarlijk: dat van die Bez is niet gelogen. Aangezien het volgende concert dat we wilden zien ook in de Club was, draaiden wij ons gewoon om en volgden Silverene op het hoofdpodium. Ons leven zal nooit meer hetzelfde zijn nu wij zanger Freddie DiBono de platenfirma, TMF en Studio Brussel hoorden danken. Slechts één keer werden we ooit nóg misselijker: toen Chad Kroeger van Nickelback twee jaar geleden blafte: "and at the count of three, i want you to shout ’thank you MTV’". En dan moest die slechte versie van "Go Your Own Way" nog komen. Op "The Young Machines" doet Marc Bianci van Her Space Holiday het verslag van een behoorlijk deprimerend jaar. Opdat ons echt geen detail zou ontgaan komt hij dat ook live nog eens uitleggen met een bassist en drummer onder de arm. Hoewel er nog veel op tape staat, klinken "Something To Do With My Hands" en "Girl Problem" een stuk steviger. Minder dromerig dan de cd, minstens even goed. Wij blijven erbij: u zou deze man wat inniger aan de borst mogen drukken. In eigen gouw ten dans spelen en niet veel meer dan een halfuur toegewezen krijgen: het kan verkeren. Mauro Pawlowski hoeft zich met zijn indrukwekkend palmares niet langer te bewijzen, maar deed het toch even voor de non-believers. Dit aan de hand van een retestrakke set waar kwistig met knoerten van songs en knipoogjes gestrooid werd. U stampte mee op Mauro & The Grooms én Evil Superstars én Mauro én Somnabula nummers zonder dat u tijd had om te beseffen welk nummer bij welke naam hoorde. Knap! Terwijl we langs het hoofdpodium passeren, hebben wij toch één woord veil voor Bloodhound Gang: "Vetzakkeuuuh!". Joanna Newsom leek rechtstreeks overgebracht vanuit de Efteling. Knalrode lippen, mystiek ornament op de hersenpan en vooral: een gigantische harp, die ze meermaals als piano deed klinken. En dan die stem. "Björk meets An Pierlé", hoorden wij naast ons, maar wij dachten eerder aan een goedgeluimde Cat Power die van de helium heeft gesnoept. Haar debuut The Milk-Eyed Mender ligt blijkbaar al even in de rekken, en kan niet snel genoeg naar die van ons verhuizen. Koen Buyse van Zornik mocht vandaag een stuk later opstaan dan bij zijn passage op Wercher. En toch bleef hij een gezeur van jewelste voortbrengen. Ach, het bleek gewoon hun standaard set. De mannen van El Gran Silencio hadden zo uit een Mexicaanse gangsterfilm kunnen komen, en zodra ze hun accordeons of trompetten ter hand namen, barstte al vroeg in de middag een heerlijk feest los. Chokri stond in de coulissen mee te kijken en zag dat het goed was. Ondertussen probeerde Devendra Banhart een intimistische set neer te zetten in de Château. Op voorhand al een verloren strijd: Banharts subtiel gitaargetokkel was niet opgewassen tegen de potige stonerrock van Auf der Maur. "I don’t play rock ’n roll!", krijste Devendra en even leek de man Chokri te verfoeien hem hier neergepoot te hebben. Zaterdag 16 oktober krijgt hij herkansing in Zaal België, Hasselt. Dan hoort u het meisje dat rechts op het podium zat (de helft van CocoRosie en na haar werkuren vriendinnetje van Banhart) ook eens aan het werk. Elbow bleek live een even grote rariteit als op plaat. We zagen een goed gevulde Marquee instemmend meeknikken op inventieve stilte. We hadden ze liever bezig gezien in de Club, waar zanger Guy Garvey later die dag nog even strontzat het podium opkroop om samen met I Am Kloot het prachtige "To You" ten berde te brengen. Op Werchter vorig jaar waren The Streets groots: een gigantische fuif in de Marquee voor wie geen zin had in Metallica. Op Pukkelpop bleek Mike Skinner wat ziekjes: nauwelijks zingen, sloten thee drinken en halverwege de set ging-ie even op de grond liggen. Edoch, het songmateriaal overleefde dat zelfs. Maar als het even kan willen we toch revanche in een zaal. Het nieuwste hippe snoepje (wij verwachten eind januari enthousiast te mogen doen over hun debuut) komt uit Engeland en heet Bloc Party. Ze dropten al een felgesmaakte naamloze EP en mochten met "Banquet"een klein radiohitje op hun naam schrijven. Hun passage op Pukkelpop was één van de zeldzame uitschieters. Dit was discopunk van een goed jaar, die puntig en strak werd gebracht. The Darkness, beste mensen, is een grap. Misschien heeft u ze liever wat subtieler, maar wij hebben ons vijftig minuten kostelijk geamuseerd met de doldwaze bindteksten ("thou canst louder, me thinkest!"), ondermaatse AC/DC-solo’s en de onnozele pakjes van Justin Hawkins. Men moet ons er niet teveel mee lastig vallen, maar die vrijdagavond op de Kiewitse wei was het best leuk. Lichtjes grijnzend, togen we dan naar de Marquee om in een totaal andere wereld terecht te komen: die van Mark Lanegan en zijn band. De heren en dames waren stevig in het zwart gestoken en speelden (niet gehinderd door enige substantiële belichting) zware bluesrock waarvan Hawkins zijn catsuit waarschijnlijk zou onderpissen. Eclectisch als we zijn bij goddeau, hielden we het droog en vormden we de grijns om tot een passend doodgraversgezicht. Van dit onwerelds concert herinneren we ons vooral dat Nick Oliveiri en Greg Dulli ongemerkt mee het podium opslopen om ons de tent uit te blazen met een apocalyptisch "Metamphetamine Blues". Kazu Makino van Blonde Redhead ziet er adembenemend uit in haar witte jurkje, eenmaal de eerste noten zijn aangeslagen weten we het wel zeker: dit is één van dé concerten van Pukkelpop. Deze bastaardkinderen van Sonic Youth speelden de Clubtent — ons favoriete Pukkelpodium, zo bekennen wij met graagte — plat met het materiaal uit hun puike Misery Is A Butterfly. Het klonk zo veelbelovend: na een sabbatical year (een jaar dat overigens zestig maanden bestreek) hadden ze er weer allemaal goesting in — de mannen van dEUS. Een verwachtingsvolle massa drumde bijgevolg samen voor het hoofdpodium en slokte uw dierbare redactie net niet op. Onze goesting was in ieder geval snel voorbij: er was geen tikkeltje speelplezier merkbaar op het podium. Nochtans namen Barman en de zijnen een vliegende start met "Theme from Turnpike", maar het kaartenhuisje bleef niet staande. Een apathische Craig Ward die opzettelijk kattenvals leek te zingen, een met de rug naar het publiek gekeerde Danny Mommens en een snauwende Tom Barman deden de terugkeer van onze halfgoden compleet de mist ingaan. We kunnen alleen maar hopen dat de volgende plaat, verwacht voor begin 2005, meer te bieden heeft dan het nieuw materiaal dat op Pukkelpop ten berde werd gebracht. Niet dat we ons nog iets van die nummers herinneren — met uitzondering van de kneuterige titel "Only Love Is The Real Sugar". Bij I Am Kloot lijken ze niet alleen uiterlijk op de broertjes Gallagher, ze bezitten minstens evenveel talent. Wij keken dorstig toe terwijl er op het podium gezellig een pint gedronken werd en genoten van songs waarvan voornoemde broers enkel kunnen dromen. Ons hart hebben ze alvast gestolen. The Chemical Brothers: een goed idee om onze vrijdagavond eens feestelijk af te sluiten. Tot onze spijt was het optreden op Werchter 2002 een stuk beter. Het bleef wachten tot nooit op een live versie van "The Test" en de laatste single "The Golden Path" werd maar héél even — in de vorm van een belachelijke sample — op het publiek losgelaten. The Chemical Brothers klonken voor de eerste keer gedateerd en dat volgende album wordt bang afwachten. Net als Mogwai beginnen de Japanners van Mono in de Club héél erg stil om tien minuten later een enorme pokkeherrie te creëren. In tegenstelling tot voornoemde Schotten en geheel in kamikazestijl doet Mono er dan echter nóg een schepje bovenop. Indrukwekkend én gezegend met de knapste bassiste van het festival. En dat houdt ook Melissa Auf der Maur in. Na lang wachten kwam onze grote held Greg Dulli nogmaals het podium van de Marquee opgewandeld, ditmaal met zijn eigen Twilight Singers. De Afghan Whigs zijn nog steeds gesplit, maar deze light-versie ervan is nog steeds beregoed. Als voorsmaakje op de nieuwe CD vol covers brieste hij zich een weg doorheen Björk’s "Hyperballad" en kwam Mark Lanegan nog even helpen voor Billie Holiday’s "Strange Fruit": bepaald indrukwekkend. Met een magistraal "Faded" sloot Dulli zijn set af: nog een laatste lurk aan de sigaret en een laatste slok whisky (beiden vernuftig aan zijn microfoonstandaard bevestigd) en dag twee van Pukkelpop was voorbij. Hoe fantastisch de Twilight Singers ook waren (voor alle duidelijkheid: ze waren heel erg fantastisch), we konden het niet laten om te dromen van een Afghan Whigs-reünie. Als dat geen reden was om onze tent op te zoeken. 30 augustus 2004 |
Meer Pukkelpop 2004
Meer live
Meer op Goddeau.com
|
||


