<?xml version="1.0" encoding="iso-8859-1" ?><!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-transitional.dtd">
<!-- Copyright (C) 2001-2006 - goddeau.com :: magazine over muziek en andere -->
<rss version="2.00">
<channel>
<title>goddeau.com :: magazine over muziek en andere</title>
<link>http://www.goddeau.com</link>
<description>goddeau.com :: magazine over muziek en andere</description>
<language>nl-be</language>
<lastBuildDate>Thu, 15 May 2008 05:25:51 +0200</lastBuildDate>
	<image>
	<title>goddeau.com :: magazine over muziek en andere</title>
	<url>http://www.goddeau.com/templates/Goddeau/images/goddeau.jpg</url>
	<link>http://www.goddeau.com</link>
	<width>88</width>
	</image>
<item>
	<title>Bell X1 :: Flock</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4678</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/muflock.jpg" type="image/jpeg" length="11611"/>
	<description>27 maart 2007, Koninklijk Circus. Een uur voor Damien Rice aantreedt, ontneemt een totaal onbekend groepje alle aanwezigen in de zaal de adem. Minutenlang heerst een bijzondere sfeer, tijdens een nummer dat het publiek vanaf de openingsakkoorden zachtjes in een tedere houdgreep klemt. Het dooft uit, eerst een paar seconden stilte alsof niemand zin heeft om uit die roes te ontwaken. Daarna een lang en uitbundig, verlossend applaus dat Rice zelf weinig te beurt is gevallen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Achteraf komen we te weten dat het nummer  Bad Skin Day  heet. Dat de band het Ierse Bell X1 is. Dat het geen toeval is dat ze in het voorprogramma van Rice staan: de bandleden zaten vroeger samen met hem in de groep Juniper. Die zag in de jaren 90 in Ierland een gouden toekomstpad uitgestippeld, maar maakte dan (door Rice) rechtsomkeer. We leren dan dat de band al drie platen uit heeft, waarvan geen enkele buiten Ierland gereleased is &amp;mdash; of gereleased zal worden de eerstkomende tijd. Een jaar later wordt het derde album, Flock uit 2005 al, toch in Amerika en Europa uitgebracht. Eindelijk. M&eacute;t  Bad Skin Day  op.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat nummer is verlangen gevangen in een notenbalk.  Oh Christ I&amp;rsquo;m such a drama queen  zingt Paul Noonan. Altijd wachtend op iets dat steevast niets wordt:  It feels like we&amp;rsquo;re always waiting . Ondertussen legt de muziek in die leegte een donkerblauw dekentje over hem, dat geweven is uit een akoestische gitaar, percussie en elegante strijkers. Het nummer bloeit open als de mooiste verliefdheid en krijgt vleugels wanneer Boonan tot in den treure  You&amp;rsquo;re far from me  smeekt. Ongeloofbaar mooi.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Flock bevat voorts op zijn best popsongs die een schrammetje toebrengen in de oorschelp of die in het nummer zelf een prachtige, maar zwaarmoedigheid belovende avond laten vallen op een zonnige, ondeugende dag. Zoals in het uitstekende  My First Born For A Song , dat begint met een hinkstapspringende piano die al gauw wordt beslopen door soundscapes die zo uit Radioheads  How To Disappear Completely  ontsnapt zijn en het nummer gijzelen. Het capituleert en mondt in het tussen speelsheid en weidsheid twijfelend refrein uit in een lichtjes verheven, onrustige melancholie met haast klassieke pianoklanken. Grillig mooi.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Soms neigt Bell X1 naar Franz Ferdinand ( Bigger Than Me ) of Bloc Party ( He Said She Said ). Maar dit is geen platte kopieerdrang aangezien de plaat ook al uit 2005 dateert. Bovendien geeft de band telkens een eigen, in gewoon &amp;rsquo;schoonheid&amp;rsquo; badende touch. Bell X1 is niet in hokjes te duwen. De heel bochtige plaat verveelt niet:  Reacharound  is onrustig met gitaren die al een tijd hun medicatie niet meer hebben gehad en Boonans stem die regelmatig overslaat.  Just Like Mr. Benn  (dat door een prachtige luchtbrug in het midden de middelmaat overstijgt) zweemt naar landgenoten The Frames en Leya. Het prachtige  Nathalie  flirt halfweg, mede door de mooie samenzang van de band, met Arcade Fire, al lijken de gitaren zo uit  Let Down  van Radiohead geplukt.  Flame  streeft er dan weer iets te hard naar om het perfecte popnummer te zijn. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Alleen jammer dat het te veel naar caramel smakende  Eve, The Apple Of My Eye  uit voorganger Music In Mouth op deze internationale versie is gepleurd, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het immens bezwerende, door americana bezwangerde &amp;ldquo;Daybreak&amp;rdquo;, dat perfect op zondagavond na 22 uur op de radio past, uit diezelfde voorganger. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Uitstekende zaak dus dat Bell X1 eindelijk grondig ontdekt kan worden buiten Ierland middels deze Flock, al is de plaat zeker niet foutloos. Maar live is de band ijzersterk en op zijn best bedwelmend. Laat u eerst meeslepen door  Daybreak  en vooral door dat hartverlammende  Bad Skin Day . Dat wil u horen. En zie dan hoe ver u op/met deze Flock kunt/wilt gaan. Maar deze band is zoveel beter dan al die poprockdrab die als een virus onze landsgrenzen al die tijd al wel is overgestoken. Bell X1 helpt als medicatie daartegen. Probeert u dat gerust ook maar eens.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Geen livedatums momenteel van Bell X1 in ons land. Maar wel een mooi extraatje: Brian Crosby en Paul Noonan van Bell X1 hebben samen met Crowded House-bassist Nick Seymour de fundamenten gelegd voor een compilatie ten voordele van Oxfam,  The Cake Sale : een grote gelegenheidsband die verder nog onder andere Josh Ritter, Damien Rice, Lisa Hannigan, Glen Hansard (The Frames) en Nina Persson onder zijn gelederen telt. De bijwijlen erg mooie nummers kun je beluisteren op: http://216.69.135.140/MP3Players/CakeSale/CakeSale/wimpy.html.</description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4678">goddeau.com - Philippe Nuyts</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4678</guid>
	</item>
<item>
	<title>Does It Offend You,Yeah? :: You Have No Idea What You’re Getting Yourself Into</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4674</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/muyouhavenoideawhatenzovoort.jpg" type="image/jpeg" length="6444"/>
	<description>Elektrorock, deel zoveel. Het Britse Does It Offend You, Yeah? is een derivaat van de Soulwaxen en Justices van deze wereld. Bovendien een dat niet de helft van de overtuigingskracht van zijn inspiratiebronnen heeft.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; In Groot-Brittanni&euml; is er al een tijdje tamelijk wat buzz rond dit gezelschap. Zo mocht de band op een verzamel-cd van NME opdraven met een cover van Devo&amp;rsquo;s  Whip It , een taak waar de groep zich helaas met erbarmelijk resultaat van af maakte. Zoiets zegt natuurlijk niet alles: op hetzelfde schijfje slaagt Bloc Party er bijvoorbeeld in  Say It Right  van Nelly Furtado finaal de nek om te draaien. Ook een prestatie, maar soit. DIOYY? acht thans de tijd rijp de hype te verzilveren met een debuutplaat die, een teken van wijsheid en zelfreflectie, de titel You Have No Idea What You&amp;rsquo;re Getting Yourself Into meekreeg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Een titel die klinkt als een advies aan achteloze luisteraars, gezien de misselijkheid die hier na meerdere luisterbeurten serieus komt opzetten. De plaat begint nochtans meer dan behoorlijk met  Battle Royale . Origineel is de laatste omschrijving die voor het nummer weggelegd is, maar met zijn Digitalism en Justice-achtige klank gaat zo&amp;rsquo;n nummer er wel in, ergens in het weekend, op een onchristelijk uur.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Met  With A Heavy Heart (Regret To Inform You)  worden vervolgens de gitaren omgegord en knipoogt het gezelschap naar Klaxons, Soulwax en &amp;mdash; het kon niet anders of het moest er eens van komen &amp;mdash; naar de vermaledijde jaren negentig. En dan hebben we het niet over Nirvana of zelfs maar The Prodigy. Neen: de riffs in dit nummer doen denken aan de gruwelijkste metal die in dat decennium opgang maakte en middels diverse clipstations kortstondig beangstigend alomtegenwoordig was.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Single  We Are Rockstars  doet vervolgens nog een poging om plaat en groep van de ondergang te redden, maar slaagt er niet in verder te komen dan een halfslachtige imitatie van Soulwax Nite Versions. Waarna elke vorm van opwinding uit het album verdwijnt, simultaan met onze levensvreugde tijdens het beluisteren van de zielloze werktukjes.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; De enige vorm van plezier die nog uit het album te halen valt, is de artiesten proberen te traceren waarvan DIOYY? plundert, maar ook die bezigheid gaat snel vervelen. Het is dan ook met een zucht van opluchting dat we het wegsterven van de laatste noot van afsluiter  Epic Last Song  &amp;mdash; een titel die het equivalent is van een vinger in de keel &amp;mdash; begroeten en gezwind de cd-lade openstellen voor iets anders en beters.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Omwille van het dermate tegenvallen van dit debuut zouden onnozele grapjes met betrekking tot de groepsnaam gemaakt kunnen worden. Een kleine waarschuwing voor de aspirant grapjurken: de naam van de band is afkomstig uit de sitcom The Office. Daar viel tenminste lol mee te beleven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;</description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4674">goddeau.com - Joris Vanden Broeck</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4674</guid>
	</item>
<item>
	<title>Dionysos :: La Mécanique Du Coeur</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4675</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/mulamecaniqueducoeur.jpg" type="image/jpeg" length="7766"/>
	<description>Wat doe je als je je eigen muziek al hebt uitgevonden, maar dat toch nog een te gratuite reden vindt om een nieuwe plaat uit te brengen? Het conceptuele La M&eacute;canique Du Coeur is Dionysos&amp;rsquo; antwoord op een dergelijke vraag.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Een publiek dat je te fel verwent, wordt op de duur te kritisch. Het is een probleem waarmee Dionysos na het excellente Western Sous La Neige en het evenwaardige, maar eveneens minder verrassende Monsters In Love ongetwijfeld oog in oog mee is te komen staan. Daarom koos de groep voor een trucje dat reeds door veel groepen in de geschiedenis van de popmuziek werd gebruikt: het idee van een conceptalbum.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Met die keuze was het probleem echter nog niet volledig van de baan, want het concept van fee&euml;rieke verhaaltjes maakt immers reeds langer een deel van Dionysos&amp;rsquo; identiteit uit. Daarom baseerde Dionysos zijn nieuwste plaatje maar ineens op een echte roman van Mathias Malzieu. En om nog net iets verder te gaan, nodigde de groep ook maar ineens een hoop Franstalige bekendheden uit om La M&eacute;canique Du Coeur mee te komen inzingen. Het gevolg is een plaatje dat zeker wel eens de moeite loont om een luisterbeurt te gunnen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Nieuwe artiesten brengen uiteraard nieuwe idee&euml;n en dat merk je bijvoorbeeld in  La Berceuse Hip Hop Du Docteur Madeleine  met Emily Loizeau: het nummer klinkt zoals hiphop zou klinken indien er in Dionysos&amp;rsquo; sprookjesrijk gerapt zou worden. Van de samenwerking met Arthur H kan men iets gelijkaardigs beweren: wanneer Arthurs zware stem invalt, klinkt Dionysos bijna alsof onze eigen Arno zich op zigeunermuziek amuseert. Het zijn fantasierijke uitstapjes en in het van nature fantasievolle rijk van Dionysos vallen ze uiteraard niet uit de boot.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Het interessantste aan deze uitstapjes is dat ze eveneens muzikale mogelijkheden voor de toekomst aanreiken. Neem nu het met Olivia Ruiz opgenomen  Candy Lady : een deel van het nummer is in het Spaans gezongen en het liedje flirt met Nancy Sinatra en Lee Hazlewood, maar meer nog dan een creatieve fantasie, is het misschien wel een leuk idee om op een eventuele volgende plaat verder uit te werken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Dat niet alle bijdragen van begenadigde zangers komen, maakt La M&eacute;canique Du Coeur niet bepaald minder speciaal. Zo mag spoken word-artiest Grand Corps Malade het album in nummers als  Th&egrave;me De Joe  en  Le Retour De Joe  met begeleiding van een piano van litteraire intermezzo&amp;rsquo;s voorzien. Uitsmijter  Epilogue  met voetballer Eric Cantona volgt hetzelfde principe: hij zingt niet, maar leest gewoon een stukje voor uit Malzieus roman .&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Dat Dionysos met La M&eacute;canique Du Coeur nogmaals een vervolg aan zijn succesverhaal heeft kunnen breien, lijdt bijgevolg geen twijfel. Toch maakt het nieuwe plaatje meer dan de vorige albums duidelijk dat metaalmoeheid zelfs voor Dionysos geen utopie meer is. Na een paar platen lijkt de dreiging dat het publiek stilaan het gevoel krijgt Dionysos wel gehoord te hebben, immers groter te worden. Een paar handige trucjes kunnen weliswaar voor een klein uitstel van executie zorgen, maar hoe lang het publiek hun snoepjes nog zal lusten, is natuurlijk maar de vraag. Dat een volgende vuurdoop in de vorm van een volledige plaat zonder te veel bijdrages van andere artiesten dat vlug mag uitwijzen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;</description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4675">goddeau.com - Jurgen Dignef</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4675</guid>
	</item>
<item>
	<title>Danko Jones :: Never Too Loud</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4673</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/muNevertooloud.jpg" type="image/jpeg" length="5548"/>
	<description>Live is Danko Jones een torpedo die altijd doel treft. Zet uw bomma tijdens een van zijn optredens voor het podium en ook zij duikt wild om zich heen schoppend de moshpit in. De vierde plaat van de Candees is echter niet meer dan een schot voor de boeg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Tot vandaag waren de cd&amp;rsquo;s van Danko Jones h&eacute;t probate middel waarmee vrouwen konden testen of hun man een &amp;rsquo;echte vent&amp;rsquo; is. Je weet wel, zo eentje die niet helpt in het huishouden, onbeschaamd naar voorbij trippelend vrouwelijk schoon staart en zijn ware emoties verbergt onder een dikke laag haantjesgedrag. De test gaat als volgt. Je plant je mannelijke wederhelft neer op de bank, zet hem een koptelefoon op en laat Born A Lion, We Sweat Blood of Sleep Is The Enemy een tijdje door zijn brein razen. Is uw huiskamer na een kwartiertje volledig aan spaanders geslagen, dan hebt u een prachtexemplaar van een steeds zeldzamer wordende soort aan de haak geslagen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Jones stond tot dusver garant voor potige bluespunkrock waarop het aangenaam kopstoten uitdelen is. Hij slaagde er bovendien wonderwel in, om de tomeloze energie van zijn vuilgebekte live performance op plaat te vangen. Helaas komt aan deze traditie met Never Too Loud een einde. Is het de invloed van producer Nick Raskulinecz (Foo Fighters, Marilyn Manson, Rush) die er voor zorgt dat Danko Jones anders klinkt dan we gewend zijn? We durven het niet met zekerheid te zeggen, maar het resultaat van deze &amp;rsquo;vernieuwingsoperatie&amp;rsquo; is allerminst indrukwekkend.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Zo heeft een onverlaat bijvoorbeeld een akoestische gitaar op  Take Me Home  binnengesmokkeld, en haalt Danko zowaar zijn kopstem boven. Wij moesten godbetert aan  Teenage Dirtbag  van Wheatus denken en dat is in geen geval een compliment. Dichter bij pop is de Canadees nooit gekomen. Dichter bij slappe kak ook niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Dit popexperiment blijft gelukkig beperkt tot &eacute;&eacute;n poging, maar helaas is de brutale &amp;mdash; &eacute;n kwaliteitsvolle! &amp;mdash; testosteronrock van de vorige platen ook in het gros van de andere nummers ver te zoeken. In plaats daarvan beweegt de groep zich steeds meer in de richting van uitermate belegen classic rock, een genre waaraan bijvoorbeeld ook Velvet Revolver zich met graagte bezondigt. Deze verschuiving in het groepsgeluid kan het best worden ge&iuml;llustreerd aan de hand van  Forest For The Trees , waarin de band samen met Pete Stahl (Scream) en John Garcia (Kyuss, Hermano) een tenenkrommende Black Sabbath-imitatie neerzet. Het is dat Tony Iommi nog niet dood is of hij draaide zich om in zijn graf.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Opener  Code Of The Road  is eigenlijk het enige nummer waarin het de groep lukt om een interessante draai te geven aan zijn geluid. IJle new-wavegitaren sleuren je het nummer in, waarna wild beukende drums en een diep grommende bas het gevecht aangaan met de zanger die zijn teksten uitspuwt, als waren het gifpijlen op zoek naar een halsslagader. Een song die bewijst dat vernieuwing mogelijk is, z&amp;oacute;nder je eigenheid te verliezen en je ziel te verkopen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;  City Streets ,  Still In High School  en  Let&amp;rsquo;s Get Undressed  zijn songs die aan de &amp;rsquo;oude&amp;rsquo; Danko Jones doen denken, maar geen van hen haalt het niveau van eerder werk. De machopose die op zijn vorige platen nog onderstut werd door sterke nummers, komt deze keer haast lachwekkend over.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Never too loud is kortom een bijzonder teleurstellende plaat geworden. We mogen dan ook hopen dat dit album niet meer was dan een excuus om zo snel mogelijk opnieuw te kunnen toeren. Live spelen is immers dat wat Danko Jones het beste doet, zoals hij trouwens in  Code Of The Road  zelf aangeeft:  I live by the code of the road, every single night of my life. Nobody knows a single place I go, city by city, night after night.  Het beloven weer eenzame avonden te worden voor mevrouw Jones&amp;hellip;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;</description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4673">goddeau.com - Reinout De Pauw</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4673</guid>
	</item>
<item>
	<title>Atlas Sound :: Let The Blind Lead Those Who Can See But Cannot Feel</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4665</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/mulettheblindleadthosewhocanseebutcannotfeel.jpg" type="image/jpeg" length="8355"/>
	<description>Bradford Cox is een bezige bij. Voor de iele frontman van Deerhunter is het zelfopgelegde sabbatjaar er &eacute;&eacute;n geworden van gonzende activiteit in plaats van vakantie aan de costa&amp;rsquo;s. Met zijn debuutplaat Let The Blind Lead Those Who Can See But Cannot Feel deed hij muziekcritici immers over elkaars voeten struikelen en het internet vollopen met lofredes. En nu valt dit pareltje ook bij uw lokale platenboer te ontdekken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Je kan soms serieuze vraagtekens plaatsen bij de beslissingen van platenmaatschappijen. Het in de dode uurtjes in elkaar geknutselde debuutalbum van Cox kreeg bij zijn release eind februari aan de andere kant van de grote plas de nodige superlatieven toebedeeld, terwijl het Oude Continent op zijn honger bleef zitten. En geduldig wachten, meneer, dat is toch niet meer van deze tijd, waarin drie maanden wel enkele jaren lijken te zijn. Het gevolg laat zich raden: download-limieten kregen rake klappen te verduren, terwijl enkele diehards zichzelf de moeite getroostten om een importversie te bestellen (al verzachtte de lage dollarkoers enig leed). De Europese versie, met ander artwork en een extra mini-album, lijkt dan ook even noodzakelijk als de aanwezigheid van Bert Anciaux op de openingsceremonie van de Olympische Spelen. Waarom deze plaat dan &uuml;berhaupt nog een recensie gunnen, die misschien toch alleen maar herkauwt wat men in hippe muziekmagazines en op volgezeverde blogs al eens gedeclameerd heeft? Wel, zo hebben we het voordeel om de vraag of Let The Blind na zoveel maanden het nog wel waard is om er vijftig minuten van uw leven aan af te staan, beter te beantwoorden. Na wijs beraad: een unanieme ja.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eerlijk gezegd, aanvankelijk waren wij niet echt mee. Cox cre&euml;ert dan wel een aangename en meditatieve koortsdroom, het album komt aanvankelijk ook een beetje over als een vormeloze brij. Maar ettelijke luisterbeurten doen een prachtig klankenpanorama ontvouwen, net als de rivier die bezongen wordt in  River Card : zo helder en adembenemend dat je je er gewillig in laat verdrinken. Let The Blind verwordt tot een drug, en de luisteraar tot een naar de naald snakkende junk die de gelukzalige roes steeds opnieuw probeert te beleven, maar die, nadat zijn shot uitgewerkt is, steeds weer uit het melancholische parallele universum wordt gerukt en bruusk terug op de naakte aarde wordt gegooid.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het begint allemaal lieflijk: een kind vertelt een verhaaltje over een spook dat de naam Charlie draagt, terwijl het lawaai aan kracht wint en de drone overloopt in het bedwelmende  Recent Bedroom . Dit is zowat het strafste wat Cox momenteel te bieden heeft: de slepende akkoorden zwelgen in de feedback, terwijl &amp;rsquo;s mans indringende zang een trance doet ontstaan waaraan menig meditatiegoeroe nog een puntje aan kan zuigen. Het gierende  After Class  is dan weer een een Stanley Kubrick-film waardige trip door de ruimte, net als de nerveuze liftmuziek voor ruimteschepen die  Scraping Past  is. En de liefdesverklaringen aan My Bloody Valentine konden ook niet achterwege blijven: zowel het loodzware titelnummer als  Small Horror  zijn uitstekende zelfgebrouwde drones die de voetenstarende Britten in herinnering roepen, en nog het sterkst naar Deerhunter neigen, hoewel ze minder stekelig en een pak fr&amp;ecirc;ler zijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het meest uitzonderlijke blijft echter dat Cox in alle drones een ongelofelijke popgevoeligheid tentoonspreidt. Zo is de prachtige mantra  River Card  met zijn meesterlijk subtiele drumlijntje een modern psychedelisch snoepje, een wondermooi nummer met een onweerstaanbare melodie, verzopen in de zweverige melancholie die de plaat zo heerlijk maakt. Ook de donkere droompop van  Ativan  en het door allerhande belletjes en bliepjes gedomineerde  Quarantined  zijn ontegensprekelijk popnummers die zich de grootste moeite getroosten om zich de gehoorgang in te wurmen. Met zoveel overheerlijk materiaal kan men zich afvragen waarom een extra cd&amp;rsquo;tje, dat weliswaar charmeert maar buiten  Another Bedroom  nooit het niveau van de gratis Atlas Sound-demo&amp;rsquo;s op de Deerhunter-blog overstijgt, nodig was om deze plaat aan de man te krijgen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nu Deerhunter opnieuw de baan opgaat en volop met de opnames bezig is van Microcastle, de opvolger van het veelbelovende Cryptograms, lijkt het erop dat Atlas Sound weer wat meer naar de achtergrond verdrongen zal worden. En dat mag betreurd worden: Let The Blind is een plaat van een zeldzaam muzikaal niveau die zichzelf snel in je brein en hart nestelt, en gewoonweg schreeuwt om een vervolg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;</description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4665">goddeau.com - Joey Bougard</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4665</guid>
	</item>
<item>
	<title>Colin Meloy :: Sings Live!</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4668</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/musingslive!.jpg" type="image/jpeg" length="5746"/>
	<description>Fans van de Amerikaanse folkpop-band The Decemberists kunnen hun hart ophalen aan deze live-plaat van hun favoriete frontman Colin Meloy, een vervolg op zijn e.p.&amp;rsquo;s Sings Shirley Collins en Sings Morrissey. De door de zanger beoogde  campfire sing-along experience  komt er gelukkig niet door, maar jammer genoeg is de plaat ook arm aan echte kippenvelmomenten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Sings Live! is het relaas van een tournee door de States in 2006 van de Decemberists-frontman, enkel gewapend met een akoestische gitaar. De setlist is een samenraapsel van Decemberists-nummers, al dan niet eerder op e.p.&amp;rsquo;s uitgebrachte covers en andere rariteiten. Een soloperformance dus, al is Colin Meloy zeker niet de charismatische singer-songwriter die meisjesharten sneller doet slaan. Hij is eerder een wat sullig ogende maar uitermate charmante en welbespraakte boekenwurm, die gevat en met veel gevoel voor humor regelmatig in dialoog treedt met zijn publiek. Dat zorgt voor een uitstekende afwisseling met de eerder zwaarmoedige nummers. Toch gaat Meloy iets te ver in het dollen met het publiek. Meloy introduceert  Dracula&amp;rsquo;s Daughter  als  the worst song I&amp;rsquo;ve ever written  en brengt het nummer met veel ironie en zelfspot. Ongetwijfeld heerlijk hilarisch op het optreden zelf, maar op plaat ga je erg snel naar de fast forward-knop grijpen. Hetzelfde geldt voor een stukje waarin Meloy enkele podiumrekwisieten (een schedel en een schaap) aan het publiek voorstelt. Moest dit echt op de plaat?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat de setlist betreft, is de grote troef van deze Sings Live! meteen ook zijn grote zwakte. Meloy kiest ervoor nummers bij elkaar te zetten die The Decemberists zelden of nooit live zullen spelen. Dat kan gaan van covers uit zijn eigen solo-cd&amp;rsquo;s ( Barbara Allen ,  Ask ,&amp;hellip;) tot nummers van zijn oude band Tarkio ( Devil&amp;rsquo;s Elbow ) of Decemberists-b-tracks ( Bandit Queen  uit de Picaresqueties e.p.). Enerzijds is dit uiteraard toe te juichen, want het zorgt ervoor dat dit niet de zoveelste live-plaat met een best-of setlist wordt. Anderzijds zaten wij toch een beetje te hopen op iets meer Decemberists-klassiekers in een akoestische en intieme setting. Sings Live! blijft bovenal best genietbaar, met doorleefde versies van onder meer  Red Right Ankle ,  California One  en  The Engine Driver .&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De covers op deze plaat zijn eerder tussendoortjes. We horen een strofe uit  Dreams  van Fleetwood Mac aan het einde van het wondermooie  Here I Dreamt I Was An Architect , terwijl  Ask  van The Smiths wat later hetzelfde lot ondergaat. Shirley Collins krijgt wel een mooi eresaluut met het al op de e.p. verschenen  Barbara Allen . In een voorafgaande intro kan Meloy zijn liefde voor de legendarische Engelse folkie niet onder stoelen of banken steken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Live-shows van The Decemberists zijn in ieder geval een unieke ervaring, en deze Colin Meloy solo is een leuke aanvulling op het repertoire van de populaire indiegroep. Toch voelt het een beetje aan als een gemiste kans, met te weinig originele versies van Decemberists-klassiekers en met covers en te veel flauwe intermezzo&amp;rsquo;s die de intieme sfeer jammerlijk verstoren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;</description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4668">goddeau.com - Koen Diddens</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4668</guid>
	</item>
<item>
	<title>Gregor Samsa :: Rest</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4666</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/murest.jpg" type="image/jpeg" length="3783"/>
	<description>Groepen die zweverige postrock maken, zo zijn er toch dertien in een dozijn? Klopt, maar Gregor Samsa is er eentje om te koesteren. Met haar tweede langspeler bewijst de groep dat het de betoverende touch nog niet heeft verloren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Gregor Samsa, genoemd naar het hoofdpersonage in Franz Kafka&amp;rsquo;s Die Verwandlung, is al goed acht jaar bezig, maar het duurde tot 2006 vooraleer zijn debuutplaat 55:12 verscheen. Het was een mooi, maar ietwat vergeten plaatje van deze dames en heren uit Virginia, dat slechts door een handvol luisteraars werd gekoesterd. Ook wij waren hen ondertussen wat uit het oog verloren, maar nu presenteert de groep zijn tweede worp, Rest. En alweer moeten we de loftrompet bovenhalen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het mooie  Adolescent , met zijn warme pianotonen en zachte vrouwenstemmen, opent de plaat, maar het is pas vanaf  Ain Leuh  dat onze aandacht volledig naar de muziek verglijdt. Hierin toont de groep welke hemelse klanken hij kan produceren: prachtige viool- en drumtoetsen steken af tegen het speelse piano- en rhodes-spel, terwijl Champ Bennetts en Nikki Kings samenzang de luisteraar naar hogere sferen brengt. De betoverende troosteloosheid blijft nog altijd een constante in Gregor Samsa&amp;rsquo;s muziek. Ook het met onderhuidse dreiging beladen  Abutting, Dismantling  schippert tussen postrock en slowcore; het is een adembenemende evenwichtsoefening waarin voor het eerst een lichte uithaal het heldere water vertroebelt. Een aanzwellende drumbeat als een hartslag, steeds grilliger pianowerk en subtiele blazers vervoegen Bennetts stem die stilletjes naar een bloedmooie climax lijkt te gaan, maar die nooit echt bereikt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wanneer dat nummer overvloeit in het op Brian Eno gelijkende ambient-stuk  Company , zetten we ons schrap voor het tweede bedrijf. Uit de wolk van de klanken komt dan plots een sombere pianolijn die het centraal geplaatste  Jeroen Van Aken  aanzet. Deze wonderbaarlijke hommage aan de existenti&euml;le kunstenaar gaat van een kabbelend fluisterliedje, waarin steeds nieuwe elementen boven water komen, naar ingetogen stilte, waaruit plots een urgente baslijn komt die het nummer compleet verandert en die verdoken dreiging opnieuw even naar de oppervlakte laat komen. Het is zowat het strafste moment op Rest, een nummer dat heel 55:12 overklast.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na het ietwat dode moment tijdens het korte  Rendered Yards  volgt het stille en borrelende  Pseudonyms , een wat minder goed nummer dat zijn looptijd niet volledig rechtvaardigt. Het is allemaal slechts voorspel voor  First Mile, Last Mile  dat wederom meticuleus opbouwt. Voor het eerst komt al het opgekropte echter naar de oppervlakte, wanneer het nummer maar net een golf van gierende feedback kan bedwingen. Het is meteen ook het grilligste stuk op Rest, en even lijkt ook alles te ontsporen, maar King houdt de groep net op de rails. Wanneer de dronende afsluiter  Du Meine Leise , die zich stilletjes ontpopt tot een bloedmooi sluitstuk, gepasseerd is, zijn we ervan overtuigd dat Gregor Samsa voor de tweede keer op rij een prachtig album heeft afgeleverd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Rest is, hoewel de plaat niets wezenlijks toevoegt aan het genre, een prachtig werkstuk geworden dat weinigen onberoerd zal laten. Luister, en laat u net als ons betoveren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;</description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4666">goddeau.com - Joey Bougard</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4666</guid>
	</item>
<item>
	<title>22Pistepirkko :: (Well You Know) Stuff Is Like We Yeah!</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4667</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/muwellyouknowstuffis.jpg" type="image/jpeg" length="8068"/>
	<description>(Well You Know) Stuff Is Like We Yeah!: het klinkt als een balorige puber die het communiceren is afgeleerd, maar het is het werkstuk van drie Finnen met een eigenzinnige kijk op het Engels. De wispelturigheid delen ze echter met elke rechtgeaarde tiener, want na het puike Drops &amp;amp; Kicks is hun negende een nogal fragmentarisch geval van hit &amp;amp; miss.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Nu rammelen de broers Asko en P-K Ker&auml;nen en de zwijgzame drummer Espe Haverinen er wel vaker mee: van het bluesy Big Lupu ging het naar popalbum Rumble City, La La Land, waarna een blik extra experimenteerdrift werd opengetrokken voor Eleven en Rally Of Love, waar het gestoei met hiphop en elektronica niet van de lucht was. Geen wending is te zot of de broertjes hebben ze wel genomen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Sinds Drops &amp;amp; Kicks zit de groep opnieuw in klassieker vaarwater en is hij teruggekeerd naar de garage-roots van de eerste drie platen. Leverde dat vorige keer nog een aanstekelijk resultaat op, dan hapert nu &eacute;&eacute;n en ander. We krijgen er van de weeromstuit heimwee van naar de dagen dat er al eens een beat of een koor meedeed.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Erg ge&iuml;nspireerd moeten de Finnen immers niet geweest zijn, en maar af en toe zitten de Ker&auml;nens er nog eens boenk op. Dan pakt het gebroederte uit met zijn schitterend gevoel voor melodie. De gezellig ronkende single  Suburban Ladyland  is met zijn gefloten break nog een geweldige binnenkomer en ook  Crazy Meat  erna heeft iets van het vertrouwde rommeltje met chaotische samenzang dat we zo graag van de groep krijgen. We horen ook nog een  Lizard  dat boeiend wordt gehouden met onregelmatige percussie, maar tegen  Angoul&amp;ecirc;me 2036  is het vet van de soep.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;(Well You Know) Stuff Is Like We Yeah! loopt daarna verloren in zeurderige nummers als  Smileys Are Not Enough  (goeie titel, dat wel) of  Garbage Land , waar het hoge woord wordt gevoerd door een orgeltje dat we bij 22 Pistepirkko al iets te vaak hebben gehoord. Nog zulke monotone dreiners:  Aquarius Zero  en  Refrain From The Refrain .&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toch nog wat kwaliteit halverwege: de kale blues van  Sky Girl  en het heerlijk snorrende  Zombie , dat helaas anderhalve minuut te lang uitgesponnen wordt. Daarna sleept (Well You Know) Stuff Is Like We Yeah! zich naar een veel te lang uitgesteld einde. De balans valt uiteindelijk negatief uit. Tijd dat de broertjes samen met Espe nog eens dat huis bij Helsinki gaan opzoeken voor een herbronning.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;</description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4667">goddeau.com - Matthieu Van Steenkiste</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4667</guid>
	</item>
<item>
	<title>Madonna :: Hard Candy</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4661</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/muhardcandy.jpg" type="image/jpeg" length="10010"/>
	<description>Konden we de afgelopen weken geen krant meer openslaan zonder op het hoofd van Tom Barman te stoten, dan was geen enkel modebewust tijdschrift meer geloofwaardig zonder -- een al dan niet gephotoshopte -- Madonna. De diva weet van geen ophouden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;   Madonna kan ons in een vingerknip doen muteren naar een hoofdschuddend, conservatief oud wijveken dat onophoudelijk &amp;ldquo;maar kind toch&amp;rdquo; herhaalt. We hadden het bij de clip van &amp;ldquo;Hung Up&amp;rdquo; toen ze in een roze turnpak haar vagina tegen de camera aan schuurde. Of simpelweg bij alles dat op Ray Of Light volgde. Sinds dat album -- uit 1998 al -- legt ze zich in een pijnlijke kramp om even succesvolle en geloofwaardige hits uit haar lijf te schudden. Het resultaat is even beschamend als al vergeten. Tien jaar na wat een mooi orgelpunt had kunnen zijn voor een aardige carri&egrave;re, bevrijden de musketiers van de popmuziek anno &amp;rsquo;00 -- Timbaland, Pharrell Williams en Justin Timberlake -- Madonna uit die kramp.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;  Maar eerst is er de hoes, zo weggeknipt uit een goedkoop pornoblad. Ja, ze is vijftig, en ja, alles zit nog netjes op zijn plaats, ook de overtollige beharing onderging een keurige laserbehandeling, maar moeten wij daar zo nodig getuige van zijn? Madonna blijft uiteraard de Queen Of Provocation, al zag ze zich de laatste jaren vaak voorbijgestoken door aspiranten Spears, Aguilera of zelfs Winehouse. Het mag dus weer zwaar over seks gaan en laten we maar onmiddellijk het succesingredi&euml;nt van de concurrenten overkopen. Want wat waren Britney Spears, Nelly Furtado en Gwen Stefani zonder Timbaland en/of The Neptunes? De producers bepalen al een paar jaar het geluid van hitradio. Dat Madonna bij hen ging aankloppen is dan ook even voorspelbaar als juist. Eerste getuige daarvan is die kanjer van een eerste single &amp;ldquo;4 Minutes&amp;rdquo;, die in ... euhm ... vier minuten Madonna weer op de kaart zet. Alle trucjes van Timbaland -- pompende blazers in de baslijn, metalen galm op de stem, verleidelijke beat, scratchende intro -- worden schaamteloos bovengehaald en Justin Timberlake springt op zijn best in de bres. Zijn &amp;ldquo;That&amp;rsquo;s right keep it up, keep it up / Don&amp;rsquo;t be a pri-ma donna&amp;rdquo; gevolgd door haar aanstekelijke &amp;ldquo;Tick tock tick tock&amp;rdquo; zorgt voor een gravure in ons hoofd. &amp;ldquo;The world is saved with good intentions,&amp;rdquo; zingt ze in haar beste Madonna&amp;rsquo;s en het is meteen het beste wat ze in tien jaar te bieden heeft.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;  Of dat genoeg is om een heel album mee te voeden? Een popalbum met re&euml;le hitpotentie bevat zelden continu&iuml;teit en is meestal een verzameling van vier of vijf vette singles met een stuk of vijf ondermaatse opvullers. Opener &amp;ldquo;Hard Candy&amp;rdquo; is met zijn typische N.E.R.D.-beats en zijn aan 50 Cents &amp;ldquo;Candy Shop&amp;rdquo; verwante lyrics een mogelijke tweede single: &amp;ldquo;There&amp;rsquo;s plenty to eat / Come in my store &amp;lsquo;cause my sugar is sweet / Sticky and sweet / My sugar is raw.&amp;rdquo; Haar turnpak hangt al klaar. Pharrell Williams schreef samen met de diva zelf meer dan de helft van de nummers, maar ze zijn lang niet allemaal het onthouden waard. &amp;ldquo;Heartbeat&amp;rdquo; is een futuristische maar vrij banale hit in wording die gered wordt door Williams&amp;rsquo; zware hijgen en zijn sporadische, sexy &amp;ldquo;Girl!&amp;rdquo;-uitroepen. Hetzelfde geldt voor &amp;ldquo;Incredible&amp;rdquo; waarin de effectjes op de stem zelfs wat ouderwets overkomen. Kanye West haalt &amp;ldquo;Beat Goes On&amp;rdquo; met succes uit het slop, maar &amp;ldquo;Spanish Lesson&amp;rdquo; -- &amp;ldquo;La Isla Bonita&amp;rdquo; in N.E.R.D.- mode -- en het pathetische &amp;ldquo;She&amp;rsquo;s Not Me&amp;rdquo; -- &amp;ldquo;She&amp;rsquo;s not me / She doesn&amp;rsquo;t have my name&amp;rdquo; -- had hij beter rechtstreeks de vuilnisbak in gekegeld.   De andere helft werd neergepend door Justin Timberlake en producer Nate &amp;ldquo;Danja&amp;rdquo; Hills. Net als bij Williams staat hun materiaal erg dicht bij hun eigen werk. Tegelijk slagen ze erin om de gefrustreerde ster weer als de jonge Madonna ten tijde van &amp;ldquo;Holiday&amp;rdquo; te laten klinken omringd met hedendaagse urban beats. &amp;ldquo;Incredible&amp;rdquo; is zo&amp;rsquo;n voorbeeld. &amp;ldquo;Dance 2night&amp;rdquo; met opnieuw een interventie van Timberlake, wordt wellicht een hitsingle.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;  Ondanks enkele zwakke plekken blijft Queen Of Pop een terecht etiket voor Madonna. Of ze dat nog kan zijn zonder de hulp van professionele producers die voortdurend aan de pols van hitpotentie voelen, blijft de vraag. Of zoals Timberlake in afsluiter &amp;ldquo;Voices&amp;rdquo; het zich luidop afvraagt: &amp;ldquo;Who is the master / Who is the slave?&amp;rdquo;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;  </description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4661">goddeau.com - Maïté Lê van</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4661</guid>
	</item>
<item>
	<title>COEM :: We’ve Got Speakers On The Outside Of Our Spacecraft</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4658</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/muwevegotspeakersontheoutsideofourspacecraft.jpg" type="image/jpeg" length="6378"/>
	<description>Vorig jaar bracht COEM met Move/The Mountain een vrij schizofrene plaat uit. Dat de band zijn laatste telg misschien wel een iets te grote move vond, zou men kunnen afleiden uit het nagelnieuwe We&amp;rsquo;ve Got Speakers On The Outside Of Our Spacecraft, waarmee de groep weer voor een iets mildere benadering kiest.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Wat COEM vorig jaar met Move/The Mountain klaarspeelde, kon best een grote verrassing genoemd worden: &eacute;&eacute;n van de twee schijfjes van de dubbelaar vulde de band met materiaal in het kielzog van Happiness Etc., terwijl de groep in het tweede deel zijn fantasie volledig de vrije loop liet. De tweede plaatkant was echter eveneens een iets te grote verandering tegenover Happiness Etc., waardoor het tweede deel vooral op een lekkernij voor meerwaardezoekers en kunstenaars met een degout voor popmuziek uitdraaide.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Dat COEM dat goed begrepen heeft, blijkt over de hele lijn op het nieuwe We&amp;rsquo;ve Got Speakers On The Outside Of Our Spacecraft. Neem nu het titelnummer waarmee het plaatje opent: in het liedje wordt er niet veel gezongen en zijn er lange instrumentale stukken, maar wanneer Marc Wetzels uiteindelijk toch begint te zingen, bloeit het nummer mooi open en is het raak. Het toont dat COEM een mooie middenweg heeft gevonden tussen experimenteren en het neerpennen van prachtige popsongs.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Met het tweeslachtige Move/The Mountain in het achterhoofd is het supersimpele  You Can Be Bird  echter een nog grotere verrassing: het liedje toont immers dat er in Wetzels een begenadigde singer-songwriter met een prachtige stem schuilgaat en welke andere plaat van COEM heeft ons daar reeds mee kunnen verrassen? Het nummer staat er en boeit met enkel een akoestische gitaar rond een kampvuur wellicht evenveel.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Dat het album zo sterk kan aftrappen, is uiteraard een zege. Al wat je na een dergelijk begin nog nodig hebt om er een goede plaat van te maken, is degelijk songmateriaal en dat is ruim voldoende aanwezig. Nummers als  In Dream We Make Different Plan  en  Catalog  zijn weliswaar helemaal old school COEM zoals wij de groep van voor Move/The Mountain kennen, maar wel met dat verschil dat de liedjes zich met nog meer succes tussen je twee oren nestelen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Dat het volledig instrumentale en jazzy  Last Night On Earth  met zijn warme blazers na zulke popnummers niet verveelt, maakt duidelijk hoe belangrijk een goede dosering kan zijn voor een plaat: op Move/The Mountain stond het instrumentale geconcentreerd op &eacute;&eacute;n plaatkant en viel het goedje bijgevolg moeilijk te verteren, maar hier is het een welkom rustpunt dat echt niet beter getimed had kunnen zijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Het is eveneens met een geslaagde mix van implosies en explosies dat de groep het tweede luik van de plaat ingaat en afsluit: met  Postcard Number Two  doet COEM het even iets rustiger om vervolgens met  Memory Of A Warm Blanket  weer in emotie op te bouwen. Het bewijst nog maar eens dat de plaat bijzonder goed in elkaar zit en het lijdt voor ons bijgevolg geen twijfel dat We&amp;rsquo;ve Got Speakers On The Outside Of Our Spacecraft gerust COEM&amp;rsquo;s meest geslaagde album tot nog toe genoemd mag worden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;</description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4658">goddeau.com - Jurgen Dignef</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4658</guid>
	</item>
<item>
	<title>Clinic :: Do It!</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4659</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/mudoit.jpg" type="image/jpeg" length="10558"/>
	<description>Een nieuwe Clinic, dat baart minder opzien dan een nieuwe Isabella A. Toch zijn de platen van het gezelschap uit Liverpool stuk voor stuk de moeite waard. Met Do It! levert Clinic zowaar zijn meest meeslepende plaat tot nu toe af.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;  Het lijkt maar niet te willen lukken voor Clinic. De band draait ondertussen al een aardige tijd mee, bracht een aanzienlijk aantal degelijke platen uit, speelde op gerenommeerde festivals en mocht op tournee met Radiohead en Arcade Fire. Op zich een mooi parcours, maar bij dat laatste onderdeel knelt het schoentje ook een beetje. Ja, het zijn uiteraard grote bands die de kleintjes mee op tournee nemen, maar toch voelt het een beetje als fout aan dat Clinic zich moet uitsloven voor een publiek dat in wezen niet in de band ge&iuml;nteresseerd is. Dit gezelschap verdient immers beter, en dat blijkt ook uit deze nieuwe -- alweer uitstekende -- plaat die recent verschenen is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;   Met deze opvolger van Visitations zit de band immers weer op het juiste spoor -- vorig jaar verscheen met Funf weliswaar nog een rariteitencompilatie. Zeker aangezien Do It!, in tegenstelling tot het de deuren wijd opengooiende Visitations, een mooi afgelijnd album is waarop Clinic coherenter dan ooit klinkt en waarop onderhuidse spanning en inventiviteit hand in hand gaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;  Die coherentie leidt er echter niet toe dat Clinic de innovatie en nieuwsgierigheid overboord gegooid heeft. Met &amp;ldquo;Emotions&amp;rdquo; wordt op een zweverige manier geflirt met sixties-pop, maar op zo&amp;rsquo;n manier dat het nummer net niet klinkt als het doorsnee jaren zestig-popnummer. Reken daarbij nog een streep marsmuziek in &amp;ldquo;High Coin&amp;rdquo; en het mag duidelijk zijn dat &amp;lsquo;afgelijnd&amp;rsquo; een ruim te interpreteren begrip is bij deze Liverpoolse postpunkers.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;  Al is er wel &eacute;&eacute;n absolute constante: de ietwat angstaanjagende zang van Ade Blackburn die zelfs de melancholische opener &amp;ldquo;Memories&amp;rdquo; van een dreigende ondertoon voorziet. Maar evengoed als dreigen, kan Blackburn melodieus uit de hoek komen, zoals in &amp;ldquo;The Witch (Made To Measure)&amp;rdquo;. Die song toont een glimp van een Clinic die tot nog toe onbekend was: die van een band die songs maakt die, bovenal, uitermate aanstekelijk zijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;   En dan is er nog het halve walsje &amp;ldquo;Mary &amp;amp; Eddie&amp;rdquo;, dat langzaam komt aangeslopen als een roofdier in zijn meest bloeddorstige stemming dat je onverhoeds in de nek springt om niet los te laten voor je voor de totale overgave gekozen hebt. Laatste hoogtepunt dat absoluut niet onvermeld mag blijven, is &amp;ldquo;Free Not Free&amp;rdquo;, dat overigens onlangs gratis via het net aangeboden werd. Dat nummer combineert al de sterke punten van de eerder aangehaalde songs en maakt er een track van die zowel nieuwkomer als fan richting platenwinkel laat hollen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;   Als vanouds is deze Clinic er een om je door te laten overrompelen en overweldigen. Dat de band het nog steeds met een cultstatus moet stellen, is dan maar zo. Dat de reacties op Clinic voornamelijk bestaan uit een oorverdovende stilte, lijkt de band zelf niet te deren. En mocht dat wel zo zijn, dan is het in ieder geval niet aan de muzikale kwaliteit te horen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;  </description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4659">goddeau.com - Joris Vanden Broeck</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4659</guid>
	</item>
<item>
	<title>Grand Island :: Boys &amp; Brutes</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4657</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/muboysandbrutes.jpg" type="image/jpeg" length="6152"/>
	<description>Voor zijn tweede album -- en dus de plaat die voor de bevestiging moet zorgen -- doet het Noorse Grand Island boter bij de zalm. Dat is jammer, want het onversneden enthousiasme vormde net het sterkste punt van het debuut.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;  Dat debuut, Say No To Sin, was vorig jaar net een hondsdolle viking die in onze stereo gevangen zat. Zonder compromissen werden bluegrass, disco en rock in de wastrommel opgesloten voor een stevige kookwas. Het resultaat was een schandaal voor de muzieketiquette, maar tegelijkertijd zo over the top en aanstekelijk dat we niet anders konden dan er finaal voor door de knie&euml;n te gaan (wat trouwens op een niet-seksuele manier bedoeld is). Om maar te zeggen: muziek laat zich niet door wetten beoordelen, maar door het gevoel dat we eraan overhouden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;  Anders is het bij deze Boys &amp;amp; Brutes. Hoewel de titel laat vermoeden dat er meer jongensachtig enthousiasme en uitgelatenheid op terug te vinden is dan op een multimediabeurs, wordt net een zachtere weg ingeslagen. De spontane onbevangenheid van deze rekels werd zorgvuldig in het glas gewalst, geproefd en zorgvuldig getoetst aan de criteria van succes. Hoewel de band nog steeds herkenbaar is, werd bij deze plaat te veel nagedacht en laat dat nu net nefast zijn voor een recept van de molotovcocktail die Grand Island is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;   Bij &amp;ldquo;Ass And Disco&amp;rdquo; is de voorzichtigheid al meteen duidelijk. Nog steeds een stevige kapstok voor disco, maar gebracht zonder het schuim op de lippen. Zachte zanglijnen, beheerste akkoorden: dit neigt naar pop: radiovriendelijk en alles behalve shockerend. Ook &amp;ldquo;I Am The Horizon&amp;rdquo; ligt in die lijn. Een beetje een fout, licht hero&iuml;sch klinkend refrein, dat graag het speelse van The B 52&amp;rsquo;s opzoekt maar voor de rest zeer vriendelijk blijft. Op zich geen slechte nummers, maar zoals opa zegt als hij de eerste slok van zijn Stella neemt: &amp;ldquo;vroeger was&amp;rsquo;t beter&amp;rdquo;.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;  Toch wordt af en toe nog eens uit het keurslijf ontsnapt. &amp;ldquo;Behemoth&amp;rdquo; klinkt vertrouwd, verhoogt de hartslag en spaart de drumvellen niet. Dat de tot hiertoe afwezige orgel- en banjoklanken weer mogen meedoen, helpt ook om de band weer een flink stuk dichter bij het geluid van het debuut te brengen. Meer van dat! Toegegeven, de pop van &amp;ldquo;Wish It Was Summer Always&amp;rdquo; kunnen we w&eacute;l smaken en ook pogingen om de nieuwe trend te breken zoals &amp;ldquo;Please Consider&amp;rdquo; maken alsnog dat er wat te beleven valt op Boys &amp;amp; Brutes.   &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vooral het eerste deel van deze plaat maakt duidelijk dat Grand Island een bredere voet tussen de deur van de muziekmarkt probeert te krijgen. Dat is ergens te begrijpen, maar het is jammer dat de groep daar toegevingen voor doet. Al lijkt de kans groot dat de nieuwe nummers live nog wel zweetparels op het voorhoofd toveren, maar om dat te weten moeten we de komende maanden de grens over. Als deze Boys &amp;amp; Brutes een &amp;lsquo;tijdens&amp;rsquo; is, zijn we vooral benieuwd naar de &amp;lsquo;na&amp;rsquo;. We hopen alvast dat het spelplezier het haalt en de balans weer zal overhellen naar aanstekelijke zottigheid.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; </description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4657">goddeau.com - Joris Peeters</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4657</guid>
	</item>
<item>
	<title>Times New Viking :: Rip It Off</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4660</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/muripitoff.jpg" type="image/jpeg" length="7859"/>
	<description>Mocht u het nog niet weten: lo-fi is weer in. Net als No Age, is Times New Viking tegenwoordig bon ton bij het hippe volkje. En je kan hen geen ongelijk geven: hun derde, Rip It Off, is niets meer of minder dan een ferme trap in het kruis.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; 16 nummers op een goed half uur, het concept is volledig terug. En blij toe: in tijden van langdradig indiegeneuzel is het noisy geweld van het trio Times New Viking zowel een verademing als een aangename flashback naar tijden waarin punkbands nog de lakens uitdeelden, en een mens gewoon nog loos ging op de muziek in plaats van zijn eigen cool ermee te willen bevestigen. Maar nog meer is de zelfgemaakte vergelijking met Guided By Voices, hoe ongeloofwaardig ze aanvankelijk klinkt, volledig van toepassing. Rip It Off mag dan wel niet Bee Thousand zijn, beide herbergen ze ijzersterke, ultrakorte liedjes met geweldige melodie&euml;n die bedolven worden onder het geruis en gerammel dat deel is van dit soort platen die ontstaan in een vochtige garage in plaats van in een hoogtechnologische studio waarin elk foutje verborgen en elk restje ziel er zo uitgeperst wordt. Die stekelige charme maakt van deze plaat een echte hoogvlieger. Want dat is Rip It Off wel degelijk; men moet al potdoof zijn om onder het lawaai de triomfantelijk rammelende popdeuntjes niet op te merken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&amp;ldquo;1, 2, 3, 4&amp;rdquo;, en daar wordt meteen afgetrapt met het geweldige &amp;ldquo;Teen Drama&amp;rdquo;, dat iets trager is dan de rest van de plaat, maar daarom bijlange het onderspit nog niet delft. De volumemeter gaat al meermaals in het rood, de noise deelt rake klappen uit, hoofden gaan wild op en neer, en dat zal nog een half uur duren. Het meer upbeat &amp;ldquo;My Head&amp;rdquo; is met zijn melodie&euml;n dan weer stekelig snoepgoed, terwijl het venijnige en ultrakorte &amp;ldquo;Rip Allegory&amp;rdquo; pisnijdig keet schopt. Nummerlengtes verraden of het tempo hoog dan wel door de geluidsmuur zal gaan. De nummers overschrijden zelden de heilige 2:30 minutengrens, maar die ene keer dat er zelfs naar de vier minuten (awoe!) gegaan wordt, is het zelfs hoogst welkom. Wat zou de geweldige dreun van &amp;ldquo;Relevant: Now&amp;rdquo; immers zonder haar lange aanloop zijn?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De groep blijft echter op zijn best als de verrassend aanstekelijke riffs in sneltempo afgevuurd worden op de luisteraar. Zie daarvoor het catchy &amp;ldquo;The Apt.&amp;rdquo;, het in lawaai verdronken rockertje &amp;ldquo;Off The Wall&amp;rdquo; of de geweldige afsluiter &amp;ldquo;Post Teen Drama&amp;rdquo;, met een heerlijk schreeuwende Beth Murphy, ergens in de mix weggemoffeld. En wat te denken van het huppelende popdeuntje &amp;ldquo;Drop-Out&amp;rdquo; of de instrumentale intentieverklaring &amp;ldquo;Times New Viking Vs. Yo La Tengo&amp;rdquo;? En ach, &amp;ldquo;Early 80&amp;#39;s&amp;rdquo; en &amp;ldquo;Another Day&amp;rdquo; steken er wat minder uit dan de rest, maar dat deert helemaal niet: we hadden ze in alle rotvaart eerst zelfs gewoon niet opgemerkt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Balans na ettelijke luisterbeurten: een hoop blikschade, een heel klein beetje tinnitus en een hoop kwade blikken van enkele buren. Niet dat we er iets om geven: Rip It Off is een glorieus half uurtje waarbij een teenage riot haast een noodzaak wordt. Zelden was punkrock zo zaligmakend.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;</description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4660">goddeau.com - Joey Bougard</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4660</guid>
	</item>
<item>
	<title>Animal Collective :: Water Curses</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4646</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/muwatercurses.jpg" type="image/jpeg" length="6233"/>
	<description>U vond Strawberry Jam maar niets? Stop dan maar met lezen. Animal Collective trekt op deze Water Curses-e.p. de ingeslagen popkoers door naar vreemdere oorden, en neemt zo nog meer afstand van zijn freakfolkverleden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Het collectief uit Baltimore blijft niet stilzitten. Met hun laatste plaat, Strawberry Jam, werd intensief getourd, en de jongens zouden ondertussen al in de studio zitten om er een vervolg aan te breien. Vooraleer het echter zover is, presenteren ze de fans deze vier nummers tellende e.p. als tussendoortje, en die zal de meesten even hard verrassen als geruststellen: Animal Collective is nog altijd zijn speelse, experimentele en demente zelf, maar deze keer laten ze Brian Wilson diepzeeduiken in plaats van surfen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het titelnummer is het beste en meest toegankelijke dat er op dit e.p.-tje te vinden is. Helemaal in de lijn van het uitstekende Strawberry Jam, is het aanstekelijke freakpop overladen met een batterij effecten. Een door LSD gevoede laatavondjam op een Cara&iuml;bisch strand, zo voelt het nummer aan: de synths spuwen onderwatereffecten over deze zuiderse zaligheid uit terwijl men met een mojito in de hand en een lokale percussiegroep druk bezig op de achtergrond de zon ziet ondergaan in de zee, evenwel zonder dat Sam Gooris in de verste verte te bekennen is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En dan zoekt de groep vreemder oorden op: Water Curses is boven alles een speeltuin geworden voor de nieuwe wegen die de groep lijkt te willen inslaan. Het bekoelde &amp;ldquo;Street Flashes&amp;rdquo; zweeft dankzij zijn typische AC-melodie nog ergens tussen Strawberry Jam en dat nieuwe, met vreemde effecten beladen geluid, maar naarmate het nummer voorbijglijdt, wint de gorgelende stemvervorming en het schrapend maar kleurrijk klankenpallet aan kracht. En met de futuristische duikbootlounge voor aan ADHD lijdende kleuters van &amp;ldquo;Cobwebs&amp;rdquo; neemt de groep zijn pas gevonden popgevoeligheid volledig mee naar Panda Bear-land: de percussie is van de hand van een Waitsiaanse marimba, en een warme orgel verspreidt zijn relaxerende tonen terwijl een huppelende synthesizer het mooie, ingetogen nummer bedelft onder blieps en andere geluiden. Afsluiter &amp;ldquo;Seal Eyeing&amp;rdquo;, een bevreemdende, Oosters aandoende onderwaterpianoballad, lijkt zelfs op de serene Brian Eno die, in plaats van muziek voor steriele luchthavens en filmzalen te maken, zich plots inleeft in de wondere onderwaterwereld van Jacques Cousteau. Petje af als u zich daar iets bij kunt voorstellen, maar beter kunnen we het jammer genoeg niet verwoorden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Water Curses is een uitstekend zoethoudertje geworden voor diegenen die hun honger naar nieuw Animal Collective-materiaal willen stillen, en benieuwd zijn wat de groep op zijn aankomende plaat gaat uitspoken. We houden ons hart al vast.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;</description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4646">goddeau.com - Joey Bougard</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4646</guid>
	</item>
<item>
	<title>Sun Kil Moon :: April</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4654</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/muapril.jpg" type="image/jpeg" length="4460"/>
	<description>April, hoezo april? De nieuwe Sun Kil Moon klinkt naar gewoonte als de herfst in al zijn mistroostigheid. Ook op de nieuwe plaat dus geen overbodige franjes voor Mark Kozelek, wel elf intimistische werkstukken die ons onderdompelen in de bigger than lifesfeer die we al kenden van bij Red House Painters en die in Sun Kil Moon nog stelselmatig wordt uitgepuurd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Is het alt. country, is het slowcore, of is het gewoon heel erg mooi? Kozeleks hoge en heldere stem herken je uit de duizend en ze leent zich perfect tot het soort muziek dat hij met zijn bands wil brengen. Een treurwilg onder een bleek zonnetje, een geluidloze rivier in een dor en onveranderlijk landschap: zo is het altijd geweest en zo is het op April meer dan ooit. Misschien zelfs nog iets meer: met een gemiddelde duur van zeven minuten zijn Kozelek-songs op dit album meer dan ooit sferen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De plaat trekt zich op gang met het uitgesponnen &amp;ldquo;Lost Verses&amp;rdquo;. Bedachtzaam, een beetje sloom, met een zacht zingende en pingelende Kozelek die z&amp;rsquo;n woorden met de muziek laat wegglijden. Anders wordt het niet op April. De song ontplooit zich laag per laag, met in minuut vier een eerste keer het refrein, en na acht minuten warempel een elektrische gitaar om uitgeleide te doen. We hebben tijd en zijn meteen onder de indruk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&amp;ldquo;The Light&amp;rdquo; blijft op die elektrische gitaar meanderen en krijgt zo een wat rauwer karakter mee. De song blijft evenwel redelijk op de vlakte met een rechtlijnige structuur waar slechts in een fingerpicking slotoffensief wat van wordt afgeweken. Ietsje te veel herhaling hier, waardoor het lied te lang wordt en aan spankracht inboet. Ook &amp;ldquo;Tonight The Sky&amp;rdquo; verliest aan frisheid door een elektrische gitaar die te lang blijft aanslepen. Toch blijven dit slechts minieme grijze vlekjes op een kraakwitte T-shirt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Door hun forse duur is het moeilijk om bepaalde songs in hun volledigheid te vatten. &amp;ldquo;Tonight The Sky&amp;rdquo;, met ruim tien minuten de langste, stapelt de strofen op om slechts af en toe een innig mooi refrein prijs te geven. Kozelek heeft bijzonder veel te vertellen op April en hij bedient zich daarbij meer dan ooit van filmische beelden die het geluid van zijn muziek zo goed aanvullen. &amp;ldquo;I see you well and clear/ deep in the moonlight dear/ your radiant august eyes/ they are the suns that rise/ they are the light that guides/ they are these lost verses,&amp;rdquo; klinkt dat in &amp;ldquo;Lost Verses&amp;rdquo;. En wij al moeite hebben met een nietszeggende &amp;ldquo;I love you&amp;rdquo;.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Meer hoogtepunten volgen met de gastbijdrage van Will Oldham. Zo steunt hij Kozelek bijzonder mooi in de rug met zijn huilende zang in het refrein van &amp;ldquo;Like The River&amp;rdquo;; het kale, sinistere &amp;ldquo;Heron Blue&amp;rdquo; wordt door zijn toedoen nog onheilspellender dan het al is. &amp;ldquo;Don&amp;rsquo;t play those violins no more/ their melancholic overtone/ they echo of the floor and wall/ I can not bear to hear them.&amp;rdquo;&amp;ldquo;Moorestown&amp;rdquo; is misschien wel het makkelijkste nummer van de plaat en daarom een song die als een toegangspoort kan fungeren. Kozeleks beschrijvingen zijn diepmelancholisch, met steeds de meest beschrijvende adjectieven. We voelen ons haast voyeurs van een ongewone emotionaliteit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Gewikt en gewogen vormt April een bijzondere aanvulling op Kozeleks al niet misse cv. Het is bovenal een plaat geworden die zich fier onttrekt aan de maalstroom van reguliere indiereleases. April is meer dan een werkstuk, een tour de force, een po&euml;ziebundel, of kiest u zelf maar. Kozelek bewijst op z&amp;rsquo;n 42 bovendien dat Sun Kil Moon niet moet onderdoen voor zijn oudere werk bij Red House Painters, dat hij integendeel zijn meest uitgepuurde werk nog moest maken met de mooiste melodie&euml;n en de meest tekenende teksten. Een plaat die beelden schept om bij weg te dromen, met teksten om over te schrijven en melodie&euml;n om baby&amp;rsquo;s op in slaap te wiegen. Al willen we u wat dat laatste betreft vooral nergens toe verplichten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;</description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4654">goddeau.com - Alexander Cornet</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4654</guid>
	</item>
<item>
	<title>I Am Kloot :: Play Moolah Rouge</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4648</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/muplaymoolahrouge.jpg" type="image/jpeg" length="6530"/>
	<description>Ooit won ik vrijkaarten voor een concert van I Am Kloot. De opdracht was: in &eacute;&eacute;n zin zeggen waarom je de band zo graag aan het werk wilde zien. Mijn antwoord: omdat het de eerste groep is die naar mij werd genoemd. Prijs!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Reden van deze petite histoire? De geweldige indruk die zanger John Bramwell van I Am Kloot tijdens dat gewonnen concert in de Botanique op me maakte. Zijn karakteristieke stemgeluid klonk die avond zo krachtig, zo doorleefd, zo helemaal juist, dat ik de cd&amp;rsquo;s van I Am Kloot in de dagen en weken erna een voor een opnieuw ontdekte. Ik koester ze nog altijd, Natural History op kop.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vandaag ligt Play Moolah Rouge (net als Konk van The Kooks genoemd naar de studio waar de plaat werd opgenomen, een trend?) in de winkel &eacute;n in mijn speler. Al snel blijkt dat de jongens een goede reden hebben voor de titel. Ze dekt namelijk de lading: de plaat werd live (maar zonder publiek) opgenomen in de studio die onder meer ook Johnny Marr, The Verve en Badly Drawn Boy tot z&amp;rsquo;n cli&euml;nteel mag rekenen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voegt die aanpak iets toe? Moeilijk te zeggen. Qua geluid verschilt de cd namelijk niet zo heel erg veel van de vorige. Je moet alvast niet op zoek gaan naar belletjes, bliepjes of andere minimale accentjes op de achtergrond, die zijn er namelijk niet. Grootste verschil met vroeger is het orgeltje dat in bijna elk nummer opduikt. Tot ieders tevredenheid blijkbaar, want het mag ook mee op tournee.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een tournee waar we wel kaarten voor willen (winnen), want de tien nummers op Play Moolah Rouge winnen ook. En wel aan kwaliteit, bij elke beluistering. Openingsnummer &amp;ldquo;One Man Brawl&amp;rdquo; en (potenti&euml;le?) single &amp;ldquo;Ferris Wheels&amp;rdquo; hoeven daar niet veel moeite voor te doen, die steken er bij de eerste passage al meteen bovenuit. Het eerste toont dat de groep nog altijd lekker melodieus kan rocken, het tweede zorgt voor instant-ontroering. Die rasp in de keel van Bramwell grijpt ook anno 2008 -- euh -- naar de keel.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En dat doet ook &amp;ldquo;Suddenly Strange&amp;rdquo;, dat het beste van I Am Kloot in een nummer perst. De getergde zanger, de coole bassist en de hyperactieve, maar tegelijk sobere drummer bewijzen dat de som meer is dan de delen; het orgeltje doet de rest.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tragere songs als het prachtige &amp;ldquo;Chaperoned&amp;rdquo;, het zachtjes in je oor fluisterende &amp;ldquo;Only Role In Town&amp;rdquo; en de verstilde afsluiter &amp;ldquo;At The Sea&amp;rdquo; (man en gitaar), hebben wat meer tijd nodig (respectievelijk vijf, acht en drie draaibeurten), maar bewijzen dat deze cd niet zomaar een snel tussendoortje is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En dan is er nog &amp;ldquo;The Runaways&amp;rdquo;, een nummer dat eerst onopgemerkt voorbij glijdt, maar je dan plots, omstreeks de veertiende beluistering, bij het nekvel grijpt om je niet meer los te laten. Bramwell legt uit hoe dat komt: &amp;ldquo;Once they snatch your memories, I can find it hard to forget&amp;rdquo;. Hij heeft het over meisjes, wij over songs. Het klopt in beide gevallen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wie Play Moolah Rouge voldoende tijd geeft om zijn schoonheid ten volle te ontvouwen, wint. Een korte maar krachtige cd van I Am Kloot, bijvoorbeeld.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;</description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4648">goddeau.com - Ief Stuyvaert</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4648</guid>
	</item>
<item>
	<title>Joanne Robertson :: The Lighter</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4649</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/mulighter.jpg" type="image/jpeg" length="2582"/>
	<description>Vrouwen en gitaren blijven het ook in 2008 goed doen, vooral als ze zich een beetje anders of vreemd gedragen. In het (recente) verleden kwamen daar kleine en vaak diverse pareltjes uit voort. Met The Lighter tracht de Britse Joanne Robertson hier aansluiting bij te vinden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Robertson studeerde piano in haar jeugd maar leerde zichzelf gitaar spelen. Na een korte uitstap met de rockgroep I Love Lucy, besloot de voormalig kunststudente opnieuw solo te gaan en werd de basis voor The Lighter gelegd. In navolging van de vele weird folk-adepten kleurt ook Robertson buiten de lijntjes met niet voor de hand liggende melodielijnen, en vooral door een aparte frasering te kiezen. Maar het resultaat is niet echt geslaagd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het album start evenwel nog aardig met &amp;ldquo;Gardener&amp;rdquo;: de songstructuur is niet de meest voor de hand liggende en Robertsons stem heeft een klagerige, nasale ondertoon die niet zeurderig overkomt. Jammer genoeg is &amp;ldquo;Lit&amp;rdquo; al een pak minder ge&iuml;nspireerd, Robertson klinkt als een krampachtige &amp;ldquo;Bj&ouml;rk goes folk&amp;rdquo;-kloon die in de eerste plaats wil irriteren met gezochte gekkigheid. In &amp;ldquo;Silver&amp;rdquo; lijkt dan weer Joanna Newson haar voorbeeld te zijn, maar dit eendje snatert een pak minder ge&iuml;nspireerd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ongelooflijk maar waar legt &amp;ldquo;Grasscat&amp;rdquo; het er nog dikker op; zelfs het gitaarspel klinkt enerverend zwak, waardoor het nummer erom smeekt met een nekschot afgemaakt te worden. Jammer genoeg biedt &amp;ldquo;Blow&amp;rdquo; weinig soelaas, al is het in tegenstelling tot &amp;ldquo;Stovepipe&amp;rdquo; een van de betere songs op de plaat. En zo kan het rijtje verder afgegaan worden op zoek naar een nummer dat er echt toe doet. Hier en daar valt een song te rapen die nog ok&eacute; is (&amp;ldquo;Tap&amp;rdquo;, &amp;ldquo;Lipsun&amp;rdquo;, &amp;ldquo;Crakling&amp;rdquo; of &amp;ldquo;Fringe&amp;rdquo;) maar echt denderend wordt het nooit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er valt weinig positiefs te vertellen over The Lighter. Hier en daar schemert een goed idee door, maar het blijft allemaal te weinig uitgewerkt en paradoxaal genoeg te gezocht. Robertsons stem hangt ergens tussen Cat Power, Bj&ouml;rk en Joanna Newson in maar lijkt bij elk van hen de zwakke punten gehaald te hebben in plaats van hun sterktes te combineren. Het gevolg is een aparte stem, en een frasering die nooit de potentie of belofte waarmaakt die ze herbergt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De grens tussen irritant en inspiratieloos enerzijds en op het randje maar boeiend anderzijds is soms flinterdun. In zulke gevallen bepaalt de persoonlijkheid van de zanger of groep of er al dan niet kopjeonder gegaan zal worden. In het geval van Robertson gebeurt dat jammer genoeg wel. The Lighter verzuipt in een vermoeiende eentonigheid die enkel doorbroken kan worden door maar &eacute;&eacute;n nummer per keer te consumeren. Maar ook al slikt het op die manier makkelijker weg, echt lekker smaakt het nooit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;</description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4649">goddeau.com - Jurgen Boel</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4649</guid>
	</item>
<item>
	<title>Supenik :: Eclectic Compendium Of Noise</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4650</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/mueclecticconpendiumofnoise.jpg" type="image/jpeg" length="7843"/>
	<description>Stoner- en garagerockfans, hou allemaal jullie kak in, want Supenik heeft een nieuwe plaat gemaakt. En dat betekent: in your face, oldskool rockmuziek waarbij het volume al de helft van de impact van de songs bepaalt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Want laat dat klaar en duidelijk zijn: speel Eclectic Compendium Of Noise op monsterlijk hoog volume en je hebt net zo&amp;rsquo;n overweldigend effect als bij het ontzagwekkendeRiff Power Revolution, de motherfucker van een debuutplaat die Supenik ons enkele jaren geleden onverhoeds in de maag splitste.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Was dat debuut nog een fuzzbom vanjewelste, dan ontloopt Supenik op de opvolger behendig de valkuil der voorspelbaarheid door net genoeg te evolueren om niet van herhaling beticht te worden. Het gezelschap blijft daarbij bovenal hondstrouw aan het kenmerkende geluid waarmee al enkele jaren trommelvliezen bestormd worden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Die evenwichtsoefening wordt met verve volbracht dankzij de ingenieuze zet van de band om een vierde groepslid aan te werven in de vorm van de ravissante C. Louisa, die het klassieke rocktrio mag aanvullen met keyboardklanken. Op zich lijkt dat het slechtste mogelijke idee om toe te passen op een scheurend rocktrio, maar wonderwel klinkt een en ander z&eacute;&eacute;r geslaagd. Meer zelfs: het eindresultaat is totaal spaced out, wat altijd mooi meegenomen is bij rock-&amp;lsquo;n-rollplaten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Niet minder dan achttien tracks lang zit het viertal je achter de veren en dat betekent dat, bijvoorbeeld in &amp;ldquo;Law&amp;rdquo;, alle genreclich&eacute;s bovengehaald mogen worden. En voor een band die weet hoe die clich&eacute;s ingenieus aan te wenden, is dat geen slechte zaak, net zoals je bij een slapstickfilm niet klaagt bij het zoveelste ladderincident. Laat dus maar aanrukken die opbouwende powerakkoorden, die moddervette baslijnen, de strakker dan strakke drums en de occasionele solo. Gooi er hier en daar nog een tempowissel bovenop om zo nu en dan met een climax te kunnen uitpakken, en ziedaar een plaat die alle poseurs en ander zelfverklaard ruig volk op zijn plaats zet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar er is meer, bij Supenik: hoe hard een nummer als &amp;ldquo;Route Of Evil&amp;rdquo; ook aanzet tot headbangen en, waarom ook niet, slamdancen, er blijft altijd een onschuldige ondertoon in de songs aanwezig. De gitaren klinken weliswaar gevaarlijk, de grens met agressie wordt echter nooit overschreden, en dat is al heel wat. Euforie is namelijk een gepaster woord waar het gaat om de Supenik die we op ECON te horen krijgen. &amp;ldquo;Bielziroberta&amp;rdquo; is bijvoorbeeld zo&amp;rsquo;n adrenalinestoot die aanzet tot uitgelaten meebrullen en even overenthousiaste als onbesuisde aankopen in gitaarwinkels.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Klinkt simplistisch? Is simplistisch! Want ook al is de trukendoos van Supenik vrij beperkt, door creatief met die beperking om te gaan en subtiel nieuwe klanken binnen te smokkelen, is het gezelschap erin geslaagd een tweede plaat af te leveren waaraan elke liefhebber van monolithische, aan The Stooges en MC5-verwante rock-&amp;lsquo;n-roll ongetwijfeld zijn hart kan ophalen. En dat is net wat dit soort teringherrie moet doen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;</description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4650">goddeau.com - Joris Vanden Broeck</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4650</guid>
	</item>
<item>
	<title>No Age :: Nouns</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4638</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/munouns.jpg" type="image/jpeg" length="5075"/>
	<description>Altijd dezelfde vraag: bevestigt een gehypte band met ijzersterke livereputatie op haar eerste plaat, of gaat ze schromelijk onderuit? Lievelingetjes No Age slagen gelukkig met glans: Nouns gaat gegarandeerd gensters geven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Wat Dean Spunt en Randy Randall op hun eerste echte studioplaat presteren is haast ongelofelijk. Singlecollectie Weirdo Rippers maakte al veel indruk, maar hun echte debuut is zoveel coherenter, directer en krachtiger dan de losse collectie van vorig jaar. Even was er bij ons de vrees dat dit album bij indiemajor Sub Pop niet de kenmerkende rauwe, tomeloze energie van hun duizelingwekkende liveshows zou kunnen vatten. Maar we konden er niet verder naast zitten: Nouns vat als geen ander de punch van dit noisepunkduo, en de met opwinding en gevaar gevulde skatejongerenbiotoop van de grootstad L.A. waar dit alles tot stand gekomen is. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De plaat vliegt onmiddellijk uit de startblokken als een ongeleid projectiel met het oorverdovende &amp;ldquo;Miner&amp;rdquo;: de openingsdrone wordt al snel een gejaagde noiserocker die op korte tijd alles in de buurt aan stukken ramt. Het al even indrukwekkende &amp;ldquo;Eraser&amp;rdquo; dat erop volgt, legt dan weer de poprand van de groep bloot: het nummer bouwt op een opwindende manier op naar een geweldig en ongemeen catchy einde waarin alles losgegooid wordt. Ook &amp;ldquo;Teen Creeps&amp;rdquo; volgt dat elan, al zitten er meer echo&amp;#39;s van de noisy en kwade lo-fi van Sebadoh in. Het nummer is de laatste opflakkering van het ontoombare openingstrio dat hier al menige eenmanspogo&amp;#39;s veroorzaakt heeft.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is pas vanaf &amp;ldquo;Things I Did When I Was Dead&amp;rdquo; dat er even gas teruggenomen wordt, samen met &amp;ldquo;Keechie&amp;rdquo; en &amp;ldquo;Impossible Bouquet&amp;rdquo; een van de weinige in de garage ineengeknutselde en lawaaierige ambientstukken die op Weirdo Rippers talrijker aanwezig waren. Nochtans zijn die allesbehalve slecht te noemen: zo produceert &amp;ldquo;Keechie&amp;rdquo; 3 minuten lang een indrukwekkende gitaargolf terwijl &amp;ldquo;Impossible Bouquet&amp;rdquo; een akoestische gitaarmantra onderdompelt in allerhande noise. Het zijn intrigerende nummers die zonder echt de snelheid uit de plaat te halen toch de nodige variatie inbrengen. Het meest aparte nummer is echter &amp;ldquo;Errand Boy&amp;rdquo;, een regelrechte mokerslag van een noisestuk waarin Randalls gitaar zoveel kabaal cre&euml;ert dat de ruiten ervan beginnen te trillen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar de razendsnelle punk voert zoals gezegd de boventoon, en die is soms verrassend toegankelijk en zelfs emotioneel geladen. Zo zingt Spunt in de verschroeiende afsluiter &amp;ldquo;Brain Burner&amp;rdquo; over de drugsverslavingen die zijn omgeving teisteren:  I couldn&amp;#39;t make it cold, so that&amp;#39;s what I become/Do it every day for school and see the damage done.  Het is een hondseerlijk en tegelijk zeer passend eerbetoon aan hun helden en vrienden die eraan ten onder gegaan zijn. Het al even geweldige &amp;ldquo;Here Should Be My Home&amp;rdquo; is dan weer No Ages ironische interpretatie van surfrock -- het blijven tenslotte Californi&euml;rs --, terwijl &amp;ldquo;Sleeper Hold&amp;rdquo; terug meer aansluiting vindt bij hun roots: een drumkit wordt compleet naar de vaantjes geramd terwijl Randall zo rommelig mogelijk de akkoorden uit zijn gitaar probeert te krijgen. Nog meer van dat moois op het ongemeen catchy &amp;ldquo;Ripped Knees&amp;rdquo;, de ideale soundtrack voor een doldwaze skateboardrit door de binnenstad.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En zo kunnen we blijven doorgaan, maar waarom zouden we dat moeten doen? No Ages smerige maar aanstekelijke rioolpunk, met volumeknop op 11 en het energieniveau van een kerncentrale, moet niet uitvoerig besproken maar geluisterd en geleefd worden. Met Nouns legt de groep een serieuze hypotheek op ons muzikaal jaar.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;No Age speelt op 22 mei met I Love Sarah gratis in de Trix te Borgerhout.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;</description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4638">goddeau.com - Joey Bougard</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4638</guid>
	</item>
<item>
	<title>Arsenal :: Lotuk</title>
	<link>http://www.goddeau.com/content/view/4644</link>
	<enclosure url="http://www.goddeau.com/fotos/mulotuk.jpg" type="image/jpeg" length="4849"/>
	<description>Net zoals er seizoensgebonden fruit en kleding bestaat, wordt er ook muziek gemaakt voor elk seizoen. Arsenals lentefrisse plaat Lotuk gaat perfect samen met de eerste aardbeien en minirokjes.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Het had nochtans weinig gescheeld of er kwam helemaal geen derde album voor Arsenal. Het enorme succes van voorganger Outsides had een heleboel interne spanningen met zich mee gebracht en Roan en Hendrik Willemijns hadden er ei zo na de brui aan gegeven. &amp;ldquo;Er zijn net geen doden gevallen&amp;rdquo;, vertrouwde het duo Focus Knack onlangs toe. Maar zoals Friedrich Nietzsche lang geleden besefte, maakt iedere tegenslag je sterker. De groep trok lessen uit de oorzaak van alle ellende en begon met een schone lei. Dat heeft zijn weerslag op de nieuwe plaat, die rustiger, volwassener, maar nog steeds even zonnig klinkt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Net zoals het gelijknamige voetbalteam heeft Arsenal weer een aantal sterren opgeroepen. Daaronder uiteraard de vaste waarden Leonie Gysel en Mario Vitalino Dos Santos, aangevuld met nieuw talent Cortney Tidwell en enkele veteranen (John Garcia, ex-Kyuss en Grant Hart, ex-H&uuml;sker D&uuml;). Samen vormen ze een hecht team dat verrassend goed op elkaar ingespeeld is. De seizoensrevelatie heet Mike Ladd, die overkomt van het Amerikaanse kwaliteitshuis Definitive Jux. De rapper fulmineert op de hiphopknoert &amp;ldquo;Turn Me Loose&amp;rdquo;. Op &amp;ldquo;You better move out my way!&amp;rdquo; schalt Ladd vlijmscherp door zijn metalen schalmei. Dankzij zijn organische sound refereert het nummer aan het beste van The Roots, Dilated Peoples en Jurassic 5.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Al selecteerden coaches Roan en Willemijns genoeg andere straffe nummers om een album samen te stellen dat over de hele lijn blijft boeien. Waar de eerste twee Arsenalplaten vooral op (uitstekende) singles teerden, houdt Lotuk een ononderbroken hoog niveau aan. De eerste vijf tracks zijn puike popnummers met een exotische inslag. Opener &amp;ldquo;Estupendo&amp;rdquo;, niet voor niets het Spaans voor &amp;ldquo;zalig&amp;rdquo;, is Arsenal grand cru: uitheemse percussie, een aanstekelijke melodie, de verrukkelijke backings van Leonie Ghysel en in het middenstuk een grillige gitaareruptie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na de mokerslag &amp;ldquo;Turn Me Loose&amp;rdquo; gaat het er veel kalmer aan toe. Zo bewijst de groep op de laatste drie nummers dat hij ook tijdens een nachtelijke strandwandeling kan boeien. Voormalig Kyuss-zanger John Garcia laat zich op &amp;ldquo;Diggin A Hole&amp;rdquo; van zijn meest ingetogen kant horen. Van woestijnrock naar intieme droompop, faut le faire! Vanaf dit welgekomen rustpunt laat de groep zijn meer gevoelige kant zien. Slechts begeleid door een akoestische gitaar verglijdt de plaat van extatisch feestgedruis naar een bucolisch slot.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kwatongen zullen beweren dat Arsenal makkelijk scoort omdat de groep muziek maakt volgens een vaste formule. Maar met het uitgebalanceerde Lotuk geeft de groep de criticasters lik op stuk. Er zit nog lang geen sleet op de formule, want nooit eerder lokte Arsenal zo&amp;rsquo;n breed scala aan emoties uit. Op hun laatste worp bewijzen Roan en Willemijns dat ze zowel een festivalweide kunnen aansteken als de thuisblijvers kunnen ontroeren. Kortom, er wachten nog heel wat mooie lentes voor het Gentse duo.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Livedata van Arsenals Lotuk vind je op de website www.arsenal-music.com/&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;</description>
	<source url="http://www.goddeau.com/content/view/4644">goddeau.com - Mattias Baertsoen</source>
	<guid isPermaLink="false">GODDEAU 4644</guid>
	</item>
</channel>
</rss>