Pukkelpop 2004 :: Slechte Belgen, goeie Belgen

Pukkelpop 2004 :: Slechte Belgen, goeie Belgen  
Print
    
Pagina 1 2 3

Dag 3: Oppiekoppie Noord!

De hamvraag: wordt dag drie van Pukkelpop meer dan aftellen naar de White Stripes? Jááha, kunnen wij u meedelen: de dag werd stevig op gang getrokken met prachtconcerten in de Clubtent, het onthaal van Monza in de Wablief-tent bewees nog maar eens welk een fijn publiek u niet bent. En dan hadden we de prachtige podiuminkleding van de Stripes nog niet gezien.

Een blondine en een brunette in stewardessenpakjes. Niet K3 zonder de rosse, maar Client. Ze hadden zelf maar een vijftal man in de zaal verwacht, het werden er iets meer. Misschien omdat er nog niet veel concurrentie was op de andere podia. Beeld u een Vive La Fête in dat zich bedient van het Engels en sexy elektronica die ons moeiteloos om zijn vinger draait. Jammer dat de set maar een halfuurtje duurde. Wij hadden gerust een hele dag kunnen blijven kijken.

Voor Ghinzu bleek de Club te klein. Het openingsnummer hadden ze weliswaar beter korter gehouden, maar met "Do You Read Me?" werd de vuurpijl op de gastank gevuurd met alle gevolgen vandien. Hadden ze in de Marquee of op het hoofdpodium gestaan, dan was hun aanwezigheid op Rock Werchter 2005 nú al een feit. De Belgische Muse heeft een entertainmentgehalte om "U" tegen te zeggen.

"Het best bewaarde geheim van België", zo kondigde stubrupresentator Peter Van De Veire de passage van Monsoon op Pukkelpop aan. Gevleugelde woorden die de band uit Brussel op een uitstekende manier luister bijzette in een goed opgebouwde set met intieme, rockende en jazzy songs. Geplukt uit de twee albums die de groep rond de gracieuze, in feeënkledij gehulde zangeres Delphine Gardin, reeds uitbracht. Mogen wij Monsoon vragen door te stoten naar de top van het Belgische rockwezen? Dank u!

In de club staat Thou ondertussen weer eens te bewijzen dat u nog steeds ongelofelijk veel ongelijk heeft deze groep niet meer te koesteren. Niet alleen is "Breaking Up The Heart Of A Girl" hartverscheurend mooi, de groep staat met verdomd veel plezier te spelen. In de buik van Does De Wolf nam een foetus nota: "hoe maak ik perfecte rockmuziek".

Als de Levellers hadden geweten dat ze later Flogging Molly op hun geweten zouden hebben, zouden ze er dan ooit aan begonnen zijn? In vergelijking met deze losgeslagen bende zijn de vijf uit Brighton immers nog subtiel: dit draaide rond bier, vrouwen, en nog meer bier. Denk aan Dropkick Murphys maar dan… Ach: denk aan de Dropkick Muprhys en huiver.

My Bloody Valentine, Jane’s Addiction en Pink Floyd: dat zijn de namen die ons in het kader van Oceansize naar het hoofd werden geworpen. Wij moesten vooral aan de doorsnee emocore-groep denken, maar af en toe pikten we flarden gitaar op die aan Kevin Shield’s zes snaren ontloken hadden kunnen worden. Hoe dan ook: echt onder de indruk van dit gezelschap waren wij niet.

Franz Ferdinand had op het hoofpodium te kampen met wegwaaiend geluid en dat was erg jammer. Het publiek wilde, de groep had er zin in: alles zat goed om de heren een triomf van jewelste te bezorgen en toch wilde het niet lukken. Al blijven wij door minstens de helft van de songs niet overtuigd, de paar geweldige nummers compenseren dat ruimschoots. Wij hopen van der Franz nog véél puike singles te mogen verwachten.

Blanche moèt wel uit het Zuiden van de VS komen, zo leek het ons: beeld u een kruising in van een Sixteen Horsepower dat vrolijk en vol vertrouwen de dag des oordeels ziet naderen, een reizend circus en een groep Baptistische predikanten. Ergens ging in ons hoofd stuiterden ook de woorden "Moldy" en "Peaches" rond. Te situeren in de neo-folk- en countryhoek met de tong stevig in de wang geplant. Dènken wij.

Een hele tijd geleden moest Blur wegens keelpijn van Damon Albarn ter elfder ure verstek laten gaan op Pukkelpop. Nu we Graham Coxon"s solowerk kennen en de man aan het werk zagen, kunnen we niet anders dan betreuren dat ze hem toen niet hebben laten zingen. Hij schreef en zong een van de grootste Blur-klassiekers ("Coffee and TV") en met Happiness In Magazines schonk hij ons een heerlijk stekelige popplaat. Daar hoort een lichtjes rommelig optreden bij, maar parels als "Spectacular", "Freakin’ out" en "Bittersweet Bundle Of Misery" bewezen dat Coxon ook op zijn eentje geweldige britpop maakt

De langverwachte comeback van de broertjes Dewaele begon interessant met een eenzame Stephen die wat een knopjes allerhande morrelde, toen de rest van de band er bij kwam was het kalf verdronken. Wij hoorden in het nieuwe materiaal geen songs, en besloten: met een hip geluid alleen raak je nergens. Wree spijtig, zouden we dat in het Dewaeles vinden. Een dEUS én Soulwax die slecht presteren: op Werchter zou het een ramp betekenen, op Pukkelpop ga je dan gewoon op zoek naar kleine groepjes in één van de tenten die wél nog alles geven.

McLusky, bijvoorbeeld, deed wat van hen verwacht werd: rocken als de beesten en zelfs gevorderde volwassenen tot moshen motiveren. Grappig om hen op dit Limburgse festival te zien terwijl zelfs Engelse websites bij hen aan het Limburgse Vandal X refereren.

Veel volk op het podium bij Lambchop door toevoeging van een strijkerskwartet. Toch ging alle aandacht naar Kurt Wagner, wiens diepe stem niemand onberoerd liet. De man had er duidelijk zin in en balanceerde tussen intiem en feestelijk. Tranen van ontroering wisselden af met tranen van vreugde. Wat ons betreft had dit een headliner mogen zijn.

Goed weggestopt op het terrein stond de Dance Hall en daar beleefden we een van de absolute hoogtepunten van Pukkelpop 2004. LCD Soundsystem is gigantisch hip, met de producer van The Rapture en het lief van een der Dewaeles in de rangen. De muziek mocht er alleszins absoluut wezen: stomende danspunkfunk die ons en de andere aanwezigen danig aan het dansen kreeg. Hun debuutalbum zit al maanden in de pijplijn, maar dit najaar zou het eindelijk in onze en ook uw CD-speler moeten zitten. Een dagelijkse dosis "Losing My Edge" en "Yeah": we kijken er sinds dit optreden reikhalzend naar uit.

50 Cent: net de prijs van een proper toiletbezoek ergens buiten het terrein. Zoveel meer bevredigend dan het optreden van de gelijknamige artiest.

Stijn Meuris op Pukkelpop, en dat in de Wablieft-tent. Hij moest het zelf nog even bevatten: "Wij zijn Monza, u bent Pukkelpop". Dat wisten we wel, en daarvoor waren we gekomen. "Soulwax was super" verschilde hij nog van mening met ons, maar dat was het enige euvel in een perfecte show. Voelden de Noordkaap-covers een half jaar geleden in de AB nog onnatuurlijk aan, nu waren we blij "Panamarenko" en "Druk in Leuven" opnieuw te horen passeren. Voeg daar nog enkele Monza-hoogtepunten als "De stad kan zo koud zijn" en "Tegenstand is mooi" aan toe en u weet: als Meuris niet bestond, moesten we hem uitvinden.

Vooral het Waalse gedeelte van de festivalgangers leek geïnteresseerd in Archive. De paar Vlamingen die toch kwamen kijken, zullen daar nochtans geen spijt van hebben gehad. De gevoelige rock in een intieme sfeer van de Fransen bezorgde de fans meermaals kippenvel. Alleen jammer dat de rustige nummers verpest werden door het gebonk van Felix Da Housecat, iets verderop in de Boilerroom. Het blijft dan ook een raadsel waarom Archive niet gewoon in de Club kon spelen, waar ze eerst waren geprogrammeerd.

MC5 is één van de legendarische groepen die verantwoordelijk is voor de garage-hype die podia en CD-collecties aller lande tegenwoordig stormenderhand inneemt. Voor ons plezier (en ook een beetje de portefeuille van de overlevende leden) kwamen ze tonen waar al die jonkies de mosterd haalden. De dode oerleden en meesterbreinen Fred ’Sonic’ Smith en Rob Tyner waren er evenwel niet bij, maar de vervangers hielden zich acceptabel staande. "Kick out the jams" klonk fantastisch, maar dertig jaar geleden waarschijnlijk nog fantastischer. Een fijne, opwindende en onderhoudende muziekgeschiedenisles.

Ook Jack en Meg White hebben goed naar MC5 geluisterd. Het rifje van "Seven nation army" wordt meer ongepast dan gepast door bezopen voetbalfans en festivalgangers in het rond gebruld, dus ze mochten Pukkelpop afsluiten. Voor velen leek het vooral wachten op dat ene rifje. Uiteindelijk kregen we dat ook, maar niet nadat de Whites een uurtje getoond hadden dat ze met een enkele drum en gitaar fantastische garageblues weten te maken. Af en toe werd er duchtig gejamd en het leek hen geen fuck te kunnen schelen of ze nu voor een volle Pukkelweide of in een obscuur Detroits achterzaaltje zaten te spelen. Wij vonden het geweldig, maar misschien waren The White Stripes toch net iets te eigenzinnig om Pukkelpop af te sluiten.

2004 was een goed jaar, maar wel een van oude (soms vergane) gloriën, en jonge groepjes die op een vreemde manier toch net genoeg van elkaar (en hun voorbeelden) verschillen om ons te boeien. Ook dit jaar zagen we weer de fijnste optredens op de randpodia en ontdekten we haast bij toeval enkele boeiende nieuwe geluiden. Sommige grootheden speelden helaas net dat festivaloptreden teveel en zo zakten gevestigde namen door het ijs (ja, dEUS en Soulwax: jullie). Pukkelpop was weer anders dan we verwacht hadden dus, maar dat hadden we na al die jaren ook wel kunnen denken. Overigens, als we één suggestie mogen doen naar volgend jaar toe: Oppiekoppie Noord is een véél leukere naam dan het wat idiote Pukkelpop. Het is maar een suggestie.



[al], [bh], [bvm], [jd], [lf], [mvm], [mvs]
30 augustus 2004


Meer op Goddeau.com
goddeau.com
goddeau.com